You are here
Home > Blog > Met narrowboat Wharfedale het Worchester & Birmingham Canal over

Met narrowboat Wharfedale het Worchester & Birmingham Canal over

narrowboatDaar liggen we dan, hartstikke vast in het midden van het kanaal. ‘Iedereen kan het’ was me verzekerd. In zijn ‘voor’, en dan weer in zijn ‘achteruit’, maar geen beweging in die 18 meter te krijgen. Dan toch maar bellen. “Hallo, we zijn net vertrokken en we liggen al vast.” moet ik bekennen. “Zijn jullie bij de tunnel?”. “Nee nog niet eens bij de brug” zeg ik met het schaamrood op mijn kaken. “We komen er aan”.

Binnen tien minuten staat iemand van bootverhuur Anglo Welsh langs de kant om ons los te praten. Toch nog iets meer gas in zijn voor en achteruit en we zijn los. Zo simpel, waren we toch iets te voorzichtig. De volgende keer dus niet meer. We zwaaien vriendelijk en varen weer verder, toch iets meer met knikkende knieën dan hiervoor.

Ruim een uur geleden kwamen we nog als twee bange onkundige schippers de werf op. Gelukkig kregen we, nadat we onze spullen op de narrowboat hadden gelegd, een gedegen uitleg. Toegegeven, helemaal onwetend waren we ook weer niet, we hadden de video op YouTube bekeken met de regels op het water bekeken. Maar het bekijken van een filmpje of het ook echt doen is natuurlijk een wereld van verschil. Door de uitleg over het gas, water, vastleggen en de checkpunten kregen we toch iets meer vertrouwen. We konden vertrekken, en dat deden we gelukkig nog samen met onze instructeur. Deze sprong iets later over op een afgemeerd schip en toen konden we verder.

Totdat we vast kwamen zitten dan, maar dat laat ik snel achter me. De zon schijnt en de eerste brug (58) en tunnel (Shortwood) liggen binnen no time achter ons. We gaan lekker en ons doel vandaag (veilig aanmeren net na brug 67) is niet heel ver weg. Het is september en helaas wat koud voor de tijd van het jaar, maar met de warme stralen op onze huid is het goed te doen. De voorspellingen zijn ons echter niet zo gezind, maar zolang het droog is zijn wij tevreden. Het is rustig langs het water, hooguit een visser waar we netjes en rustig omheen manoeuvreren. Koeien, schapen en eenden kijken ons wel wantrouwend aan. Of ze voelen dat het onze eerste keer als schipper is. Wanneer we gepasseerd zijn halen ze opgelucht adem, of beeld ik me dat nou maar in?

Ik had mijn blijdschap over het meevallende weer niet met het thuisfront moeten delen toen we stil lagen. Het was de goden verzoeken. Op de helft van onze tocht voel ik de eerste druppel op mijn gezicht. De drup gaat echter, net als ik een foto maak van een zwaan, over in regen. Met de koude wind erbij zorgt het ervoor dat ik me afvraag waarom ik dit ook alweer wilde doen. De unieke ervaring? Bucketlist? Alles moet je ooit eens meegemaakt hebben? In het laatste heb ik sowieso nooit geloofd.
We gaan door een prachtige vallei, gelukkig kan ik dat tussen alle druppels door nog wel zien. Een foto maken gaat alleen te ver, ik sta te bibberen op het achterdek. Misschien was een t-shirt onder een regen- en waterdichte jas toch nog iets te optimistisch. Dat het water langs mijn sok in mijn schoenen sijpelt helpt ook niet mee. Ik trek mijn broek recht maar dat mag niet meer baten. Als het eenmaal weer begint te druppelen is ook het einde van onze tocht in zicht. Blij vanwege de kou, maar nu moeten we iets gaan doen wat we niet hebben kunnen oefenen: aanmeren. Langzaam insturen richting de kantlijn….langzaam zei ik! Om naar rechts te gaan moet je naar links sturen en andersom. Best logisch en het gaat goed tot je snel moet reageren. In plaats van terug sturen, knallen we vol tegen een aangemeerde narrowboat aan. Daar is het schaamrood weer op mijn kaken. Snel in zijn achteruit, weer in zijn vooruit en netjes parkeren we hem voor ons slachtoffer. Als ik van de boot spring om hem vast te leggen kijkt onze achterbuurman gelaten toe. We zwaaien vriendelijk naar elkaar, geen boze blikken. Dat hoef je op de autoweg niet te proberen (en terecht). De boten kunnen tegen een stootje, dus de achterburen gaan vannacht niet langzaam kopje onder (hopen we).
Eenmaal gesetteld voor de nacht kunnen we ons gaan opwarmen in het The Hopwood House. Een leuke pub gelijk aan het water, waar we omgeven worden door kippen. Op het behang en als decoratie maar niet op mijn bord, ik ga voor de fish & chips.

