You are here
Home > Groot-Brittannië > De Slag bij Culloden, de battle die Schotland veranderde

De Slag bij Culloden, de battle die Schotland veranderde

Het is 16 april 1746 en het bloed vloeit in de Schotse Hooglanden. De Jacobieten vechten vergeefs voor hun Bonnie Prince Charlie. Inmiddels is het 275 jaar geleden, maar nog steeds is de Slag bij Culloden bekend en niet alleen door Outlander. Het is een van de beroemdste veldslagen van Groot-Brittannië. Maar wat was er precies gaande en wat kun je er nu nog van meekrijgen?

Het is niet zo gek dat de Slag bij Culloden (Schots Gealic: Blàr Chùil Lodair) zo’n permanente plek in de geschiedenis heeft. Het is de laatste veldslag die in Groot-Brittannië heeft plaatsgevonden. De Jacobitische opstand onder leiding van Bonnie Prince Charlie is hard neergeslagen door het regeringsleger onder leiding van de Hertog van Cumberland.

Battle of Culloden

Inhoud Slag bij Culloden

Locatie Slag bij Culloden


Geschiedenis: Jacobus II

Jacobus II van Engeland

Om de veldslag te begrijpen moeten we eerst verder terug in de tijd. De oorsprong van deze oorlog ligt in 1688. Bonnie Prince Charlie’s grootvader is Jacobus II van Engeland (ook wel James II van Engeland en James VII van Schotland). Hij is rooms-katholiek en een groot aanhanger van absolute monarchie (het alleenrecht). Dit zorgt ervoor dat vele Britten tegen hem zijn en de ‘Glorious Revolution’ een kans krijgt. Op 11 december 1688 wordt Jacobus II afgezet door het Engelse en Ierse parlement. Niet zijn zoon, de katholiek Jacobus Frans Eduard Stuart, maar zijn dochter en schoonzoon nemen het stokje over. Zij zijn namelijk protestant. Koningin Maria II en Willem III van Oranje-Nassau gaan over Engeland en Ierland regeren. Het Schotse parlement zet Jacobus II ook af op 11 april 1689. De Nederlandse Willem wordt ook daar koning als Willem II.

Jacobus II doet nog één poging om zijn macht terug te grijpen. Hij verliest in 1690 echter de strijd tegen Willem III bij de Slag aan de Boyne in Ierland. Hij keert terug naar Frankrijk waar hij tot zijn dood in 1701 leeft.

Geschiedenis: Jacobus Frans Eduard Stuart

Jacobus Frans Eduard Stuart (ook wel James III) wordt door zijn vader Jacobus II groot gebracht in Frankrijk. De Franse koning Lodewijk XIV en de paus erkennen hem, na de dood van zijn vader, als koning van Groot-Brittannië.

Jacobus Frans Eduard Stuart arriveert in Schotland in 1715

In 1714 sterft de Britse koningin Anne, waarmee er geen directe protestantse opvolger meer is. In 1701 is echter de Act of Settlement opgesteld, hierin staat dat enkel protestantse heersers in aanmerking komen voor de troonopvolging. De troon gaat dus aan Jacobus voorbij en gaat naar Annes achterneef George I uit het Huis Hannover.

Jacobus komt in opstand en valt in 1715 Schotland binnen (schilderij). De Highlanders steunen hem, maar de rest van het land gaat toch liever voor George I. Zijn inval begint succesvol maar door slecht leiderschap en ziekte heeft hij uiteindelijk geen succes. Hij keert onverrichte zaken weer terug naar Frankrijk.

Jacobus trouwt in 1719 met de Poolse prinses Maria en ze krijgen twee kinderen: Karel Eduard Stuart en Hendrik Benedictus Stuart. Karel Eduard Stuart krijgt vele bijnamen, waar Bonnie Prince Charlie de bekendste van is.

Uiteindelijk sterft Jacobus in zijn huis in Rome op 1 januari 1766. Hij wordt opgebaard in het Sint Pieter in Vaticaanstad. Het graf wordt gemarkeerd door het Monument to the Royal Stuarts.

Geschiedenis: Bonnie Prince Charlie

Bonnie Prince Charlie was voor zijn volgelingen, de Jacobieten, koning Karel III. Maar eerst moest deze kroon nog bevochten worden voor zijn vader tegen George II (die in 1727 koning was geworden).
Karel Stuart groeit op in Italië, tot in 1745 hij wordt opgeroepen door de Fransen om te gaan vechten voor de Britse kroon. De Franse regering zou hem hierbij steunen.  

