Home » Groot-Brittannië » Engeland » Regio’s » North East » Roadtrip Northumberland Coast: kastelen, eilanden en erfgoed in 2 dagen

Gepubliceerd op 14 augustus 2025 | Laatst aangepast op 4 september 2025

De kustlijn van Northumberland staat al lang op mijn wensenlijstje. Wanneer ik dan ook nog een paar dagen over heb voordat ik de overtocht met DFDS terug naar Nederland heb, weet ik deze makkelijk te vullen. Reis je met me mee tijdens deze 2-daagse roadtrip langs de hoogtepunten van de Northumberland Coast?

Dag 1: Bamburgh en Farne Islands

Ik heb net genoten van een drie daagse autorondreis door Durham, maar met nog een paar dagen te gaan in Engeland zet ik mijn reis naar het noorden voort. Ik verbleef in een hotel nabij Newcastle, vanwaar ik een uurtje rijden is naar mijn eerste stop: Bamburgh. Het dorp heeft een indrukwekkende ontvangst, doordat al vanaf ver het gelijknamige kasteel kan zien.

Bamburgh

Ik ben op tijd in het plaatsje, waardoor ik mijn huurauto dichtbij het kasteel kan parkeren. Deze is nog niet open, dus loop ik de heuvel weer af waar deze op ligt. Ik maak een korte wandeling in het dorpje, waar de tijd lijkt stil te staan. Vanuit elke hoek is het fotogeniek. Met de rode telefooncel, het kasteel waar je niet omheen kunt, het kerkje en de zee die je soms tussen de gebouwen door ziet.

Bamburgh Castle

Wanneer ik terug omhoog klim naar Bamburgh Castle zie ik dat het al een stuk drukker is geworden, er staat al een kleine rij voor de ingang. Ik sluit ook aan, want dit iconische kasteel wil ik al heel lang bezoeken.

De plek is niet zomaar gekozen, vroeger stond hier al het Keltisch-Brittonische fort Din Guarie. Het was mogelijk de hoofdstad van het koninkrijk Bernicia rond 420-547. In 547 is het ingenomen door koning Ida van Bernicia en werd het een koninklijke residentie van de Angelsaksische koningen.

Na de verovering door de Normandiërs werd eind 11e eeuw het stenen kasteel gebouwd, waarvan de kern nog steeds het huidige kasteel vormt. Later heeft het ook dienst gedaan als paleis voor Engelse koningen. Na de 17e eeuw raakte het kasteel in verval, waarna het in de 18e en 19e eeuw is gerestaureerd door de industrieel William Armstrong.

State Rooms

Het ziet er dus niet alleen stoer uit, maar heeft ook prachtige kamers, die ik nu mag ontdekken. Ik ga als eerste de State Rooms in, in de hoop de drukte voor te zijn. In de eerste ruimte leer ik meer over het kasteel en de vondsten (o.a. Bamburgh Beast) die hier zijn gedaan. Een kleine, maar overzichtelijk en leerzame tentoonstelling.

Daarna wandel ik de vertrekken van Lord Amstrong in, tot ik bij het prachtige King’s Hall kom. Bij binnenkomst zie ik een aantal attributen zoals een troon en kostuums uit The Last Kingdom. Deze hitserie is hier gedeeltelijk opgenomen. De zaal trekt echter meer mijn aandacht. Hij is groot, heeft een haardvuur en veel details in het plafond.

Woonhuis

De volgende ruimte is de trappenhal, ik zou graag boven een kijkje nemen, maar deze ruimtes zijn niet voor de bezoekers. Het huis wordt nog steeds bewoond door de familie Amstrong, dus ik neem aan dat deze kamers privévertrekken zijn. De kamers die daarna komen zijn gezellig, en geven een mooie kijk in het verleden van het kasteel en de familie.