Foto’s dag 1 met de narrowboat

Bestemming Dudley

De wekker gaat, de natuurlijke dan, de eendjes om onze boot vinden dat het de hoogste tijd is. Dat is het eigenlijk ook wel, zo kunnen we ook langer genieten van het stralende weer. Geen wolkje aan de lucht. Na een lekker (zelf klaargemaakt) ontbijtje gaan we op pad. We hebben vandaag de langste reisdag voor de boeg, bijna 30km van Hopwood naar Dudley, dus trossen los.
Onze instructeur had ons al gewaarschuwd, morgen krijgen jullie een tunnel van een half uur. Een half uur? Helaas nog iets langer, door een langzame boot voor ons. Waarschijnlijk van die beginnelingen, net zoals wij. Ondanks het mooie weer gaat de capuchon op, en is het af en toe toch rillen in de vochtige tunnel van 2490 meter. Anders dan je zou verwachten hier in Engeland worden op het water afstanden in meters aangegeven en vaar je rechts. Gelukkig voor ons, want dat zorgt ervoor dat we niet bij alles na hoeven te denken.

Even later houden wij dan ook rechts, wanneer een beduidend meer ervaren schipper ons links inhaalt. Hij blijft nog even achter onze langzame voorgangers, later blijkt dat ze beide rechtsaf slaan. Wij gaan rechtdoor, dus geen reden meer om het gas niet iets meer open te zetten. Anders zijn we nooit voor acht uur in Dudley; en later dan dat mag je niet meer varen.
Blij zijn we dan ook wanneer we punten gaan herkennen. Cadbury! De chocoladefabriek van mijn dromen, die we later in de week nog gaan bezoeken. En wanneer we over het aquaduct varen, herkennen we wat hoge torens nog van onze bustour vanuit het centrum van Birmingham. The Cube! Yes, Birmingham Gas Street Basin here we are! Het is lunchtijd en geen betere plek voor een hapje dan het centrum. We meren ‘Wharfedale’, want zo heet onze narrowboat, netjes aan zonder ook maar iets te rammen. Bijna prof in een dag, maar de sluizen moeten nog komen.

Een toast, met een colaatje light, tijdens de lunch op een geslaagde ochtend. Daarna weer snel op pad, we hebben nog een hele tocht voor ons, en voor Birmingham hebben we nog genoeg tijd na onze boottrip. We varen door het centrum van de stad, we zien niets nieuws, maar wel alles van een nieuwe kant. Het leven op het water is vernieuwend, zaligmakend en rustgevend. Zelfs in de stad ervaar je de rust. Hoe verder we de stad verlaten hoe ‘eenzamer’ het wordt. Het aantal hardlopers, hondenuitlaters en (sportieve of zakelijke) fietsers daalt als we dichter bij de afslag naar de Old Mine Line komen. Hier verlaten we het Worchester & Birmingham Canal dat we tot op heden volgden. Rechtsaf de oude lijn op en onze eerste sluis door. De Smethwick Locks laat ons in drie sluizen zes meter stijgen. Ik blijf op de boot en laat mijn medepassagier afstappen om de sluis te openen.

