Gepubliceerd op 20 september 2026 | Laatst aangepast op 20 september 2026
East Anglia is vanuit Nederland makkelijk bereikbaar met de ferry en heeft veel historie en mooie natuur. Het was echter alweer tien jaar geleden dat ik dit gebied voor het laatst bezocht. Het is dus weer de hoogste tijd om terug te gaan. Deze keer steek ik samen met mijn vader het water over voor een zevendaagse roadtrip door East Anglia.
Waar ligt East Anglia?
East Anglia ligt in het oosten van Engeland. De naam gaat terug naar het Angelsaksische Koninkrijk East Anglia, dat vanaf de 6e eeuw een van de belangrijkste koninkrijken van Engeland vormde. Het kerngebied bestond uit het huidige Norfolk en Suffolk.
Tegenwoordig gebruikt men de naam East Anglia voor een grotere regio. Meestal rekent men daar Norfolk, Suffolk en Cambridgeshire toe. Voor toeristische rondreizen wordt ook Essex vaak meegenomen. Dat deden wij tijdens deze reis eveneens, waardoor onze route door vier graafschappen voert.
In deze regio bezoek je eeuwenoude steden zoals Cambridge en Colchester, statige landhuizen, rustige kustplaatsen en natuurgebieden zoals de Norfolk Broads. Door de relatief korte afstanden kun je veel verschillende plekken combineren in één rondreis.
In deze blog neem ik je mee langs onze route van zeven dagen door East Anglia, met de bezienswaardigheden en ervaringen die wij onderweg opdeden.

Heenweg
East Anglia is vanuit Nederland goed bereikbaar met de boot van Stena Line van Hoek van Holland naar Harwich. Er gaan twee afvaarten op een dag, een dagboot en een nachtboot. Wij pakken de laatste en komen dan ook ’s avonds aan bij Stena Line in Hoek van Holland.
Na een soepele check-in kunnen we vlot aan boord met de auto. We hebben een ruime buitenhut waar we onze spullen achterlaten. Het voordeel van reizen in mei is dat het nog lang licht is, en we gaan dus buiten een kijkje nemen. Hier worden we getrakteerd op een prachtige zonsondergang.
Na een drankje en een spelletje in de bar is het tijd om te gaan slapen. De wekker gaat morgen weer vroeg en dan kunnen we Engeland weer gaan verkennen!



Dag 1: kust van Suffolk
Het is nog geen zeven uur als we de boot in Harwich afrijden. We zetten koers naar Suffolk. Omdat we nog even hebben tot het eerste museum opent, maken we een extra stop in Framlingham. Ed Sheeran maakte deze plek extra bekend met het liedje ‘Castle on the Hill’, dat verwijst naar de omgeving waar hij opgroeide.
Framlingham
Het kasteel op de heuvel is Framlingham Castle , dat op dit uur van de dag natuurlijk nog gesloten is. We kunnen er wel buitenom lopen. Dat geeft al een goed beeld van dit gebouw uit de late 12e eeuw. Meer dan 400 jaar lang was het in het bezit van de graven en hertogen van Norfolk, de machtigste edelen van East Anglia. Het heeft echter ook nog dienst gedaan als werkhuis voor de armen en parochiezaal.
Het kasteel ligt in een typisch Engels dorpje met een dorpsplein met wat winkeltjes en pubs eromheen. Hier schuiven we aan bij de bakker, waar we genieten van een thee en scone.





Woodbridge
We hebben nog een tiental minuten over als we bij Woodbridge aankomen. We maken dan ook een korte stop en lopen even het centrum door. De waterkant laten we zitten, het museum gaat immers zo open.
Sutton Hoo
Onze hoofdstop deze ochtend is namelijk Sutton Hoo . Deze plek is wereldwijd bekend vanwege de ontdekking in 1939 van een 7e-eeuws scheepsgraf. In een van de grafheuvels werd de afdruk van een compleet schip van zo’n 27 meter lang blootgelegd, samen met uitzonderlijk rijke grafgiften.
Men gaat ervan uit dat het graf toebehoorde aan een belangrijke Angelsaksische koning, mogelijk Rædwald van East Anglia. Tegenwoordig is het terrein ingericht als bezoekerscentrum met museum en wandelroutes langs de grafheuvels.
Grafheuvels en uitkijktoren
Wanneer we het terrein opkomen, is de expositieruimte nog gesloten. We beginnen dus met het landgoed dat bij het museum hoort. We lopen direct naar de grafheuvels. Sinds 1939 zijn verschillende grafheuvels onderzocht en afgegraven. Sommige zijn later weer gereconstrueerd.
Het moet een gek landschap zijn geweest. Niet zo gek dus dat de toenmalige eigenaresse Edith Pretty aanvoelde dat er iets begraven moest liggen.
Aan de andere kant van het veld staat een uitkijktoren, waar we over de diverse grafheuvels heen kunnen kijken. Weer beneden lopen we over het landgoed naar het huis van Edith Pretty.





Musea
Hier leren we meer over de vrouw die Edith Pretty was en over de tijd van de opgravingen. Er zijn voorwerpen uit de tijd van de opgravingen te zien en spullen die daarbij zijn gebruikt.
Het huis ligt vlak bij de plek waar we binnenkwamen en waar ook de expositieruimte is. Daar komen we meer te weten over de vondsten en over de periode waarin de grafheuvels zijn aangelegd.
Een van de meest iconische vondsten is de beroemde Sutton Hoo-helm. Deze ijzeren helm is opgebouwd uit losse platen en versierd met gedetailleerde afbeeldingen van krijgers en mythologische scènes. Inmiddels is het uitgegroeid tot hét symbool van de Angelsaksische periode.
Hier staat slechts een replica, de originele voorwerpen staan in het British Museum in Londen, maar het is toch indrukwekkend. Wat een vakmanschap!
Er is ook een groot restaurant bij Sutton Hoo. We vinden het echter nog net iets te vroeg voor de lunch en stappen de auto weer in.







