Gepubliceerd op 12 juli 2026 | Laatst aangepast op 13 juli 2026
In 9 dagen rijd ik langs de grens van Wales, eerst die met Engeland, dan die met de zee. Dat betekent kastelen, watervallen, pittoreske dorpjes, stranden, papegaaiduikers en eilanden. Het noemen van deze zes begrippen vat de reis misschien samen, maar doet Wales te weinig eer aan. Daarom neem ik je graag uitgebreid mee op mijn roadtrip door Wales in 9 dagen.
Het is absoluut niet mijn eerste keer in Wales, waardoor ik wellicht soms ‘rare’ beslissingen maak. Ik zal echter in deze blog ook nog tips erbij zetten om je reis te verlengen of andere keuzes te maken. Zo kan dit reisverslag inspiratie zijn voor je reis naar Wales in 9 dagen, maar ook voor 10, 11, 12 of hoeveel dagen je ook maar in Wales wilt verblijven.
- Wales in april
- Rondje Wales in 9 dagen
- Dag 1: de grens
- Dag 2: sprookjesachtige watervallen
- Dag 3: Bannau Brycheiniog (Brecon Beacons)
- Dag 4: Pembrokeshire
- Dag 5: Skomer
- Dag 6: Midden-Wales
- Dag 7: Naar het noorden van Wales
- Dag 8: Anglesey
- Newborough National Nature Reserve and Forest
- Dag 9: Conwy
- Meer informatie Rondje Wales in 9 dagen

Wales in april
Ik plan mijn reis rondom mijn bezoek aan Skomer Island. Na uren aan de telefoon is het gelukt om een plekje te reserveren in het hostel op het eiland. Een droombestemming vanwege de vele papegaaiduikers die daar leven. Het zat al jaren in mijn hoofd, en nu ging ik er echt werk van maken. De enige optie was april. Dat is niet mijn favoriete periode vanwege het wisselvallige weer. De kans dat de boot niet uitvaart is dan namelijk behoorlijk groot. Maar het zorgt ervoor dat ik halverwege april het vliegtuig naar Manchester pak, waar ik onthaald word door de zon.
Rondje Wales in 9 dagen
Mijn reisschema in het kort:
- Dag 1: langs de grens naar Cardiff met Pontcysyllte-aquaduct, Clun Castle en Hay-on-Wye als tussenstop
- Dag 2: Castell Coch, Four Waterfalls Walk, Henrhyd falls
- Dag 3: Brecon, Bannau Brycheiniog (Brecon Beacons), Castell Carreg Cennen en richting Pembrokeshire Coast
- Dag 4: Marloes Beach en Skomer, Pembrokeshire Coast
- Dag 5: Skomer
- Dag 6: Devil’s Staircase, Elan’s Valley, Aberystwyth
- Dag 7: Portmeirion, Bedgelert, Dinorwig Slate Quarry
- Dag 8: Anglesey met o.a. Llanddwyn, South Stack Lighthouse en Parys Mountain
- Dag 9: Conwy en terugreis

Dag 1: de grens
Iedere minuut in het VK is meegenomen, daarom baal ik een beetje dat het vliegtuig naar Manchester vertraging heeft. Het is maar een half uur, maar op een toch al te strak reisschema is dat stiekem best veel. Vooral als het daarna ook nog lang duurt om de huurauto op te halen. Een slechte start, maar dat wil niets zeggen over de rest van de trip (hoop ik).
Ik spring in de auto en vertrek richting het zuiden. Ik ben dan wel geland in Engeland, mijn trip draait echter om Wales. Gelukkig niet ver hier vandaan. Ik rijd over de M56 en de A55 al snel Chester voorbij en voordat ik het weet zie ik het bord ‘Croeso i Gymru’ (Welkom in Wales) al.
Pontcysyllte Aqueduct
Mijn eerste korte stop is bij Pontcysyllte Aqueduct. Dit is een van de meest opvallende industriële bouwwerken in Wales en staat niet voor niets op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Het aquaduct, ontworpen door de beroemde ingenieur Thomas Telford, is in 1805 voltooid. Met een hoogte van bijna 40 meter is het het hoogste kanaalviaduct van het Verenigd Koninkrijk.
Ik loop over het smalle pad met aan de ene kant het kanaal en aan de andere kant… de diepte. Ver onder het aquaduct stroomt de rivier Dee. Halverwege komt er nog een eendenfamilie voorbij. Te schattig!
Oorspronkelijk was het onderdeel van het belangrijke Ellesmere Canal voor het vervoer van goederen zoals steenkool en ijzer. Tegenwoordig is het vooral een toeristische trekpleister. Je kunt er een boottochtje overheen maken in een kanaalboot. Er zijn ook veel wandelpaden in de buurt. Hoe mooi het hier ook is, en je betaalt voor een hele dag parkeren, moet ik weer verder.



Clun Castle in Shropshire
Ik rijd langs de grens naar het zuiden, dan in Wales, dan in Engeland. De route door Shropshire Hills National Landscape is prachtig. Het wisselende weer en sterke wind zorgen voor een afwisselend landschap dat dan wel, en dan weer niet wordt beschenen door de zon. Dichter op mijn volgende stop gaat de regenbui alleen niet over in zon, maar in hagel.
Het landschap blijft prachtig, maar ik besluit door te rijden wanneer het bij aankomst nog steeds hagelt. De weergoden lijken dit toch echt zonde te vinden, en twee minuten voor ik mijn bestemming bereik breekt de zon door.
Het pad heuvelop naar de kasteelruïne van Clun is een uitdaging door de modder en gladde stenen. Deze uitdaging wordt echter beloond, het uitzicht vanaf Clun Castle is prachtig. De burcht is gesticht door de Normandische edelman Robert de Say, kort na de Normandische verovering van Engeland. De Fitzalan-familie vormde het in de 14e eeuw deels om tot een jachtverblijf met siertuinen. Tegen de 16e eeuw was het al grotendeels vervallen. Tijdens de Engelse Burgeroorlog werd het kasteel in 1646 grotendeels verwoest, waarna alleen een ruïne overbleef.