Kijken of er niemand aankomt, water er uit laten stromen, deuren openen en ik mag erin. Het zware werk wordt aan de kant gedaan, ik hoef er alleen maar voor te zorgen dat de boot op zijn plek blijft. Nu stroomt het water via de sluizen aan de voorzijde binnen en stijg ik twee meter. Nu zie ik dat we eerst een basin krijgen voor de volgende sluis. Ik ga zo langzaam mogelijk naar de volgende sluis als de deuren open zijn, zodat mijn medereiziger de deuren achter me dicht kan doen en de volgende open. Deze zijn sneller open dan gedacht, het water bleek er al uit te zijn. Raar, want bij de eerste sluis was het water nog hoog. In mijn poging er zo lang mogelijk over te doen ben ik echter de bosjes in gevaren. Ik kom los en neem als souvenir een mooie tak mee de sluis in. Tenminste, tot halverwege…ik zit helemaal vast. De sluis is een beetje schuin en halverwege klemt de deur tegen de boot aan. Vooruit is geen optie. Dan maar weer vol gas achteruit, met behulp van de stok en nog wat extra gas lukt het me om de sluis weer te verlaten. Deur weer dicht, nog een keer open, maar hij valt niet in de hiervoor bestemde gleuf. Ik leg de boot aan de kant en kijk mee, maar nee, echt niet verder open te krijgen. Ik bel weer eens met de botenverhuur, maar de beheerder van de sluizen kan hier natuurlijk niet binnen tien minuten zijn. We kunnen via de New Line naar onze eindbestemming Dudley. Wij kiezen er echter voor om terug te varen en in Birmingham een plekje voor de nacht te zoeken. Zo weten we zeker dat er een geen sluis ons meer tegen houdt.

Ik draai de boot en zak weer twee meter naar het niveau van het Worchester & Birmingham Canal. Een beetje teleurgesteld varen we terug naar de stad. Teleurgesteld in Lock 2, maar vooral in onszelf. Waarom lukt het ons nou niet? Misschien hadden we het toch nog een keer moeten proberen, want het scheelde hooguit een centimeter. Misschien hadden we de sluis vol moeten laten lopen en dan weer leeg? Er zat waarschijnlijk iets vast achter de deur waardoor hij niet helemaal open ging, misschien dat het zo los was gekomen. Tien mogelijkheden spoken die dag nog door mijn hoofd, maar daar hebben we niets meer aan.Dat sluis één hoog stond en en sluis twee laag had al een waarschuwing moeten zijn dat er iets niet klopte, we zijn dus blijkbaar niet de enige die ergens last van hadden.
Voor we de stad invaren meren we eerst nog aan voor wat water, niet voor onszelf, maar voor de boot. Indirect is dat ook voor onszelf, want hier douchen we mee en drinken we onze thee van. Wanneer we dan de stad in komen, is het zicht weer totaal nieuw, we hebben een prachtig uitzicht op de Birmingham Library, ontworpen door de Nederlandse ontwerpster Francine Houben. Ons mooie plekje van tussen de middag is al vergeven, we leggen dan ook iets verder aan, bij The Cube. Goede reden om deze en bijgelegen Mailbox te gaan bezoeken. The Cube is een indrukwekkend gebouw, maar vooral kantoren en een paar restaurants/bars. The Mailbox is een shoppingcentrum voor mensen die geld willen uitgeven. Bij ons blijft het bij kijken, behalve bij Nando’s, daar schaffen wij ons avondmaal aan. Hierna is het tijd om te relaxen in ons varend huisje. Niet welterusten Dudley, maar welterusten Birmingham.