Uitzicht

Vanuit de kamers heb ik al regelmatig mooi uitzicht gehad, maar vanaf buiten zie je natuurlijk veel meer. Vanaf de muur heb ik goed uitzicht op de Farne Islands en Lindisfarne. Beide ga ik nog bezoeken tijdens mijn 2-daagse roadtrip langs Northumberland Coast. Ook het strand is goed te zien, één van de mooiste van het Verenigd Koninkrijk.

Maar ook op de kasteelgrond is nog genoeg te ontdekken. Vlak voor de ingang van de State Rooms liggen de resten van het middeleeuwse St Peter’s Chapel.

Lunch

Aan de andere kant van de Keep liggen iets lager de Victoriaanse stallen. Ooit plek voor de paarden, nu zitten er mensen te genieten van een lunch. Ook voor mij is het tijd om wat te eten, ik ga echter voor het café. Als ik de scone zie, is mijn (ongezonde) keuze snel gemaakt. Hij is groot, heel groot, en daar kan ik dan ook wel even mee door.

Armstrong Museum

Wanneer ik via de poort in een andere open ruimte kom zie ik een klein museumpje, nieuwsgierig ga ik daar naar binnen. Het Armstrong Museum geeft een kijkje in de uitvindingen van William Armstrong, evenals zijn industriële en militaire interesses.

Weer buiten ga ik naar het meest opvallende gebouw binnen deze kasteelmuren, een windmolen. Helaas mag ik er niet in, maar uniek is het wel. Het zorgde ervoor dat het kasteel zelfvoorzienend was, wat erg handig kan zijn. Ik wandel nog eenmaal over het terrein, waar ik de omgeving in me opneem en afscheid neem van het kasteel. Tijd om niet alleen van veraf naar de Farne Islands te gaan kijken…

Seahouses

Om dichterbij de eilanden te kopen rij ik eerst naar Seahouses, wat me slechts tien minuten kost. Het zoeken van een parkeerplek gaat echter niet zo snel. Het is een Bank Holiday Monday waar kinderen, en veel van hun ouders, vrij zijn. Het is prima weer, dus een dagje strand staat bij vele op de agenda.

Nadat ik een koppel wat terug loopt op de parkeerplaats op een slakkengang achterna zit heb ik geluk. De auto’s achter me zijn minder blij, maar ik heb eindelijk plek na het vijfde rondje.

Het dorpje zelf is een echt vissersdorpje en vooral een toegangspoort tot het strand en de Farne Islands (met boottocht dan). Ik heb nog even de tijd voordat ik de boot op moet, dus loop ik een rondje en koop wat souvenirs. Ik ben duidelijk niet de enige die hier komt voor de papegaaiduikers. Ik moet me echt inhouden om niet alle spulletjes te kopen waar deze guitige vogels op staan. Een klein knuffeltje voor in mijn auto sta ik mezelf toe.

Billy Shiel’s boottrip

Ik heb een overtocht met Billy Shiel’s , een van de bekendste boottochten vanuit Seahouses. Het familiebedrijf is opgericht in 1918, toen de vader van Billy Shiel begon met het meenemen van passagiers naar de eilanden na een ochtend vissen. Inmiddels laten ze het vissen zitten en hebben ze diverse tochten in de omgeving. Zo kun je op trip om zeehonden te gaan bekijken, of een rondje rondom de Farne Islands, maar ik ga de ultieme trip doen: een Inner Farne landing.

Farne Islands

De Farne-eilanden zijn een groep van 15 tot 28 eilanden, afhankelijk van het getij. Het grootste en bekendste eiland is Inner Farne. Het wemelt hier van de dieren, vooral vogels, en hoop deze dan ook te gaan spotten. In de omgeving zijn de laatste tijd dolfijnen en zelfs orka’s gezien, dus dat is dubbel opletten vanaf het moment dat ik aan boord van de boot van Billy Shiel’s stap.

Na een stukje varen, tegen de golven omhoog, zien we de eerste zeevogels al op zee. Puffin! roepen de eerste dan ook al snel, waarna iedereen echt wakker schrikt en om zich heen gaat kijken. De kleine vogels, ook vaak clowns van de zee genoemd, zijn makkelijk te herkennen aan hun oranje snavel en manier van vliegen. Vanaf de zee zien we ook al de vuurtoren van Inner Farne. We moeten echter nog een stukje om aan te kunnen meren.