Aldeburgh
Op een klein half uur rijden ligt, aan de kust, Aldeburgh. We parkeren in de hoofdstraat en lopen naar de zee. Hier liggen de vissersboten op het kiezelstrand. De 16e-eeuwse Moot Hall is een opvallende verschijning. Het vakwerkgebouw ligt wat lager dan het grasveld waar het in staat. Het is de vergaderplaats van de gemeenteraad van Aldeburgh en huisvest ook een museum.
Een stukje noordelijker ligt de ‘Scallop’-sculptuur van Maggi Hambling. Het kunstwerk is een bekend beeld aan de Suffolk Coast. Het kunstwerk is opgedragen aan componist Benjamin Britten, die hier woonde en werkte.
We lopen terug langs het water om vervolgens neer te strijken bij een bakkerij in de hoofdstraat. Het is toevallig van dezelfde keten waar we deze ochtend ook al lekker hebben gegeten, de Two Magpies.





Thorpeness
Na de lunch hoeven we niet ver voor onze volgende stop. Op nog geen tien minuten rijden langs de kust ligt Thorpeness. Het is geen traditioneel dorp, maar werd begin 20e eeuw gebouwd als recreatieplek voor de hogere klasse.
We lopen een klein rondje, langs de kust en terug via de Meare. Dit is een kunstmatig meer waar je een boottocht op kunt maken. Langs het meer zie je een molen en het ‘House in the Clouds’, dat oorspronkelijk een watertoren was. Wij stappen niet in de boot, maar in de auto voor de volgende plek.



Southwold
Het laatste plaatsje dat we vandaag bezoeken aan de kust is Southwold, een klassieke Engelse badplaats. De plaats is daarnaast de thuisbasis van Adnams Brewery, een bekende naam in de Engelse bierwereld. De shop met café is dan ook onze eerste stop. Mijn vader heeft zich opgeofferd om het te keuren, ook al heeft hij het al vaker op. Het bier krijgt zijn goedkeuring, waarna we verder wandelen langs de winkeltjes van Southwold.
We lopen richting de pier uit 1900, waar wat kleine attracties en winkeltjes te vinden zijn. Langs het strand staan de bekende kleurrijke beach huts, die typisch zijn voor de Britse kust.




Beccles
Voor het diner rijden we door naar Beccles, een marktstad aan de rivier de Waveney. Door de ligging aan het water speelde de stad vroeger een rol in de handel. Nu is het een belangrijk startpunt voor het verkennen van de zuidelijke Norfolk Broads.
We zijn echter snel uitgekeken en hebben geen restaurant gespot waar we wilden gaan zitten. We besluiten dus om te gaan eten in het hotel waar we slapen.
Wat geen straf blijkt te zijn. We verblijven in The Coach House Suffolk, waar het eten ons goed smaakt.



Dag 2: The Broads National Park
Ons hotel staat in Lowestoft, met als buren het East Anglia Transport Museum. Helaas zijn de openingstijden niet heel ruim en moeten we alweer vroeg op pad, dus slaan we het museum over. We hebben namelijk een boottochtje op de planning.
The Broads National Park
We steken de grens met Norfolk over, waar we The Broads National Park gaan verkennen. Het gebied bestaat uit een netwerk van rivieren en meren, die zijn ontstaan door turfwinning in de middeleeuwen. Toen deze turfputten volliepen met water, ontstond het huidige landschap.
Een boottocht is een van de beste manieren om dit gebied te verkennen. Tijdens mijn zoektocht naar een geschikte tocht kwam ik die bij Hickling Broad and Marshes tegen. Daar ben je maar liefst twee uur lang op pad.
Hickling Broad and Marshes
Het gebied wordt beheerd door de Norfolk Wildlife Trust en behoort tot de belangrijkste natuurgebieden binnen The Broads. Het heeft een rijke biodiversiteit, en dat is precies de reden van het boottochtje. We zijn op tijd, zo kunnen we eerst nog een kleine wandeling maken in het gebied. Met al dat riet en water heeft het nationale park wel wat weg van Nederland.



Boottocht
Bij de boot krijgen we een zwemvest, waarna we kunnen instappen. Het is een klein clubje en we gaan door het riet naar vogelkijkhutten die anders niet bereikbaar zijn. Zo hopen we zeldzame vogels als de roerdomp en de bruine kiekendief te spotten. Je kunt hier zelfs otters spotten.
Helaas zien we bij de eerste vogelhut niets bijzonders. Het is heerlijk rustgevend om met het bootje over het water en door het riet te varen. Als we gaan aanmeren bij de volgende stop vliegt er een buizerd over ons heen. Ik zie hem nog net in mijn ooghoek wegvliegen, veel te laat voor een foto natuurlijk.



Uitkijktoren
We lopen een stukje naar een uitkijktoren. Bovenin zien we een ree lopen op het pad waar we net zelf overheen zijn gegaan. En weer ben ik te laat voor de foto. Geen verborgen talent voor wildlifefotografie dus. Dit lijkt wel een goede plek, want niet veel later zien we ook de bruine kiekendief voorbij vliegen. Je zou hier bijna het mooie uitzicht over Hickling Broad and Marshes vergeten. Je ziet er zeilen door het riet bewegen zonder dat je de boten of zelfs het water kunt zien.
Toch is het tijd om verder te gaan, naar de volgende vogelhut. Hier hebben we weer geluk. Een groepje lepelaars komt langzaam tevoorschijn, waarna ze zich over de plas water bewegen. We kunnen ze rustig bestuderen en zelfs ik kan een goede foto maken deze keer. Ook de bruine kiekendief laat zich nog even zien.
Als we helaas weer weg moeten, zitten er in het riet twee baardmannetjes. Mooie kleine vogeltjes die we deze tocht al vaker hebben gehoord en een glimp van opgevangen. Deze keer moeten we goed kijken tussen het riet door, maar zien we ze wel wat langer.
Bij terugkomst kunnen we toch twintig vogelsoorten afstrepen, maar het belangrijkste is dat we een heerlijk boottochtje hebben gehad.



Poppylands 1940s Tearoom
Eenmaal weer in de auto gaan we richting de kust, waar we hopen nog meer wildlife te kunnen gaan spotten. Vlak voor onze bestemming strijken we neer bij Poppylands 1940s Tearoom voor onze lunch. Dit is een bijzondere plek volledig ingericht in de sfeer van de jaren ’40 en de Tweede Wereldoorlog. Tussen de vintage posters, uniformen en muziek uit die tijd eten we een tosti. Het lijkt wel een museum.