Foto’s dag 2 met de narrowboat

Meevaren

Waar we eigenlijk wakker zouden worden in Dudley moeten we er vandaag nog naartoe. We kiezen voor de bus, want met de narrowboat zijn we nooit meer op tijd. Er staat namelijk een rondleiding door Dudley Canal & Tunnel Trust op het programma. En in plaats van een minuutje lopen is het nu een bustocht van een ruim half uur geworden, plus nog een klein stukje lopen. Daar staat tegenover dat we vandaag niet zelf hoeven te varen. Bij binnenkomst in het gebouw van Dudley Canal & Tunnel Trust gaan we naar beneden, daar is na de kassa een tentoonstelling over de kanalen in Dudley. Hier lezen we het ‘hoe en waarom’ van de tunnels. De berg in Dudley is een grote bron voor lijmstenen en kolen en werd daarom afgegraven, door middel van tunnels (en boten) werden de waardevolle grondstoffen vervoerd.
Na deze uitleg zijn we klaar om een helm op te zetten en ondergronds te gaan. We gaan met de eerste boot mee en het is nog lekker rustig. Onze schipper neemt ons met een soort lege narrowboat mee de tunnel in. Waar we een uitgebreide uitleg krijgen met filmpjes en poppen over het bestaan van de berg en tunnels. We worden ook nog getrakteerd op een echte rockshow met lichteffecten. De rondvaart duurt drie kwartier. Ze hebben ook langere tochten, maar wij hebben andere plannen voor de rest van de dag. Wijzer keren we terug bij het beginpunt. Interessant om meer te weten over de geschiedenis van de narrowboat.

Black Country

Achter de Canal & Tunnel Trust ligt het Black Country Living Museum, later komen wij erachter dat de twee ook met elkaar in verbinding staan door middel van een brug. In het museum gaan we het dorpse leven uit de industriële tijd van rond 1830 ontdekken. De tijd van de kolen en het zware leven, ook de tijd van rook en smog in de lucht, wat het land zwart kleurde… Maar we beginnen in het ‘nieuwe’ gedeelte met voertuigen in de autogarage uit 1950 van Bradburn and Wedge. Een paar dames bestuderen een klein blauw driewielertje, duidelijk met leuke herinneringen, aan hun opgewekte stemmen te horen. Ik verbaas me er ondertussen over dat de mooie brandweerwagen een beetje weggestopt staat in een hoekje. Te veel moois in de kleine ruimte die ze hebben.
Naast de garage staat de remise met trams en bussen, helaas rijdt vandaag alleen een klein busje en blijft de nostalgische tram binnen. Wat zeg ik? De bus vertrekt nu richting de rest van het openluchtmuseum, wij nemen echter de benenwagen naar het volgende gebouw uit 1925. Helaas is het mijn-gedeelte gesloten vanwege renovatie (hier ligt ook de tramrails doorheen, wat verklaart dat hij niet rijdt). Gelukkig is ‘Into the Thick’ wel open. Hier gaan we samen met de gids en wat andere niet-claustrofobische bezoekers de mijn verkennen. Helmpje op, zaklamp mee en vaak bukken (wat ben ik blij dat ik niet zo groot ben). In 35 minuten krijgen we het gevoel van een mijnwerker uit 1850, alleen wij weten wel zeker dat we er levend uitkomen. Buiten zijn we blij dat we weer daglicht zien, niet te geloven dat de mijnwerkers hier 12 uur aan een stuk werkten.
Na wat huisjes uit 1840, 1845 en 1890 vluchten we The Workers’ Institute in als de hemel open breekt. Mooi op tijd voor de lunch, een Cornish pasty, echt mijnenvoer. Eenmaal droog gaan we de winkelstraat in. Een motor of toch liever een pak op maat? Hier kan het. Tenminste zo moet het lijken. De Fish & Chips winkel verkoopt wel echt zijn waren. Maar de maag is al gevuld dus lopen we door naar de school, waar de klas net gaat beginnen. Of we aanschuiven? We bedanken vriendelijk en zijn daar zeer blij mee wanneer de les begint. Niet alleen het gebouw dateert van vroeger, de leraar en zijn gebruiken ook… Wanneer we zeker zijn dat de ‘leerlingen’ geen tik op hun vingers krijgen verlaten we het gebouw om het openluchtmuseum verder te verkennen.
We steken het kanaal over via de brug die vroeger in Wolverhampton lag. Nu leidt hij ons naar de snoepwinkel en bakkerij. We verlekkeren ons en nemen een kijkje achter de bakkerij. Waar we in het gebied van de werkers komen, hier kan alles met ijzer worden gemaakt. Via de scheepswerf komen we weer terug bij de huizen en de pub, waar het tijd is geworden voor een biertje. Na de kerk, de apotheek (van een apotheker met Nederlandse roots) en wat prullariawinkels gaan we weer terug naar het begin van het museum. Hier passeren we The Fairground, dat helaas grotendeels gesloten is omdat de kids nu eenmaal op school zitten. Grote kinderen mogen alleen maar naar de snoepkraam, maar ik sla over. Ik heb net nog een heerlijke shortbread op met chocolade en karamel, dus de calorieën voor de rest van de dag zitten er alweer aan.
Onze laatste stop is de stoommachine, de eerste, tenminste, een replica van de eerste. Want die werd in 1712 door Thomas Newcoman nog geen mijl van hier gebouwd en daar zijn ze trots op. Terecht. Zonder de rijke industriële geschiedenis van deze omgeving was het Black Country Living Museum er niet geweest.
Met een positief gevoel keer ik terug naar Birmingham, wat fijn dat ik deze ‘saaie industriestad’ en zijn omgeving mag leren kennen. Voortaan laat ik het ‘saaie’ achterwegen.
Na wat boodschapjes en een heerlijk stukje lam gaan we onze narrowboat weer op. Genietend van een drankje, chips en wat leesvoer sluiten we dag drie van ons bootavontuur, zonder zelf te varen, af.