Zeekoeten

Voordat we aanmeren varen we eerst langs een eiland vol met zeekoeten. Het is een indrukwekkend gezicht. Privacy hebben de beestjes er niet, elke centimeter wordt gebruikt. En dan vliegen en zwemmen er nog vele zeekoeten om ons heen ook.

Zeekoeten op een van de Farne eilanden

Inner Farne

Al snel zijn we dan ook bij Inner Farne, waar we na het aanmeren worden gecontroleerd op ons ticket. Naast een bootticket heb je namelijk ook een toegangsstempel van de National Trust nodig. Zij beheren de eilandengroep, en kunnen met de inkomsten de natuur helpen.

Het waait hard en andere toeristen staan te wachten tot ze weer met hun boot kunnen vertrekken. Als ik de trap op ben gelopen ga ik eerst bij de St. Cuthbert’s Chapel naar binnen. Het is er druk met mensen die schuilen voor de wind. St Aidan en St Cuthbert zouden hier ooit al een kapel hebben gebouwd, maar het huidige gebouw is van rondom 1370. Het is klein, maar heeft een glas-in-loodraam en mooie houtsnijwerk banken.

Tegenover de kapel is ook een klein bezoekerscentrum over de eilanden. Ik ben hier echter maar voor één reden: papegaaiduikers!

Noordse sterns

Hiervoor moet ik eerst nog langs heel veel (broedende) noordse sterns. Die ook zeker wel een foto waard zijn, maar ook een gevaar vormen. Ik ben al gewaarschuwd dat je het beste je hoofd kan bedekken, omdat ze hun nest willen beschermen en dus aanvallen. Als mijn capuchon af waait krijgt er een me dan ook te pakken. Ik voel een tik tegen mijn hoofd. Gelukkig zijn het maar kleine beestjes en levert het geen echte pijn of schade op.

Papegaaiduikers

Ik word beloond met papegaaiduikers, of op zijn Engels: puffins. En niet met een paar ver weg, ze zijn overal! Ik leef me dan ook helemaal uit en maak zo veel foto’s als ik kan. Ik probeer ze vliegend vast te leggen (niet mijn grootste talent). De meeuwen zitten af en toe achter de papegaaiduikers aan die terugkomen met zandspieringen (visjes). Dat ze zelf gaan vissen! Maarja, dat is de natuur.

Tussen de papegaaiduikers zitten ook af en toe zeekoeten langs de kliffen. De lucht en de grond vult zich echter voornamelijk met de kleine vrolijke zwart/wit/oranje-vriendjes. Ik moet echt af en toe op mijn horloge kijken. We hebben een uur en dat vliegt voorbij (net zoals de papegaaiduikers!). Net voordat de boot vertrekt loop ik het rondje op het eiland af, weer tussen de noordse sterns door, naar de boot. Met honderden mislukte foto’s, maar ook zeker tientallen pareltjes stap ik weer aan boord.

Als een blij kind varen we verder, want de boottrip is nog niet gedaan.

Vuurtorens

De verschillende eilanden hebben ook diverse vuurtorens. We varen eerst langs de resten van Brownsman Lighthouse. Deze is gebouwd in 1811, maar sinds 1826 gesloten toen Longstone Lighthouse aan ging. Deze passeren we gelijk daarna. Het is een opvallende rood/witte-vuurtoren wat voor een mooi plaatje zorgt. Hier zou Grace Darling, de dochter van de vuurtorenwachter, in 1838 samen met haar vader schipbreukelingen hebben gered.

Grijze zeehonden

Met de papegaaiduikers nog vers in mijn geheugen ben ik al helemaal blij met dit boottochtje. We zijn echter nog niet klaar met de wilde dieren. De kapitein weet ons perfect te positioneren voor een groep grijze zeehonden. Ze liggen lekker te genieten en kijken even op wanneer we dichterbij komen. Ze zijn de kers op de taart van dit tripje.