Horsey Gap
Op een paar honderd meter ligt Horsey Gap, een strand waar regelmatig grijze zeehonden liggen. Wanneer we via de duinen op het strand aankomen, zijn we heel blij als we een zeehond in zee zien zwemmen. Kijk, daar!
Als we een paar meter verder hadden gekeken, hadden we gezien dat die ene zeehond niet zo bijzonder was. Er liggen honderden zeehonden lekker te genieten van de zon en zee. Vrijwilligers hebben het afgezet, zodat niemand te dichtbij komt en de rust verstoord.
Het is een prachtig gezicht om de zeehonden aan te zien komen en zich tussen hun soortgenoten neer te zien ploffen. Of hoe ze ruzie aan het maken zijn (of is het spelen?).
We lopen bovenlangs via de duinen terug, waardoor we de zeehonden ook nog van bovenaf kunnen zien.




Horsey Windpump
Iets meer landinwaarts ligt Horsey Windpump van de National Trust. De huidige molen dateert uit 1912 en werd gebruikt om water uit het omliggende moerasland weg te pompen. Zo bleef het gebied geschikt voor landbouw. Tegenwoordig is de gerestaureerde molen een herkenningspunt in The Broads.
Wanneer we binnenkomen, krijgen we van een vrijwilliger uitgebreide uitleg over de werking en de geschiedenis van de molen. Hierna werken we onszelf naar boven. Vanaf hier hebben we een prachtig uitzicht over het waterrijke landschap.



Norwich
Omdat het zulk mooi weer is, besluiten we op tijd richting Norwich te gaan, onze overnachtingslocatie. Ik ben er al eens eerder geweest, en sliep toen zelfs in hetzelfde hotel. Hoewel we tijdens deze trip niet echt tijd hebben om de stad uitgebreid te bekijken, wilde ik mijn vader deze mooie plek toch laten zien.
Helaas wordt het naarmate we dichter bij de Norfolkse hoofdstad komen steeds grijzer. Geen Norwich in de zon dus, maar dat laat de pret niet drukken. We parkeren de auto, checken in en lopen richting het centrum.
Via de Dragon Hall en het kasteel lopen we door de arcade naar Elms Hill. Naar mijn weten het mooiste straatje van de stad. De kleurrijke historische huisjes aan de met kinderkopjes bedekte straat ogen nog net als tien jaar geleden.
We hebben geluk als we naar de kathedraal lopen: die is nog open en we kunnen er nog snel een kijkje nemen voordat we een plekje gaan zoeken om te eten.





Norwich city
Na het eten gaan we weer naar ons hotel, Holiday Inn Norwich City. Dit hotel zit in het voetbalstadion. Vanuit onze kamer kunnen we dan ook meekijken met de training. Wie weet staat de volgende Harry Kane wel op het veld…
Dag 3: The Broads en de kust van Norfolk
Vanuit Norwich rijden we opnieuw The Broads in. Gisteren hebben we nog niet alles gezien wat we wilden zien.
Ranworth
Onze eerste stop is Ranworth, bekend vanwege de ‘Cathedral of the Broads’. St Helen’s Church staat net buiten het dorpje op de heuvel. We zijn de enige, maar de deur naar de toren staat tegen verwachting in toch open. Ik kan het dus ook niet laten om naar boven te klimmen. Vanaf het dak heb je uitzicht op de rietvelden en meren. Er varen bootjes over de kronkelende waterwegen.
We maken nog een kleine wandeling door het dorp, waar net een schoolklas is gearriveerd. De eenden en ganzen zien hun kans schoon, hier is eten te halen! Ze staan dan ook snel om de groep kinderen heen.
Wij lopen weer terug naar de kerk waar de auto staat, langs de grote en mooie huizen die hier staan. Aan zo’n huis op deze locatie zal vast een flink prijskaartje hangen.




Happisburgh Lighthouse
Daarna rijden we verder richting de kust voor een korte fotostop bij Happisburgh Lighthouse. De rood-wit gestreepte vuurtoren steekt prachtig af tegen de blauwe lucht en de gele koolzaadvelden die momenteel volop in bloei staan. De vuurtoren is eind 18e eeuw gebouwd en behoort tot de oudste nog werkende vuurtorens van Oost-Engeland.



Felbrigg Hall
Voor de lunch stoppen we bij Felbrigg Hall, een 17e-eeuws landhuis van de National Trust. Het huis werd in de loop van de eeuwen door opeenvolgende generaties bewoners uitgebreid en aangepast. Daardoor is het een combinatie van architectuur uit verschillende periodes, met zowel Jacobeaanse als latere klassieke kenmerken.
Helaas is het huis vandaag dicht, maar het landgoed en de tuinen zijn wel open. Er is ook een klein kerkje, waar voormalige bewoners van het landgoed begraven liggen. Een heerlijk rustige plek.
Hierna lopen we door de ommuurde tuinen, waar diverse fruitbomen, bloemen en een moestuin te vinden zijn. Er lopen ook wat kippetjes rond. Een leuke lunchstop.






Holt
We rijden verder langs de kust van Norfolk en maken een stop in Holt. Dit gezellige plaatsje staat bekend om zijn onafhankelijke winkeltjes en kleine galerijen. De stad kreeg haar huidige uiterlijk grotendeels na een grote brand in 1708, waarna veel gebouwen in Georgische stijl verrezen.
Het is een fijne plek om even rond te struinen tussen de boetiekjes. Een kussen met papegaaiduikers kan ik niet laten liggen en reist verder met ons mee.



Cley next the Sea
Iets noordelijker ligt Cley next the Sea, wat, ondanks wat de naam doet vermoeden, niet meer aan zee ligt. Door aanslibbing en veranderingen aan de kustlijn kwam de kust langzaam verder van het dorp te liggen. In de middeleeuwen was dit een belangrijke haven voor de handel in wol en graan.
Het bekendste gebouw in het pittoreske dorpje is Cley Windmill, een windmolen uit het begin van de 19e eeuw. Oorspronkelijk werd hij gebruikt om graan te malen, tegenwoordig is het onder meer een bijzondere accommodatie en trouwlocatie. Vanaf de dijk hier heb je uitzicht op de zee in de verte.