Foto’s dag 3

Kings Norton

Tijd om Birmingham weer uit te zwaaien, we gaan verder met onze uitgeplande route, terug richting de werft van Anglo Welsh. Motor aan, ontbijten, douchen, kleren aan, jas aan en gas erop. Waar het weer overdag vaak wisselvallig  is, zijn de ochtenden en avonden standaard stralend. Door de lagere temperaturen echter nog wel fris, maar het is genieten op het achterdek. Genietend van de zon, en van de omgeving.
Onzeker over ons ‘kunnen’, durven we niet aan te meren voor het Winterbourne House; we zijn bang dat we te laat op onze eindbestemming zijn. Daarom varen we Birmingham uit tot we tot onze eigen verbazing al vroeg bij Kings Norton zijn. Onze water- en lunchstop. We meren aan en trekken het stadje in. In ons gidsje staat dat er een pub/restaurant is, dus er zal zeker eten te krijgen zijn. Ik had ook iets gelezen over een kerkje als bezienswaardigheid. Omdat het nog te vroeg is om te eten, gaan we daar eerst kijken. De kerk stamt uit Normandische tijden, onduidelijk is precies van wanneer maar rond de 12e eeuw. Later zijn er wel verbouwingen geweest, maar de kerk is nog steeds niet heel groot. Blijkbaar hebben we net een schoolklas gemist, of deze gaat nog komen. Er staan kleine stoeltjes en een hoop kleurrijk speelgoed achterin de kerk. Een aantal vrouwen is druk met van alles in de weer, terwijl wij alles rustig bekijken.
Aan de overkant van de kerk staat The Tudor Merchant’s House, een prachtig oud vakwerkhuis. Er zit nu een schoenmaker en een café in, genoeg reden om eens binnen te gaan kijken. Daar worden we verwelkomd door een vriendelijke man. Blijkbaar kun je ook een rondleiding door het gebouw krijgen, nu echter niet (vanwege een kleine verbouwing). Maar de man vertelt ons alsnog de geschiedenis van het gebouw en de stad en laat ons een kamer zien die we wel kunnen bezichtigen.
Zo leren we dat Kings Norton niet zomaar aan zijn naam komt en een rijke geschiedenis kent. Norton komt van nor(north)+tun(town), het behoorde tot de koning en ligt ten noorden van (het grotere) Bromsgrove.
De Engelse Burgeroorlog speelde deels hier voor de deur af. De strijdkrachten, zo’n 300 man, van Prince Rupert of the Rhine hadden op 17 oktober 1642 hun rustplaats op Kings Norton Green. Daar werden ze verrast door een kleine groep soldaten van Lord Willoughby of Parham. Tijdens de gevechten werden vijftig man van prins Rupert gedood en twintig gevangen genomen. Lord Willoughby verloor twintig mensen. De graven liggen nog bij de kerk.
Koningin Henrietta Maria heeft later tijdens de burgeroorlog nog in Kings Norton geslapen, naar het schijnt hier in het Tudor Merchant’s House. Ze kwam met een leger van ongeveer 5500 man (uit Yorkshire) naar hier. De mannen sliepen in Kings Norton Park, zij in Saracen’s Head (nu dus het Tudor Merchant’s House). Queen Henrietta Maria liep in 1643 dus waarschijnlijk waar wij nu ook lopen, in het kamertje vooraan het gebouw, met uitzicht op de kerk.
Achter de St Nicolas’ Church ligt nog een timbered building, de Old Grammar School, één van de oudste scholen van het land. Lopend tussen de graven en bomen zien we het gebouw uit de 15e eeuw, prachtig gelegen. Toch niet zo’n verkeerde stop, dat Kings Norton.