Op de terugweg hebben we mooi zicht op de kust, met als opvallendste punt Bamburgh Castle.

Bamburgh Beach

Terug in Seahouses pak ik de auto en rijd ik weer naar het noorden, ik stop toch nog even kort in Bamburgh, dit keer bij het strand. Hier ben ik vanochtend nog niet geweest en ik neem dan ook een kort kijkje. Vanuit het strand heb je een prachtig zicht op het kasteel. Wanneer ik terugloop naar de auto komt nog even het zonnetje op het kasteel.

Vanuit hier is het nog een half uur rijden naar mijn overnachtingsplaats: Berwick-upon-Tweed. De meest noordelijke stad van Engeland. Nadat ik ingecheckt ben bij de B&B en een hapje heb gegeten begint het te regenen. Verplichte rust dus….

Dag 2: Berwick-upon-Tweed & Lindisfarne Island

Ik ben vroeg wakker, maar in plaats van nog eens omdraaien sta ik toch maar op. Is wil namelijk nog heel graag iets van Berwick-upon-Tweed zien, voordat ik weer verder moet. De stad ligt op slechts vier kilometer afstand van de Schotse grens. Je kunt je dan ook wel voorstellen dat Berwick een rumoerige geschiedenis heeft. Nu, net iets na zes uur, is het er echter rustig.

Ochtendwandeling Berwick

Ik begin mijn wandeling op Marygate, waar Berwick Town Hall staat. Dit 18e eeuwse neoklassieke gebouw had oorspronkelijk een gevangenis op de bovenste verdieping. Tegenwoordig vind je hier het Town Hall Museum met de historische Cell Block. Gek genoeg is deze gesloten 😉.

Tweed

Ik loop dan ook verder richting de rivier Tweed, die ik gisteren over heb gestoken via de Royal Tweed Bridge uit 1928. In de volksmond wordt deze ook wel eens New Bridge genoemd. Ernaast ligt namelijk The Old Bridge (Berwick Bridge), een zandstenen boogbrug uit de 17e eeuw. Hier is alleen nog maar eenrichtingsverkeer op mogelijk. Ik steek echter niet over, ik loop langs de rivier richting de monding.

Stadsmuren

Al snel kan ik een trap op en loop ik op de Elizabethaanse stadsmuren met bastions. Deze vrijwel intacte verdedigingswerken uit de 16e eeuw zijn uniek in Engeland. Ze omsluiten het oude centrum volledig en vormen zo dan ook mijn verdere route. Vanaf de muur heb ik een goed uitzicht op de Tweed en de dorpen Tweedmouth en Spittal aan de overkant.

Bij de monding zie ik de vuurtoren, dat is vast ook een mooie wandeling, ik loop echter verder over de vestigingswerken.

Bastions

Hier kom ik bij de bastions, de naar buiten stekende, pijlvormige uitbouwen van de stadsmuren. In Nederland kennen we die van plaatsen zoals Heusden, Naarden en Bourtange. In Engeland zijn ze echter uniek, en er is nog veel in takt ook. Het is indrukwekkend om te zien.

Ik merk dat er meer leven in de stad komt, er komen mensen voorbij die hun hond uitlaten of hun ochtendrondje maken.

Barracks

Ik stap even de vestingmuren af om een kijkje te nemen bij Berwick-Upon-Tweed Barracks. Het gebouw uit 1721, ontworpen door Nicholas Hawksmoor, was de eerste speciaal gebouwde infanteriekazerne in Engeland. Nu is het een museum, wat natuurlijk zo vroeg niet open is. Ik wandel de muren verder af die hier meer landinwaarts gaan en geniet van het zicht op Berwick dat langzaam ontwaakt.

Nadat ik mijn rondje om het centrum over de muur heb gelopen ga ik terug naar mijn B&B, want van al dat wandelen krijg je honger. Inmiddels zal het ontbijt wel gereed staan.