Blakeney
Ook Blakeney lag in de middeleeuwen direct aan zee en ontwikkelde zich tot een belangrijke handels- en vissershaven. Door de veranderde kustlijn ligt de zee tegenwoordig verder van het dorp, maar de ligging aan de monding van de rivier de Glaven bleef behouden.
Tegenwoordig varen er met hoogwater bootjes naar de zandbanken van het nabijgelegen natuurgebied (Blakeney Point). Hier leven grote groepen zeehonden. Omdat we gisteren bij Horsey Gap al honderden zeehonden van dichtbij hebben gezien, besloten we deze safari deze keer over te slaan. Anders zouden we ook veel te laat zijn, want vandaag vertrokken ze rond lunchtijd (hoogwater).
We wandelen een rondje door Blakeney met veel historische huizen die gebouwd zijn van vuursteen en baksteen. De winkeltjes zijn echter al gesloten, voor ons ook tijd om verder te gaan voor het avondeten.





Wells-next-the-Sea
Na deze pittoreske plaatsjes valt de laatste stop voor vandaag op. Wells-next-the-Sea is veel toeristischer. Er zijn snoepwinkeltjes en meerdere restaurants. Hoewel ook hier de zee weer ver weg ligt, voelt het wel meer als een kustplaats.
In de haven liggen nog diverse bootjes, al zal het er in de middeleeuwen veel bedrijviger zijn geweest. We lopen door de winkelstraat en aan het einde vinden we een lekker restaurantje, Bang in Wells.
Na deze maaltijd lopen we nog even langs het water, waarna het tijd is om richting het hotel te rijden.





Noordkust
We pakken de toeristische route langs de noordkust van Norfolk. Het uitzicht is een combinatie van uitgestrekte zandstranden, duinen, zoutmoerassen, dennenbossen en weidemoerassen. Ik maak een snelle fotostop in Hunstanton, waar mensen genieten van het mooie weer op het strand.
We komen laat aan bij ons hotel (Premier Inn) nabij King’s Lynn.



Dag 4: Koninklijk Norfolk
Deze ochtend rijden we eerst een stukje terug, want we gaan Sandringham House bezoeken. Dit is niet zomaar een huisje, maar het landgoed van de Britse koninklijke familie.
Sandringham House
Als we aankomen is het al behoorlijk druk op het landgoed. Het is zaterdag, het is mooi weer en het landgoed is gedeeltelijk gratis te bezoeken (op het parkeren na).
Wij komen echter voor het huis, waarvoor je wel entree betaalt en waar we gelijk naartoe lopen. De poorten naar de tuinen zijn net open en het is dan ook heel rustig in de tuinen die bij het huis liggen.
Het huis
Van buiten ziet het er gigantisch uit, maar in het huis zijn slechts een paar kamers te bezichtigen. Niet gek als je bedenkt dat dit huis privébezit is en nog echt gebruikt wordt. De koninklijke familie verblijft hier rond kerst meestal een aantal weken.
Het huidige huis verving een ouder landhuis en werd in 1870 gebouwd in opdracht van de toenmalige prins van Wales, de latere koning Edward VII. Het werd vooral gebruikt voor jachtpartijen en ontmoetingen met andere Europese vorsten.
In het huis zelf mogen helaas geen foto’s gemaakt worden. De kamers zijn gevuld met persoonlijke voorwerpen, foto’s en meubels van de koninklijke familie. Daardoor voelt het als een echt bewoond familiehuis. Veel spullen zijn ooit cadeau gekregen. Dat verklaart misschien de soms felgekleurde porseleinen vazen.







De stallen en tuin
Het is tijd voor de tuinen bij het huis. Die zijn prachtig aangelegd en nu mooi in bloei. Sommige delen zijn afgezet en in de verte zien we een privéverblijf. In één van de huizen op het terrein woont Andrew, de broer van koning Charles, die geen prins meer mag heten.
De voormalige stallen zijn ingericht als museum en theehuis. Er staan historische koetsen, oldtimers en oude brandweerwagens. Sandringham heeft namelijk vanaf 1865 een eigen brandweerkorps, opgericht door de toenmalige prins van Wales.







Kerkje en landgoed
Wanneer we de tuin uitlopen, komen we aan bij St Mary Magdalene Church. De koninklijke familie gebruikt het kerkje als ze in het huis zijn, bijvoorbeeld tijdens de kerstkerkdienst. Het heeft een erg warm interieur met mooie houten details en kleurrijke glas-in-loodramen.
Na het kerkje gaan we terug naar het bezoekerscentrum waar we lunchen. De bankjes zitten vol. Sandringham beslaat ongeveer 8.000 hectare. Er is dus ook buiten het huis en de tuinen genoeg te zien.
We bezoeken hierna een minder bekend onderdeel van het landgoed, het arboretum. Hier groeien tientallen bijzondere boomsoorten uit binnen- en buitenland, waarvan sommige al meer dan een eeuw oud zijn. Ter nagedachtenis aan koningin Elizabeth II is langs het pad haar levensverhaal te zien, met foto’s van belangrijke momenten uit haar leven.
Op de rest van het landgoed zouden we ons nog vele uren kunnen vermaken, maar wij besluiten om naar onze volgende bestemming te gaan.



King’s Lynn
We rijden terug naar King’s Lynn, niet terug naar het hotel, maar naar het stadje zelf. De stad ontstond aan het begin van de twaalfde eeuw rond de kerk van St Margaret (nu de King’s Lynn Minster). Natuurlijk brengen we een bezoek aan deze voormalige kloosterkerk. Binnen vallen vooral de hoge gewelven op, maar zijn we voor de rest snel uitgekeken.
Dankzij de ligging aan de rivier de Great Ouse groeide King’s Lynn snel uit tot een belangrijke handelsplaats voor onder meer wol, graan, zout en hout. We maken een stadswandeling langs de kade en de vele vakwerkhuizen. De vroegere rijkdom is hier nog duidelijk zichtbaar.
King’s Lynn groeide in de middeleeuwen uit tot een van de belangrijkste zeehavens van Engeland. Hanzehandelaren speelden een grote rol in de handel met steden rond de Noordzee en Oostzee, een geschiedenis die nog altijd zichtbaar is in de stad.







Centrum
Een leuke stad om rustig doorheen te dwalen. Zo komen we in het informatiecentrum van de St George’s Guildhall, die op dit moment gerestaureerd wordt. Het is het oudste nog bespeelde theater van Engeland. Er zijn sterke aanwijzingen dat ook William Shakespeare hier met zijn gezelschap heeft opgetreden tijdens een tournee aan het einde van de 16e eeuw.