Direct naar: Na Culloden: Bonnie Prince Charles

Geschiedenis: Tweede Jacobitische opstand

Bonnie Prince Charlie

Karel komt op 23 juli aan land bij Eriskay (de Buiten-Hebriden) met slechts zeven medestrijders. Hij verzamelt echter al snel een leger van zo’n 1.250 man waarmee hij de strijd aan kan gaan bij Glenfinnan op 19 augustus 1745. De Highlanders zijn hem goed gezind en zijn leger groeit snel. Karel is dan wel katholiek, maar het Huis Stuart is van Schotse afkomst. Samen gaan ze de strijd aan met het leger van George II zodat Jacobus de troon kan bestijgen. Koning Lodewijk XV belooft Bonnie Prince Charlie 12.000 mannen voor de opstand. Deze zijn echter nooit echt gestuurd, slechts een enkele Franse soldaat zou zich bij de opstand aansluiten.

De Britten zijn al op het vasteland aan het vechten, waardoor er maar een klein leger onder leiding van John Cope in Schotland gestationeerd is. Karel verslaat ze bij de Slag bij Prestonpans op 21 september 1745. Even later bezet hij ook Edinburgh, waar hij een maand de tijd neemt om zijn verdere plannen uit te zetten.

Wanneer Bonnie Prince Charlie richting de hoofdstad gaat met zijn leger, weet hij in Noord Engeland te ontkomen aan twee legers. Hij bereikt Derby. George II schrikt hiervan en er slaat even paniek toe. Karel durft echter niet door te pakken en Londen aan te vallen. Bij gebrek aan het Franse leger en de steun van de Engelse bevolking keert hij met zijn leger terug naar de Schotse Hooglanden. Een Brits leger onder aanvoering van de Hertog van Cumberland (zoon van George II) komt ook die kant op. De Jacobieten winnen nog wel de slag bij Falkirk Muir op 17 januari 1776. Maar de troepen zijn verzwakt door het gebrek aan eten en geld. De soldaten moeten leven op drie koekjes per dag.

An incident in the rebellion of 1745, David Morier
An incident in the rebellion of 1745, David Morier

De Hertog van Cumberland viert op 15 april 1776 zijn 25e verjaardag. Het gehele Britse leger mag een feestje vieren, inclusief veel drank. Dit is het perfecte moment voor een verrassingsaanval van de Jacobieten. In de nacht vertrekken ze naar het kamp van het regeringsleger, ze vertrekken echter te laat. Ze zijn ook te verzwakt, waardoor ze niet snel genoeg meer zijn, ze moesten weer omkeren.

Slag bij Culloden

Op 16 april 1776 komen Bonnie Prince Charlie en de Hertog van Cumberland tegenover elkaar te staan. Dit gebeurt vlakbij het dorpje Culloden in de Schotse Hooglanden. Lord George Murray adviseerde Karel al om hier niet te strijden omdat het een vlak, open en moerassig terrein is. De Britse regering, de Redcoats, hebben kanonnen, waardoor ze in voordeel zijn op een open veld. Het zou beter te zijn om terug te trekken naar Inverness en daar op krachten te komen.

Karel trekt zich echter niets aan van het advies en stelt zijn (5.000 tot 7.000) volgelingen op. Niet alle Jacobieten zijn aanwezig. Door verandering in de plannen zijn vele nog aan het slapen of boodschappen doen in Inverness. Het slechte weer (sneeuw, hagel en later regen) houdt Karel ook niet tegen. Om één uur in de middag beginnen de Jacobieten te schieten, waarop de Redcoats (8.000 man) de tegenaanval inzetten. De Jacobieten hadden geen goed plan doorgekregen en vochten voornamelijk met pistolen en zwaarden. De Engelse hadden musketvuur en kanonskogels. De Jacobieten hadden dus geen schijn van kans. Degene die de eerste linie overleeft stuit op een tweede linie. In de stromende regen verliezen de Jacobieten de slag in minder dan een uur.

De Jacobieten die achter blijven treffen het niet met de Hertog van Cumberland, ook wel Butcher Cumberland genoemd. Hij geeft de opdracht om iedere soldaat te doden die nog in leven was. De Redcoats struinen de heide nog dagen om te controleren of iedereen echt dood is.