Lord’s Mount

Na het ontbijt ga ik weer verder aan de wandel. Ik heb namelijk nog niet alles gezien. Bij de Barracks ga ik onder de muur door, langs de golfbaan en dan weer langzaam naar boven om weer op de vestingwerken te komen.

Hier kom ik uit bij Lord’s Mount, een ruïne van een artillerietoren die tussen 1539 en 1542 is gebouwd in opdracht van Henry VIII. Deze plek was namelijk bijzonder kwetsbaar voor aanvallen van buitenaf. Daarom is ook nabijgelegen Bell Tower in 1577 gebouwd, zo had men goed uitzicht.

Berwick Castle

Ik wandel door de straten en langs het station van de stad. Hier kom ik in een mooi aangelegde tuin tot ik weer bij de Tweed ben. Hier zie ik de Royal Border Bridge, een Victoriaans spoorwegviaduct (1847–1850), van dichtbij. De brug is ontworpen door Robert Stephenson en er gaan nog steeds met enige regelmaat treinen overheen.

Al snel kom ik bij de eerste resten van Berwick Castle aan. Er is weinig over van het kasteel dat oorspronkelijk is gebouwd in de 13e eeuw en later is herbouwd door Edward I. Het kasteel moest plaats maken voor de spoorlijn in de 19e eeuw. Zonde toch eigenlijk?

Ik loop om de ruïne heen, langs de achterkant van het station. Vanaf hier loop ik weer naar mijn auto, want het is tijd om verder te gaan.

Holy Island

Het is slechts een half uurtje rijden naar mijn volgende stop, maar het is wel een spectaculaire tocht. Ik ga namelijk naar Landisfarne, beter bekend als Holy Island, wat een getijdeneiland is. Ik kan maar tot 13:05 het eiland op. Ik ben echter ruim op tijd, want ik wil graag het kasteel zien, en dat sluit deze dag al om 12:30 zodat het personeel nog van het eiland af kan.

Ik vind het wel tof om over de weg te rijden die over enkele uren verdwenen is in de zee. Er liggen diverse plassen water. Ik vraag me af of dit eigenlijk wel goed is voor je wagen. Gelukkig ben ik met een huurauto. Op het eiland is er één groot parkeerterrein, waar ik mijn auto dan ook tussen de andere neer zet.

Lindisfarne Castle

Mijn eerste stop is het kasteel, Lindisfarne Castle , omdat dat als eerste sluit en ik dit icoon natuurlijk niet wil missen. Het is in de 16e eeuw gebouwd als fort op BebloweCrag, een opvallende whinstone rotsformatie. Zo kon de nabij gelegen haven worden beschermd tegen de Schotten.

In 1901 vroeg Edward Hudson, oprichter van het tijdschrift Country Life, architect Edwin Lutyens om het gebouw op te knappen. Het hoefde niet meer te dienen als fort, maar werd een waar kasteel. Voor de entree moet er al omhoog geklommen worden, bij de kassa krijg ik een kaartje van Edward Hudson die me uitnodigt om zijn vakantiewoning te komen bezoeken. Dat laat ik me geen tweede keer vertellen.

Entree

Ik klim verder naar boven en geniet bovenaan de trap even van het uitzicht voordat ik echt naar binnen ga. Ik stap terug in de tijd bij de knusse keuken. Als ik goed kijk zie ik zelfs nog oude decoratie (17e eeuws) op de muur. In de gang zie ik een prachtige kaart, die aangeeft vanuit welke kant de wind nu waait. Op de schildering uit 1913 is o.a. de Spaanse Armada te zien die weg vlucht voor de Engelse vloot.

Uitzicht

Ik neem de trap naar boven en kom uit op het dakterras, wat vroeger natuurlijk perfect was als uitkijkpost. Alhoewel het dat nu nog steeds kan. In de omgeving is genoeg te zien. Zo kijk ik terug op het dorp zelf, de haven maar vooral de prachtige Northumberland Coast. Ik herken Bamburgh Castle en in de verte ook nog de Farne Islands. Het is duidelijk nog vrij laag water, met diverse zandbanken. Op een van de banken liggen diverse zeehonden lekker te chillen in de zon, die hebben het goed voor elkaar!