The Walks
We lopen om het winkelcentrum heen, richting The Walks, het historische stadspark. Daar ligt onder andere de Red Mount Chapel. Deze opvallende kapel uit het einde van de 15e eeuw is gebouwd voor pelgrims die vanuit King’s Lynn onderweg waren naar het heiligdom van Walsingham.
Iets verder zien we nog een oud stuk verdedigingswerk, de Guannock Gate. Van de rest van de muren is helaas weinig over.
Na de ronde gaan we nog het centrum in, dat er helaas door leegstand wat troostelozer uitziet dan de rest van de stad.
We besluiten bij het hotel te eten, waarna ik ’s avonds nog even naar de overkant van de Great Ouse ga voor wat foto’s met ondergaande zon.





Dag 5: Historisch East Anglia
Met King’s Lynn hebben we het noordelijkste puntje van onze zevendaagse roadtrip door East Anglia gehad en gaan we weer richting het zuiden. Op een half uurtje rijden ligt de eerste stop van vandaag.
Oxburgh Estate
We zijn zo vroeg bij Oxburgh Estate dat het huis zelf nog gesloten is, al mogen we gelukkig al wel de tuinen in. Die blijken niet enorm uitgebreid, waardoor we uiteindelijk al vrij snel in het café belanden voor een kop thee, wachtend tot het landhuis opent. Er is ook nog een parklandschap bij het huis, maar we hebben geen zin om veel te lopen.
Het moated manor house is eind 15e eeuw gebouwd door Sir Edmund Bedingfeld. Opvallend zijn de rode bakstenen, de gracht en het poortgebouw, waardoor het net een kasteel lijkt. Wanneer we naar binnen mogen, blijkt al snel hoeveel geschiedenis hier verborgen zit.



Interieur
Het interieur kreeg in de negentiende eeuw een neogotische inrichting met houtsnijwerk en leerbehang. De grote zaal beneden hangt vol met grote familieportretten. Daarna komen de intiemere kamers met veel details.
De vrijwilligers weten ons veel te vertellen over het huis en over de portretten die overal hangen en staan. Er staan bijvoorbeeld ook twee bustes die de Bedingfelds meenamen van een reis door Zuid-Europa.




Katholiek
Boven zijn de gangen gedecoreerd met leerbehang, maar dat is niet het meest opvallende op deze verdieping. De familie Bedingfeld bleef ondanks de Engelse Reformatie katholiek. Daardoor kreeg zij te maken met hoge boetes, uitsluiting van openbare functies en het risico op vervolging.
In een hoekje achterin is daarom een verborgen schuilplaats gecreëerd. In deze zogenoemde priest hole konden katholieke priesters zich verstoppen toen het katholieke geloof verboden was.
Buiten bezoeken we ook nog de kleine kapel op het landgoed, gebouwd in een latere periode toen katholieke erediensten weer openlijk mochten plaatsvinden. De inrichting komt uit verschillende landen, omdat dat goedkoper was dan alles speciaal te laten maken.


Grime’s Graves
Na een kort stukje rijden komen we aan bij een wel heel bijzondere plek: Grime’s Graves. Dit archeologische terrein bestaat uit duizenden jaren oude vuursteenmijnen die ongeveer 4.500 jaar geleden werden aangelegd, in de late steentijd.
Pit Number 1
Een van de meer dan 430 schachten is opengesteld voor bezoekers. Als we aankomen, moeten we ons echter haasten; ze sluiten de schacht met lunchtijd. Gelukkig mogen we het trappetje nog negen meter naar beneden. Uiteraard wel veilig met een helm op.
Onderaan zijn diverse gangen te zien. Vanuit de bodem groeven de mijnwerkers horizontale gangen om de vuursteenlagen te bereiken. Dat deden ze met gereedschap van gewei, steen en hout. Hier blijkt waar de helm voor dient. Je kunt namelijk een klein stukje een van de heel lage gangen in. Af en toe hoor (en voel) ik mijn helm tegen het plafond aankomen, en dan ben ik nog klein en jong genoeg om goed te bukken. Ik moet er niet aan denken om in zo’n kleine en benauwde ruimte te moeten werken.
In de schacht wordt uitgelegd hoe het vuursteen van uitzonderlijk goede kwaliteit hier is ontstaan en hoe het werd gewonnen. Dat gebeurt niet alleen met gesproken uitleg, maar ook met een grafische weergave op de wand. Erg mooi gedaan en erg indrukwekkend om deze schacht te zien die ongeveer 4.500 jaar geleden is aangelegd.






Kraterlandschap en bezoekerscentrum
Eenmaal boven gaan we het landschap verkennen. Het landschap ziet er opvallend uit, bijna als een kraterlandschap, met overal kuilen en heuvels die herinneren aan de oude mijnschachten. In de verte lopen schapen, die bij dit landschap horen. De schapen houden hier namelijk al honderden jaren het gras bij. Dat leren we van één van de informatieborden die over het terrein zijn verspreid.
In de expositieruimte van het bezoekerscentrum leren we meer over het vuursteen dat hier werd gewonnen. Men maakte hiermee namelijk allerlei gereedschappen, zoals bijlen, messen en pijlpunten. In de prehistorie was dit een enorm waardevol materiaal en vuursteen uit Grime’s Graves werd over grote afstanden verhandeld. De naam van de plek ontstond pas veel later: de Angelsaksen noemden de kuilen Grime’s Graves, naar Grim, een heidense godheid uit de Angelsaksische traditie.
Grime’s Graves stond al heel lang op mijn lijstje om te bezoeken en heeft zeker niet teleurgesteld. Het behoort niet voor niets tot de belangrijkste prehistorische vindplaatsen van Groot-Brittannië. Wel jammer dat precies wanneer we gaan de zon doorbreekt 😉.