Voor pub-eten vinden we het toch nog steeds wat te vroeg, dus gaan we in een klein eettentje zitten waar we voor een heerlijke kipsalade gaan. Er is nog tijd genoeg om het stadje verder te verkennen, dus trekken we richting het station. De man bij het Tudor House had ons namelijk verteld dat de grote held van veel kinderen hier vandaan komt. Britt Allcroft, bedenkster van Thomas de stoomlocomotief, had haar ideeën opgedaan op het Kings Norton station. Mijn neefje is er dol op, dus ik wilde wel even een kijkje nemen. Na even wandelen komen we bij een teleurstelling, nog maar twee van de vier perrons zijn in gebruik. De regendruppels die inmiddels uit de lucht komen passen wel bij het sfeertje wat hier hangt. Ik vertel mijn neefje maar niets, laat hem nog maar even kijken naar het vrolijke station waar Thomas en zijn vriendjes ‘wonen’. Britt Allcroft heeft heel veel fantasie, best handig voor een schrijfster.

Laatste loodjes

Geen ‘Thomas de trein’ waar we in kunnen stappen, dan maar terug naar ons eigen sprookjesvervoer…. Narrowboat Wharfedale ligt nog netjes, maar wel dorstig, op ons te wachten in het Worcester & Birmingham Canal. Nadat we het waterreservoir hebben gevuld varen we verder, naar de Wast Hill Tunnel. De halfuur-tunnel kost ons nu ook echt maar een half uur. Als ervaren schippers durven we wat gas bij te geven, passeren we rustig de tegenligger, en gaan dan weer in een vlot tempo de tunnel uit. Het is een ervaring, maar het enige echt leuke aan de tunnel is dat je van te voren op de hoorn mag blazen.
Na de tunnel gaat het snel, we zwaaien nog even naar het Hopwood House, waar we de eerste nacht nog verbleven. Mooi dat het zo vlot gaat, dan kunnen we op tijd aanmeren bij Alvechurch en het stadje nog even verkennen. Waar we op de heenweg hier door slecht weer moesten, genieten we nu van de zon en de natuur. Wat kan het leven toch mooi zijn. We houden de bruggen in de gaten om te kijken waar we moeten aanmeren voor onze laatste nacht. Op zich is het duidelijk, tegenover de marine mogen we aanmeren volgens ons gidsje. Daar is brug 61, links aanhouden om aan te meren. Maar helaas, er staat een bordje ‘verboden om aan te meren’. Op de enige plek die er nog is ligt al iemand. Hadden we toch voor de brug moeten aanmeren. Rechtsomkeer maken met een narrowboat is echter niet zo makkelijk, dus dan varen we maar door.