Interieur

Ik ga via een andere deur weer naar binnen. Het is niet groot, alhoewel je anders zou vermoeden vanuit de buitenkant. De kamers hebben Tudor- en Edwardiaanse elementen en ogen gezellig. Je zou er zo in kunnen trekken. Alleen jammer van al die toeristen dan 😉.

Ik wandel door de slaapkamer, eetkamer en scheepskamer, met een hele gave klok waar de scheepjes in bewegen. Wanneer ik weer naar buiten loop worden er al geen nieuwe bezoekers meer toegelaten. Het personeel wil afsluiten en van het eiland af.

Ik blijf echter nog op het eiland, ik heb geen verdere plannen voor vandaag en wacht tot het vanavond weer eb is.

Castle Point Lime Kilns

Omdat ik toch alle tijd heb doe ik het rustig aan. Ik wandel richting het puntje van het eiland, hier zie ik de Castle Point Lime Kilns. Dit is een van de grootste, best bewaarde en meest complexe kalkovens in Engeland. William Nicholl uit Dundee bouwde de ovens rond 1860, ter vervanging van oudere kalkovens elders op het eiland. Er werd ongebluste kalk (quicklime) mee gemaakt doormiddel van kalksteen (afkomstig uit de steengroeve in het noorden van het eiland) samen te verhitten met steenkool.

Nu kun je door het complex lopen, met uitzicht op de zee. Ik wandel langs de zee en neem dan weer het pad richting het dorp.

Gertrude Jekyll Garden

Hier kom ik langs Gertrude Jekyll Garden, een ommuurde tuin die in 1911 is ontworpen door de tuinarchitecte Gertrude Jekyll. Er staan diverse bloemen in bloei en het is een beetje een gek gezicht op deze kale vlakte. Je waant je even in een andere omgeving, met uitzicht op het kasteel aan de open zijde. De verleiding van de bankjes zijn groot, maar mijn maag heeft andere plannen.

Ik loop terug naar het dorpje, maar daar is inmiddels bijna alles dicht. Gelukkig is de pub nog open. Waar ze een beetje verbaasd zijn dat er een toerist binnen komt. De opmerkingen ‘Ja alles is dicht’ en ‘wandelen kan nog wel inderdaad’ laten me toch even schrikken. De priorij zou ook dicht zijn, maar volgens mijn voorbereidingen niet….ach ik geniet gewoon van mijn Coronation Chicken Sandwich, ik kan toch nergens anders meer heen. Het is nu echt een eiland geworden.

Lindisfarne Priory Museum

Wanneer ik naar Lindisfarne Priory loop vraag ik me toch af of ik wel goed heb gekeken naar de openingstijden. Maar gelukkig, hij is open. Ik stap eerst het museum in, dat in 2023 nog is vernieuwd. Het is niet groot, maar ik leer er meer over de geschiedenis van de priorij. En dus ook van dit eiland, wat niet voor niets de bijnaam Holy Island kreeg. 

Er zijn diverse vondsten te zien uit de 8e en 9e eeuw, zoals munten en stukken van aardewerk. Niet gek als je je bedenkt dat de Ierse monnik St. Aidan de eerste priorij stichtte in 635, op uitnodiging van koning Oswald van Northumbria. In 793 vielen Vikingen echter Lindisfarne aan, vaak gezien als het begin van het Vikingtijdperk in Engeland. In het museum is de Viking Raider Stone te zien, die waarschijnlijk de aanval van 793 gedenkt.

Na mijn bezoek aan het museum loop ik iets verder naar de ruïne.

Lindisfarne Priory

Door herhaalde Vikingovervallen vertrokken de monniken uiteindelijk in de 10e eeuw voorgoed naar Durham. Na de Normandische verovering is op de oorspronkelijke plek een nieuw klooster gebouwd, waarvan de ruïnes uit de 12e eeuw ik nu ga bezoeken.