Ely
We zijn vandaag sneller dan gedacht, en dat zorgt ervoor dat er nog best veel tijd over is deze middag. We besluiten deze tijd goed te besteden en een kort bezoekje aan Cambridgeshire te brengen. Vlak over de graafschapsgrens ligt namelijk Ely, met een indrukwekkende kathedraal.
Als we er naartoe rijden over het vlakke landschap zien we de torens van de kathedraal al in de verte. Het wordt niet voor niets ‘The Ship of the Fens’ genoemd. In het stadje gaan we eerst op zoek naar wat eten. Lunchtijd is immers al lang verstreken. We vinden een klein tentje, waar we wat kleins pakken. Daar check ik pas de openingstijden van de kathedraal… oeps, die gaat over een half uur dicht.
We gaan er snel heen, maar de deur gaat voor onze neus dicht. Er is een speciaal evenement, maar later zijn we welkom bij de gewone dienst.
Oliver Cromwell
Dan gaan we maar eerst een rondje door Ely maken. We lopen naar de winkelstraat, waar helaas weinig te beleven is. We lopen langs het Ely Museum en vakwerkhuizen.
Wanneer we iets verder doorlopen, komen we bij Oliver Cromwell’s House. Het is nu een museum en toeristeninformatiepunt. Oliver Cromwell groeide tijdens de Engelse Burgeroorlog uit tot een van de belangrijkste leiders aan parlementaire zijde. Hij speelde een belangrijke rol bij de berechting en executie van koning Charles I in 1649. Pas in 1653 werd Cromwell als Lord Protector staatshoofd van Engeland, Schotland en Ierland. Hij bleef dit tot zijn overlijden in 1658.
We willen echter niet helemaal in deze geschiedenis duiken als de deuren van Ely Cathedral opengaan en slaan het museum dus over. Achter de kathedraal is nog een enorm park, waar we dus een kleine wandeling maken voordat we een nieuwe poging wagen bij de kerk zelf.







Ely Cathedral
Wanneer we aankomen, verlaten net de laatste geüniformeerde mannen het gebouw. We stappen brutaal de kathedraal binnen en hebben deze bijna voor onszelf. Dit zal echter niet lang duren.
De geschiedenis van Ely Cathedral gaat terug tot 673, toen Æthelthryth, een dochter van de koning van East Anglia, hier een klooster stichtte. Zij groeide uit tot de heilige Etheldreda en haar graf maakte Ely in de middeleeuwen tot een belangrijk pelgrimsoord.
De huidige kathedraal ontstond na de Normandische verovering. De bouw van het huidige gebouw begon in 1083 en duurde vervolgens vele decennia. In 1109 kreeg de kerk de status van kathedraal en werd Ely de zetel van een bisschop.
Binnen vallen vooral de enorme ruimte en de rijk versierde plafonds op. We kijken onze ogen uit. Vooral de Octagon Tower is echt een architectonisch en technisch meesterwerk. Deze achthoekige houten constructie is gebouwd nadat de oorspronkelijke centrale toren in 1322 instortte.
De Lady Chapel is in vergelijking met de rest van de kathedraal heel sober. Deze is tussen 1321 en 1349 gebouwd en is de grootste kapel van dit type bij een Britse kathedraal. Tijdens de Reformatie gingen veel beelden en decoraties verloren.
Vooral het schip is genieten, met zijn prachtige beschilderingen. Wanneer we echter richting de diensttijd gaan, is het tijd om de kathedraal te verlaten. Hoewel een dienst erg indrukwekkend kan zijn, moeten we nog een stukje rijden naar ons hotel en willen we het niet te laat maken.








Bury St Edmunds
Na zo’n 40 minuten rijden komen we aan bij de Premier Inn in Bury St Edmunds, waar we deze nacht verblijven. We lopen naar het centrum om wat te eten bij Bushel, een rustige pub. Het is zondag, dus natuurlijk gaan we voor een Sunday Roast, die zoals meestal veel te groot uitvalt.
Na deze heerlijke maaltijd maken we nog een stop bij The Old Cannon Brewery, waar ook een pub bij zit. Mijn vader kiest voor een proeverij en vindt de biertjes zeker lekker. Een gezellige afsluiting van de dag in een stad die bekendstaat om haar lange biertraditie.


Dag 6: Bury St Edmunds & Suffolkse woldorpen
Deze ochtend trekken we verder de stad in. Eerst wandelen we door het winkelcentrum en de historische straatjes, waarna we aankomen bij het abdijcomplex.
Bury St Edmunds
We wandelen door The Abbey Gate de abdijtuinen in, waar we gelijk rechtsaf slaan om naar de kathedraal te gaan. Voordat we deze binnen kunnen, komen we eerst langs de Norman Tower. Een indrukwekkende poorttoren die ooit de toegang gaf tot het abdijterrein.





St Edmundsbury Cathedral
De kathedraal oogt tegenwoordig groots, maar begon ooit als een veel kleinere kerk naast de enorme abdij van Bury St Edmunds. In 1914 werd de kerk pas een kathedraal, waarna in de loop van de 20e en 21e eeuw het gebouw verder is uitgebreid. Vooral de toren die tussen 2000 en 2005 is toegevoegd valt op.
De kerk zelf heeft wel een veel oudere geschiedenis. St James’ Church dateert grotendeels uit de vijftiende en vormt nog altijd de kern van de kathedraal. Hoewel het zo’n jonge kathedraal is, is het gebouw deze titel zeker wel waard. Binnen is er veel te zien, van een beschilderd gewelf tot prachtige glas-in-loodramen. Ze hebben zelfs de kathedraal nagemaakt met legoblokjes, dat moet een monnikenwerk zijn geweest.





St Mary’s Church
Wanneer we uitgekeken zijn in de kathedraal hoeven we niet veel verder voor de volgende kerk. Onze aandacht wordt vooral door de kerk getrokken omdat we hopen nog een glimp op te vangen van een reetje dat we net zagen wegrennen. De grootte van het gebouw zorgt ervoor dat we toch maar een blokje omlopen om de binnenkant te kunnen gaan bekijken. Het reetje is toch nergens meer te bekennen.
We worden vriendelijk onthaald door iemand die ons de hele geschiedenis kan vertellen. De St Mary’s Church was eveneens verbonden aan de oude abdij en heeft een bijzonder koninklijk graf. Mary Tudor, koningin van Frankrijk en de jongere zus van Hendrik VIII, ligt hier begraven. Ze stierf in 1533 en werd vijf jaar later, tijdens de opheffing van de abdij, herbegraven in St Mary’s.
De huidige kerk bevat onderdelen uit verschillende perioden en geldt als een van de grootste parochiekerken van Engeland. De kerk heeft een opvallend groot hamerbalkendak en verschillende middeleeuwse monumenten.