Een aantal Schotten overleeft de strijd en vlucht. Lord George Murray leidt een groep naar Ruthven, waarmee hij hoopt opnieuw ten strijde te trekken. Bonnie Prince Charlie zegt echter dat ze moeten wachten tot de Franse steun komt.

De Hertog van Cumberland wint de strijd en zijn vaders troon is veilig. Bij de strijd zijn tussen de 1.300 en 1.600 mensen omgekomen, waarvan tussen de 1.250 en 1.500 Jacobieten.

Na Culloden: Verdere strijd

Slag bij Culloden

Bonnie Prince Charlie denkt dat de Fransen hem hebben verraden en geeft de strijd op. Ook de overgebleven eenheden in Fort Augustus ontvangen deze berichten. Tegen 18 april is het grootste deel van het Jacobitische leger ontbonden. Er zijn echter nog kleine eenheden die blijven strijden.

Veel hooggeplaatste Jacobieten gaan naar Loch nan Uamh, hier komen op 30 april ook twee Franse fregatten aan. Twee dagen later ziet ook de Royal Navy de schepen en worden ze aangevallen. Een strijd van zes uur wordt gestreden. De Jacobieten brengen de lading, waaronder 35.000 pond aan goud, veilig aan land. De Fransen hebben de Jacobieten dus niet laten zitten.

De laatste poging om nog ten strijden te trekken loopt echter tot niets uit. Cumberland heeft inmiddels Fort Augustus ingenomen en zijn troepen verspreid. Uiteindelijk komen maar een enkele honderdtal Jacobieten opdraven, nooit genoeg om ook maar iets uit te voeren tegen de Redcoats.

Na Culloden: Jacobieten

De Britten besluiten dat niet alleen de Jacobieten op het slagveld gedood moeten worden, maar ook daarbuiten. Iedereen in de omgeving, dus ook onschuldige bewoners, worden gedood. De Redcoats trekken daarna door de Schotse Hooglanden om rebellen uit te schakelen. Alle troepen waarvan wordt aangenomen dat ze rebellen zijn, worden gedood. Iedereen die niet meewerkt wordt gelijk als rebel bestempeld. ‘Opstandige’ nederzettingen worden platgebrand en vee wordt op grote schaal in beslag genomen en verkocht.

Jacobieten worden aangevallen door Redcoats

Er worden uiteindelijk 3.471 rebellen gevangen genomen. De hooggeplaatsten worden geëxecuteerd op Tower Hill in Londen. 120 ‘gewone’ Jacobieten worden opgehangen. De gewone gevangenen moeten lootjes trekken. Zo komt slechts één op de twintig daadwerkelijk voor de rechter. Hoewel de meeste van hen ter dood worden veroordeeld, wordt hun straf bijna allemaal omgezet. De regering zet ze op strafvervoer naar de Britse koloniën en ze mogen nooit meer terug keren. Dit is geregeld in het Traitors Transported Act 1746.

Uiteindelijk worden er 905 gevangenen vrijgelaten krachtens de Act of Indemnity die in juni 1747 is aangenomen. Nog eens 382 krijgen hun vrijheid door te worden geruild tegen krijgsgevangenen die door Frankrijk zijn vastgehouden.

Na Culloden: Schotland

Slag bij Culloden

Om nog meer opstanden vanuit Schotland te voorkomen komt de Britse regering met een aantal extra wetten. Zo moet Schotland nog meer integreren met de rest van Groot-Brittannië en is onafhankelijkheid verder weg dan ooit. Zo moeten leden van de bisschoppelijke clerus een eed van trouw afleggen aan de koning. Het erfelijk recht van landeigenaren om recht te spreken op hun landgoed wordt aan bande gelegd in The Heritable Jurisdictions (Scotland) Act 1746. Lords die loyaal waren aan de regering krijgen een hoge vergoeding om het verlies van deze traditionele bevoegdheden te vergoeden. De Lords en clanhoofden die de Jacobitische opstand hebben gesteund worden van hun landgoederen ontdaan. Deze landgoederen worden verkocht, veelal aan Engelsen.

Om de Schotten hun identiteit te ontnemen komen er kledingvoorschriften. In de Dress Act of 1746 staat dat de Schotse klederdracht verboden is. De tartan mag alleen nog worden gedragen door officieren en soldaten in het Britse leger als onderdeel van hun uniform. Later worden hier landadel en hun zonen aan toegevoegd. In 1782 wordt de wet ingetrokken en wordt de tartan een nationaal symbool voor de Schotten. Ook wapens en doedelzakken zijn lang verboden geweest voor de Schotten.