De ruïnes zijn prachtig gelegen, met uitzicht op het kasteel (wat er bij de bouw dus nog niet was). De zon schijnt heerlijk, dus ik wandel op mijn gemak tussen de oude stenen. Er staat een duidelijke uitleg op de diverse plekken waardoor de ruïnes weer vorm krijgen in mijn hoofd. Het moet een gigantisch bouwwerk zijn geweest voor zo’n klein eiland.

Tijdens mijn bezoek wordt het weer wat drukker met andere toeristen. Waar komen die toch ineens vandaan? Als ik in de verte de bootjes in de haven zie begrijp ik het.

Lindisfarne Priory raakte in verval en werd een ruïne als gevolg van de ontbinding van de Engelse kloosters in opdracht van koning Hendrik VIII rond 1536. Eeuwig zonde.

St Mary the Virgin

Nu staat er alleen nog een kleine kerk naast de ruïnes, die dienst mocht blijven doen als parochiekerk. Oorspronkelijke delen van de kerk zijn mogelijk Saksisch, maar belangrijke uitbreidingen en het huidige aanzicht dateren vooral uit de 12e en 13e eeuw. Het kerkje heeft moderne glas-in-loodramen. Een raam trekt vooral mijn aandacht, er staan dieren uit de omgeving op. De papegaaiduiker, zeehonden en eidereend kan ik afstrepen, deze heb ik allemaal gezien. Er staat echter ook een hert op, die heb ik hier in Northumberland nog niet gezien.

Sowieso lijkt het wel de regio van de vogels te zijn, ik zie niet anders dan diverse vogels zoals musjes, zwaluwen, merels en oeverpiepers. Het vrolijkt me extra op tijdens het wandelen. En dat is precies wat ik nu ga doen, want ik heb nog wel even voordat ik weer het eiland af kan. Gelukkig vind ik dat ook niet erg.

St Cuthbert’s Island

Ik wandel richting het water en zie St Cuthbert’s Island, Een klein eilandje met een kruis daarop. Met laag water is het bereikbaar. St Cuthbert is een beroemde 7e-eeuwse monnik, abt en later bisschop van Lindisfarne. Volgens de overlevering trok Cuthbert zich op dit kleine eiland terug voor gebed en afzondering, wanneer hij rust zocht van het kloosterleven. Het was voor hem een plek van stilte en contemplatie voordat hij zich later op de meer afgelegen Farne Islands vestigde als kluizenaar.

Heugh

Ik vind Lindisfarne al afgelegen genoeg en loop door langs de kust, de Heugh op. Dit is een verhoogde rotsrug van hard stollingsgesteente (whinstone/doleriet). Het heeft een lange geschiedenis, er liggen dan ook diverse resten van bouwwerken op. Er is ook een voormalige Coastguard-uitkijktoren, wat nu open is voor het publiek als uitkijktoren. Vanaf hier heb je goed uitzicht op het hele eiland.

Ik loop door naar de haven, waar de meeste toeristen weer op de boot stappen. Verbaasd word ik nagestaard als ik niet op een van de boten stap maar weer richting het dorp loop. Hier blijkt toch nog een winkel open te zijn.

Lindisfarne Mead

Een bekend product van het eiland is namelijk Lindisfarne Mead, een honingwijn. Natuurlijk is hier een speciale winkel voor, waar ze naast de wijn nog veel meer verkopen. Ik dwaal door de souvenirs, die puffin-pin kan ik niet laten liggen. Er is ook een drank gedeelte in de winkel, waar ze niet alleen hun honingwijn verkopen. Er zijn ook gins, bieren en likeurtjes. Ik doe snel wat inkopen om het thuisfront blij mee te maken. Ik wandel daarna wel naar de auto om daar de zware aankopen achter te laten.

Wandelen

Het is inmiddels al kwart voor zes, wat vliegt de tijd, ook als je er genoeg van hebt. De weg laat zich al steeds meer zien nu de zee zich weer terugtrekt. Ik besluit richting het duingebied te lopen. Wanneer ik het gebied in kom zie ik links in mijn ooghoek wat zwarte schapen lopen. Wat leuk dat die hier rond lopen! Daar ga ik zo heen, maar nu eerst die paar stenen voor me verder bekijken.