Abbey of St Edmund
Na de twee kerken wandelen we terug naar de abdijtuinen, waar de indrukwekkende ruïnes van Bury St Edmunds Abbey liggen. In een gedeelte van de ruïne zijn huizen gebouwd. Hoe tof is het om daar te wonen?
De ruïnes liggen in hun achtertuin. De Abbey of St Edmund was in de elfde eeuw een belangrijk pelgrimsoord. Edmund the Martyr lag hier namelijk begraven. Hij was een Angelsaksische koning van East Anglia die volgens de overlevering in 869 is gedood door de Vikingen.
De abdij groeide uit tot een van de rijkste benedictijnse kloosters van Engeland. De monniken hadden veel invloed op de stad en het omliggende gebied. Tijdens de Dissolution of the Monasteries onder Hendrik VIII kwam hier echter in 1539 een einde aan. Het complex raakte daarna in verval.
Zelfs nu nog geven de resten een goed beeld van hoe gigantisch dit complex ooit moet zijn geweest. De overgebleven abdijruïnes liggen tegenwoordig in een openbaar park. Via een heerlijke omweg door de tuinen lopen we weer naar het centrum.
Greggs
Ik ben altijd wel dol op een lunch bij Greggs, en we zagen deze ochtend dat deze broodjeszaak hier wel in een heel mooi pand zat. Over een lunchlocatie hoeven we dan ook niet snel na te denken.
We lopen terug, via The Nutshell, een van de kleinste pubs van Groot-Brittannië, naar het hotel om de auto op te halen.





Lavenham
De middag staat helemaal in het teken van de schilderachtige dorpjes van Suffolk.
Onze eerste stop is Lavenham, misschien wel de bekendste historische plaats van de regio. In de middeleeuwen werd Lavenham enorm rijk dankzij de wolhandel. Vooral in de vijftiende en zestiende eeuw verdienden lokale handelaren veel geld met de productie en export van Lavenham Blue, een hoogwaardige blauwe wolstof. Deze rijkdom zie je vandaag nog altijd terug in de indrukwekkende huizen en gebouwen.
Lavenham Guildhall
We bezoeken de Lavenham Guildhall, die rond 1529 is gebouwd door rijke wolhandelaren. Het gebouw behoorde tot de religieuze Guild of Corpus Christi, waarin onder andere vergaderd werd.
In het museum leren we dat het gebouw na de Reformatie zijn functie verloor. Het gebouw kreeg daarna verschillende bestemmingen. Zo was het tussen 1655 en 1836 een workhouse en later ook nog gevangenis.
In een van de ruimtes is ook te zien hoe het dorp er vroeger uitzag. Mooi om te zien, zonder de honderden auto’s. We gaan de straten maar eens verder bekijken in het echt.




Fotogeniek
Ondanks de auto’s die nu het zicht gedeeltelijk benemen is het toch de moeite waard om een rondje te lopen in het middeleeuwse dorp. Met meer dan 300 monumentale gebouwen heeft het een van de grootste concentraties beschermde historische gebouwen in Engeland.
Toen Lavenham zijn economische betekenis verloor doordat de wolindustrie in de zestiende eeuw instortte, werden er maar weinig nieuwe gebouwen neergezet. Hierdoor heeft het zijn historische karakter behouden. Iedere straathoek die je omloopt levert weer een nieuw fotomoment op.
Het voelt soms alsof je door een filmdecor loopt. En dat gevoel klopt ook wel. Lavenham diende als decor voor verschillende films en televisieseries, waaronder Harry Potter and the Deathly Hallows.




Church of St Peter and St Paul
Vlakbij de parkeerplaats staat nog een grote kerk, waar we natuurlijk nog even een kijkje nemen. De toren van de Church of St Peter and St Paul is ruim 40 meter hoog en behoort tot de hoogste dorpskerktorens van Engeland. Binnen oogt alles ook groots. Er zijn glas-in-loodramen en diverse details in de muren gekerfd. Een mooie afsluiter van ons bezoek aan Lavenham.




Kersey
Waar het in Lavenham nog redelijk druk is met bezoekers (voor de tijd van het jaar), hebben we Kersey bijna voor ons alleen. Dit kleine dorpje, met zijn historische huizen, beekje en landelijke sfeer, lijkt rechtstreeks uit een ansichtkaart te komen. Het dorp groeide, net als Lavenham, dankzij de middeleeuwse wolhandel.
We wandelen richting de kerk. Daarvoor steken we via een brug een zijstroom van de River Brett over. Auto’s moeten echter door een ford rijden, die bekendstaat als The Splash. Dat ga ik straks natuurlijk nog wel even doen met mijn auto!
We klimmen het trappetje op naar de Church of St Mary. Deze kerk heeft delen die teruggaan tot de middeleeuwen. Binnen zien we nog de laatste restjes van wat ooit grote muurschilderingen moeten zijn geweest.
Buiten lopen we nog een rondje langs de vakwerkhuizen, of hoe ze het hier zo mooi noemen: ‘chocolate box houses’. Hierna is het tijd om door de ford richting onze overnachtingsplek te rijden.





Colchester
We arriveren bij The Rose and Crown Hotel, dat in een prachtig vakwerkgebouw is gevestigd. Vanuit daar lopen we naar het centrum waar we een plekje zoeken om te eten. We eindigen bij The Playhouse, dat een zeer toffe locatie blijkt te zijn. Dit oude theater is namelijk omgebouwd tot pub. Wij gaan op het toneel zitten en genieten van ons eten onder het toeziend oog van vele beroemdheden die als kartonnen figuren op het balkon zijn gezet.




Dag 7: Colchester
Vandaag is alweer de laatste dag van ons tripje door East Anglia. We hebben de hele dag voor Colchester, dat bekendstaat als de oudste geregistreerde stad van Groot-Brittannië.
Colchester
De stad heeft een lange geschiedenis die teruggaat tot de Romeinse tijd, toen Colchester bekendstond als Camulodunum en uitgroeide tot de eerste hoofdstad van Romeins Britannia. Tijdens de opstand van Boudica in 60/61 is de stad grotendeels verwoest, maar de Romeinen bouwden haar opnieuw op.
Deze ochtend beginnen we in het park bij Colchester Castle. Een mooi groen stadspark waar de eekhoorns duidelijk gewend zijn aan bezoekers; ze komen nieuwsgierig (bedelend?) tot aan onze voeten gelopen. Het is bijna eng.