Ondertussen kan ik mezelf wel voor de kop slaan, ik had op de heenweg al wel gezien dat er weinig plek is. Ik vertrouwde meer op het boekje dan op mezelf, niet meer doen dus. Nu maar alvast bij ons eindpunt aanmeren is het nieuwe plan. Varend door de Shortwood Tunnel en langs de plek des onheils, waar we vast liepen, zijn we al bijna bij de Old Wharf. Het einde van ons bootavontuur, ze zullen we verbaasd zijn dat we er nu al zijn. Echter geen verbaasd gezicht, maar wel de tip om toch iets verder te varen en te overnachten bij Tardebigge.
Alle lichten gaan weer aan in de narrowboat en ik luid de hoorn (wat eigenlijk niet hoeft voor een korte tunnel), want we varen verder door de Tardebigge Tunnel. Vlak voor de Top Lock meren we onze boot aan. Geen verkeerd plekje, wat een prachtig uitzicht!
We kijken wel opgelucht verder, blij dat we niet door de sluizen hoeven. De Tardebigge Locks kent maar liefst dertig sluizen, waarmee je 67 meter zakt. Hiermee is het de langste Lock Flight (serie sluizen) van het land. De top-sluis, waar we net voor aangemeerd zijn, zakt 2,6 meter. Een indrukwekkend gezicht.
Deze avond koken we voor het eerst aan boord, de boodschappen zijn immers niet voor niets gedaan. De pasta carbonara gaat er prima in na de lange tocht van vandaag.

Foto’s dag 4

Afscheid

Na onze laatste nacht aan boord is het tijd om Wharfedale terug te geven. Eerst moeten we de boot echter weer draaien, waar gelukkig achter ons ruimte voor is. Ik neem het stuur en zet de boot vol in zijn achteruit. De boot draait iets, je kunt niet sturen in zijn achteruit, maar dat moet toch gebeuren. In een paar steken draai ik de narrowboat de goede richting op. Geen andere boot geraakt en trots op mezelf zet ik koers naar de werf. Hier komen we vroeg aan, waardoor er volop plek is. Aangemeerd en alles nagelopen zien we ook andere boten aankomen. Zij moeten keren, waarbij ze geholpen worden, voordat ze aan kunnen meren. Toch wel fijn, dat het gisteren mis ging.
Ik ben nog steeds van mening dat je niet alles in je leven moet gedaan hebben. Op een narrowboat varen? Dat moet je zeker wel eens hebben meegemaakt!

Meer informatie

Wil je meer weten over onze trip naar Birmingham? Lees het in onze twee blogs: Verrassend en vernieuwend Birmingham en Birmingham: de stad voor shop- En chocoholics

Zelf een keer proberen? 
Britblog had een boot van Anglo Welsh: www.anglowelsh.co.uk
Meer inspiratie en bootverhuurbedrijven: www.greatbritishboating.com 

Video Narrowboat

Janie | 2017

2 thoughts on “Met narrowboat Wharfedale het Worchester & Birmingham Canal over

  1. Zo Janie, wat een avontuur! Dat lijkt me een hele aanpak, maar wel hartstikke leuk! Wij zijn eens een week met een huifkar en paard op pad geweest. Dat gaf je ook t gevoel dat je t niet helemaal in de hand hebt. Maar uiteindelijk komt t goed. Leuk om jullie belevenissen te lezen!

Geef een reactie

Top