Bij de stenen aangekomen staat er niets bij, geen idee waar dit een ruïne van is. Dan maar naar de schapen. Maar als ik dichterbij kom zie ik ze niet meer….sinds wanneer zijn schapen zo snel? Wanneer ik verder wil lopen zie ik in mijn ooghoek iets wegspringen. Het waren geen schapen, maar reeën! Had ik nu maar wat beter gekeken. Ik weet nog snel een filmpje te maken voordat ze achter de duinen verdwijnen.

Ik ben nooit zo snel als zij, maar loop toch achter ze aan, wie weet zie ik ze toch nog. Achter de duin liggen nog heel veel meer duinen. Het gebied is begroeit, dus lastig te bewandelen, maar wel prachtig. Ik wandel verder, ik wil graag naar het strand aan de andere kant. Dan zie ik de reeën weer en waag ik me de duinen op. Helaas was dat de laatste glimp van ze.

Afscheid

Na ook een glimp van de zee aan die kant ga ik maar weer terug naar de auto. Voordat ik terug ben mag ik de weg alweer oversteken. Als ik terug loop hoor ik de eerste auto’s de oversteek alweer maken. Ik hoopte op nog wat te eten, maar de pub zit vol. Ik ben eigenlijk nog te moe om op zoek te gaan naar iets anders, ik pak de auto wel en zie onderweg nog wel. Ik moet toch nog tanken, en dat wil ik bij een supermarkt doen, dus dan koop ik wel iets.

Ik rij de Lindisfarne Causeway weer af naar het vaste land. Af en toe ligt er nog wel een plas zeewater. Onderweg kom ik een auto tegen die minder geluk heeft gehad, en opgetakeld wordt. Ik ben blij dat ik gewoon door kan rijden naar de A1. Helaas duurt het ritje op de A1 niet lang, er is een ernstig ongeluk gebeurd. Wanneer ik een detour maak over de kleine landweggetjes zakt de zon achter de horizon. Het is prachtig! Helaas heb ik geen mogelijkheid om het vast te leggen, anders dan in mijn eigen geheugen.

Ik stop het glooiende landschap in oranjetinten bij de andere prachtige herinneringen die ik deze trip heb gemaakt. Wat een geweldige bestemming is dit toch, het stond niet voor niets op mijn wensenlijstje, het heeft alle verwachtingen waar gemaakt.

Terug naar Nederland

In de avond lever ik (nog op tijd) mijn huurauto in bij Newcastle Airport, waarna ik de metro naar het centrum pak. Ik heb nog een dagje Newcastle tegoed, waar ik de rivier de Ouse Burn verder verken. In de middag ga ik met de bus weer naar de ferryterminal om de DFDS-boot terug naar Nederland te pakken. Op de boot geniet ik, onder het genot van wat te eten en drinken, na van al het moois wat ik in slechts 2 dagen heb mogen zien tijdens mijn Northumberland Coast roadtrip.

Meer informatie voor je roadtrip Northumberland Coast

Lees meer over Northumberland of Noordoost-Engeland.

Ik wil graag DFDS Seaways en Visit Northumberland bedanken voor het faciliteren van de terugreis en de toegangstickets van diverse attracties. Dit heeft geen enkele invloed gehad op het verhaal wat ik hier heb gedeeld.   


Geschreven door:


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Meer Engeland

Ben je je reis naar Engeland aan het plannen?
Of gewoon inspiratie aan het opdoen?
Kijk hier voor meer reisinspiratie naar Engeland.

Nieuwsbrief
  • 6X per jaar informatie over het Verenigd Koninkrijk ontvangen?
  • Nooit meer zonder reisinspiratie 
  • Leuke winacties
  • De verrassendste bestemmingen
  • Zonder reclame
Volg ons via…
Zoeken