Colchester Castle
Daarna bezoeken we het kasteel zelf. Het huidige gebouw is in de 11e eeuw door de Noormannen gebouwd op de fundamenten van een Romeinse tempel van Claudius. Door de eeuwen heen raakte het kasteel deels in verval, maar tegenwoordig huisvest het een museum over de rijke geschiedenis van Colchester.
Dankzij de vele archeologische opgravingen is er enorm veel te zien, van Romeinse vondsten tot voorwerpen uit latere periodes. We zien mozaïekvloeren, beelden, Romeinse munten en voorwerpen uit het dagelijks leven. Bijzonder zijn ook oudere munten uit de late ijzertijd met de aanduiding CAM, een verwijzing naar Camulodunum.
Van het kasteel zelf is weinig meer te zien, alleen de buitenmuren en een oude gevangenis. Door het open karakter van het gebouw is het wel vrij gehorig. Met een paar schoolklassen binnen is het voor ons dan ook tijd om weer naar buiten te gaan.
Colchester Natural History Museum
Tegenover het kasteel nemen we een kijkje in het Colchester Natural History Museum, gevestigd in de voormalige All Saints’ Church. De collectie richt zich vooral op de natuur van Essex, met aandacht voor geologie, dieren en planten. Een klein gratis museum, prima voor een korte tussenstop.



Town Hall
Daarna wandelen we verder de stad in. De Town Hall trekt onze aandacht. Helaas is het vandaag gesloten voor bezoekers, maar ik mag wel een foto maken van het standbeeld van Victoria dat pontificaal in het trappengat staat.
We missen hierdoor het padje naar de Dutch Quarter en lopen uiteindelijk maar eerst naar de rivier Colne. Hier staan enkele vakwerkhuizen die zich weerspiegelen in de rivier. Het levert een prachtig plaatje op.
Dutch Quarter
Op de terugweg gaan we dan echt het historische Dutch Quarter in. In deze wijk vestigden zich in de 16e eeuw veel Vlaamse protestanten die vanwege hun geloof uit de Lage Landen waren gevlucht. Zij brachten hun kennis van de textielindustrie mee en hielpen Colchester uitgroeien tot een welvarende stad. Er staan nog veel historische vakwerkhuizen in de smalle straten.
We komen weer uit bij de Town Hall, waarna we voor de lunch weer teruggaan naar The Playhouse.






Jumbo Water Tower
Na de lunch lopen we naar de opvallende Jumbo Water Tower, die zo’n 40 meter boven de stad uittorent. Deze victoriaanse watertoren uit 1883 leverde drinkwater aan Colchester. De toren raakte in 1984 buiten gebruik en krijgt momenteel een nieuwe bestemming als erfgoedlocatie.
Balkerne Gate
Vlak daarbij ligt ook de indrukwekkende Balkerne Gate. De poort maakte deel uit van de verdedigingswerken rond Camulodunum en geldt als de oudste nog bestaande Romeinse stadspoort van Groot-Brittannië. We lopen verder via de (Romeinse) stadsmuur.
We lopen naar de resten van een Romeinse kerk. We willen daarna nog een bezoekje brengen aan het Roman Circus Visitor Centre, maar als Google Maps ons verkeerd stuurt besluiten we toch maar weer naar het centrum terug te keren.



St Botolph’s Priory
We dwalen verder door de stad richting de ruïnes van St Botolph’s Priory. De priorij werd rond 1100 gesticht door Augustijner kanunniken en was een van de eerste kloosters van die orde in Engeland. Natuurlijk heeft het de ontbinding van de kloosters niet overleefd. Er resten nu slechts wat muren, verscholen in een parkje naast de St Botolph’s Church.


Firstsite
Om de hoek ligt Firstsite, waar moderne kunsttentoonstellingen en een café zorgen voor een rustig einde van de middag. Tijd voor een scone natuurlijk.
De kunst kan ons niet zo bekoren en dus sluiten we ons bezoek aan Colchester af met een rondje door het winkelcentrum.




Dedham
We verlaten Colchester en rijden richting het noorden, waar we uitkomen in Dedham Vale. Dit beschermde natuurgebied rond de rivier de Stour is bekend om zijn landschap van groene heuvels, weilanden en schilderachtige dorpjes. Het gebied inspireerde ook kunstenaar John Constable, die hier verschillende van zijn beroemde landschappen schilderde.
We maken een korte stop in Dedham, een sfeervol dorpje aan de rivier, voordat we doorrijden naar Harwich.

Harwich
Omdat we nog wat tijd hebben voordat de boot vertrekt, wandelen we nog even door de oude haven. Harwich groeide uit tot een belangrijke marine- en handelshaven. Verschillende bekende Engelse zeevaarders vertrokken hiervandaan voor hun reizen. We zien gevels die dateren uit de Georgische en vroeg-Victoriaanse periode.
Diverse restaurants zijn dicht, maar bij Sam’s Wine Bar kunnen we onze East Anglia roadtrip in zeven dagen nog rustig nabespreken onder het genot van wat eten.




Terugreis
Harwich heeft al lang een Nederlandse connectie. Al vanaf de zeventiende eeuw vertrokken vanuit de haven passagiers- en postdiensten richting Nederland. Tegenwoordig verzorgt Stena Line de route naar Hoek van Holland. Deze nemen wij dan ook terug naar huis.
Voor de terugreis hebben we een luxe hut gekregen, compleet met minibar. Een heerlijke manier om deze prachtige reis door East Anglia ontspannen af te sluiten. Met een hapje en drankje kijken we nog wat Nederlandse televisie, zodat we meteen weer een beetje meekrijgen wat er thuis allemaal gebeurt.
De volgende ochtend kunnen we alweer vroeg van boord rijden in Nederland, met opnieuw een mooie reis om op terug te kijken.




Meer informatie
Wil je ook rondreizen in deze omgeving? Lees dan verder over East of England / Oost-Engeland, Ontdek het vroegere koninkrijk East Anglia of 10 redenen om Suffolk te bezoeken.
Daarnaast vind je op Britblog praktische informatie over reizen naar het Verenigd Koninkrijk, inspiratie voor rondreizen, tips voor accommodaties en uitgebreide gidsen over steden, regio’s en bezienswaardigheden in onder andere Engeland.
In het kader van transparantie willen we graag vermelden dat een gedeelte van deze reis mogelijk is gemaakt dankzij samenwerking met Stena Line. We zijn dankbaar voor hun ondersteuning, die ons in staat heeft gesteld om deze bijzondere ervaring met jullie te delen. Hoewel sommige aspecten van de reis gratis voor ons waren, blijft onze beoordeling en mening over de bestemming eerlijk en onafhankelijk.