Na Culloden: Bonnie Prince Charles

Jakobitische opstand van 1745

Bonnie Prince Charles overleeft de veldslag en weet zich te verstoppen in de heidevelden. Ondanks de beloning van 30.000 pond is hij niet verraden door de Schotten. In een klein gezelschap weet hij naar Benbecula (Buiten-Hebriden) te komen. Hij doorkruist de eilandengroep voor een aantal maanden om uit handen van de Britten te blijven. Flora MacDonald helpt hem hier te ontsnappen naar de Isle of Skye. Hij verkleed zich naar verluid als dienstmeid (Betty Burke) en weet zo te ontkomen aan de Engelsen. Uiteindelijk verlaat hij in september via Borrodale aan Loch nan Uamh het land richting Frankrijk. Later keert hij terug naar Italië (Rome en Florence) waar hij aan de drank raakt.

In 1750 zou hij nog eenmaal incognito in Londen zijn geweest om een protestantse communie te doen, om zo nog kans te maken op de troon. Wanneer zijn vader sterft in 1766 wordt hij echter niet meer erkend als troonopvolger door Frankrijk en de paus. In 1772 trouwt hij met Louise. Hij en zijn vrouw gebruiken de titels graaf en gravin van Albany. Ze krijgen een zoon, maar deze wordt niet ouder dan één jaar. Na de scheiding in 1784 trouwt hij nogmaals in 1785, ditmaal met Margarette. Hij krijgt twee bastaard kinderen bij twee verschillende vrouwen.

Hij sterft in Rome op 31 januari 1788 en is begraven in de Frascati Kathedraal. Later wordt zijn lichaam, op zijn hart na, bij gezet bij zijn vader in de Sint Pieter Basiliek. Zijn hart ligt nog in een urn onder de grond in Frascati.

Plekken om te bezoeken omtrent de Slag bij Culloden

Slag bij Culloden

De locatie waar de slag plaatsvond is nu te bezoeken. Vlakbij Culloden is sinds eind 2007 een bezoekerscentrum gevestigd om bezoekers verder te informeren over de veldslag. De National Trust for Scotland onderhoudt het terrein. Er staan ook meerdere gedenktekens ter nagedachtenis van de slachtoffers. Daarnaast is ook het massagraf hier, met daarop gedenktekens voor de verschillende clans die deelnamen aan de strijd.

Bekijk hier ook Old Leanach Cottage, het enige overgebleven gebouw op het slagveld. De NTS heeft gesuggereerd dat de locatie de status van Unesco Werelderfgoed moet krijgen om het te beschermen tegen woningbouwontwikkelingen in de buurt.  

Meer informatie: nts.org.uk/visit/places/culloden

De Prince’s Cairn markeert de traditionele plek aan de oevers van Loch nan Uamh in Lochaber vanwaar hij Schotland definitief verliet.

Foto’s locatie Slag bij Culloden

  • Old Leanach Cottage, Culloden Battlefield
  • Slag bij Culloden

Wat te lezen en kijken over de Slag bij Culloden

Bekijk:

Lees:

Luister:
Bonnie Prince Charles zijn vlucht wordt herdacht in ‘The Skye Boat Song’ van Sir Harold Edwin Boulton en het Ierse lied “Mo Ghile Mear” van Seán Clárach Mac Domhnaill.

Slag bij Culloden in Outlander

Battle of Culloden

Velen zullen het verhaal hierboven kennen uit de Netflix serie Outlander. Hierin vecht James Fraser in de strijdt en overleeft hij de Slag bij Culloden door het verblijf in een schuurtje. Het zal je wellicht verbazen, maar dit is echt gebeurd. Fraser heeft echt bestaan. Schrijfster Diana Gabaldon van de Outlander boeken heeft zijn achternaam hieraan ook ontleent. Het verdere verhaal is om dit waargebeurde feit heen gebouwd.

Ze haalde het feit uit het boek The Prince in the Heather van Eric Linklater. Hierin staat vermeld dat twintig gewonden Jacobieten de toevlucht zochten in een boerderij. Na twee dagen zijn de gewonde Jacobieten eruit gehaald en doodgeschoten, behalve één man. Fraser van het regiment van Master of Lovet, die de slachting overleeft. Of het boerderijtje het huidige Old Leanach Cottage is, is niet bekend.

Lees meer over de Outlander filmlocaties

Geef een antwoord

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Top