Hay-on-Wye
Nadat ik de grens weer meermaals ben overgestoken kom ik laat in de middag aan in Hay-on-Wye. Deze plaats staat bekend als ‘de boekenstad’ van Wales. Het dorpje kreeg die reputatie in de jaren 60, toen ondernemer Richard Booth het idee had om van Hay een centrum voor tweedehands boeken te maken. Nu wandel ik hier tussen tientallen boekwinkels, van kleine gespecialiseerde zaakjes tot openluchtboekenkasten waar ik kan rondneuzen. Helaas zijn door mijn vertraging al veel winkels dicht.
Hay-on-Wye heeft ook een middeleeuws kasteel, dat oorspronkelijk door de Normandiërs is gebouwd als verdedigingswerk. Het is rond 1200 in steen herbouwd door de familie de Braose en kent een bewogen geschiedenis van aanvallen, branden en heropbouw.
Helaas is ook het kasteel inmiddels gesloten, en na wat in winkeltjes te hebben gesnuffeld en een bezoekje aan Church of St. Mary the Virgin besluit ik weer verder te rijden.





Cardiff
De mooie route die ik had uitgezet naar Cardiff sla ik toch maar over. Het is immers nog ruim anderhalf uur naar de Welshe hoofdstad. Ik slaap hier in de Premier Inn Cardiff Bay . Misschien niet de meest logische uitvalsbasis voor deze roadtrip, maar ik had hier nog twee nachten tegoed omdat een eerder verblijf niet nodig bleek. En zo heb ik toch nog iets meegepakt van Cardiff deze trip 😉.

Mogelijke extra stops: Powis Castle, Offa’s Dyke Centre, Gospel Pass, Llanthony Priory, Church of Saint Martin.
Verleng je verblijf door bij Hay-on-Wye te slapen, zodat je ook tijd hebt voor al deze stops.
Dag 2: sprookjesachtige watervallen
Nu ik toch in Cardiff slaap en een huurauto heb, kan ik een plek bezoeken die de vorige keer te lastig was met openbaar vervoer. Castell Coch ligt net buiten de stad in een sprookjesachtige omgeving.
Castell Coch
Castell Coch betekent letterlijk het ‘Rode Kasteel’. Dit slaat echter niet op de kleur van het kasteel, maar op de oorspronkelijke bouwer, die volgens de overlevering rood haar had. De ronde torens, puntige daken en ligging in het bos geven het kasteel een bijna fantasieachtige uitstraling. Helaas staat het nu wel in de steigers vanwege een grootschalige renovatie die al enkele jaren duurt. Ik wilde echter niet wachten tot deze in 2027 klaar is.
In de 13e eeuw stond hier al een kasteel, waarvan overblijfselen in het huidige bouwwerk zijn meegenomen. Het kasteel is dan ook vooral het resultaat van een 19e-eeuwse restauratie. De steenrijke markies van Bute liet het herbouwen als een romantisch buitenverblijf, met architect William Burges aan het roer.




Muurschilderingen
Deze architect is ook verantwoordelijk voor Cardiff Castle, dus ik wist wat voor moois ik binnen kon verwachten. De eerste kamer stelt al niet teleur. Prachtige muurschilderingen die in de volgende kamer nog verder overtroffen worden. Ik kan uren staren naar de vlinders, vogels en alle dieren die hier te vinden zijn. De kikker met een hoestdrankje in zijn hand is dan weer een voorbeeld van Victoriaanse humor.
Ik dwaal met mijn audioguide door het kasteel, van kamer naar kamer. En het mooie is, ik heb het helemaal voor mezelf (op de werkmannen na). Er is een aparte slaapkamer voor Lord en Lady Bute. Eerst kom ik in de zijne, die al prachtig is. Maar je begrijpt, die van Lady Bute is indrukwekkend. Deze kamer beschikt over een prachtige koepel, die ook weer rijk versierd is.
Ondanks de renovatie heb ik geen spijt van mijn bezoek en ik kom nog graag een keer terug als het allemaal af is.




Four Waterfalls Walk
Na het bezoek aan het sprookjeskasteel rijd ik door naar de Four Waterfalls Walk. Dit is een rondwandeling in Waterfall Country in Bannau Brycheiniog (Brecon Beacons) in een bosrijke kloof. Het zal je, met die naam, niet verbazen, maar je komt er vier watervallen tegen.
Als ik aankom bij de kleine parkeerhaven (Comin Y Rhos) heb ik geluk dat er net een auto vertrekt. Voor de rest staat hij namelijk vol. Er zijn meerdere parkeerplaatsen, maar daarvoor moet ik een stukje doorrijden en verder wandelen. Ik trek mijn wandelschoenen aan (sterk aan te raden hier!) en daal af richting de route. Ik passeer een waarschuwingsbord voordat ik bij de eerste waterval kom. Er zijn hier al diverse keren mensen omgekomen, meestal omdat ze niet handig bezig waren.


Sgwd Clun-Gwyn
Mijn eerste zicht op waterval Sgwd Uchaf Clun-Gwyn is nog niet vanaf de route. Deze loopt namelijk aan de andere kant van de rivier Hepste. Tussen de takken door kan ik er niet echt goed zicht op krijgen, dus ik ga richting de Four Waterfalls Walk.
In het water aan de onderkant van de 18 meter hoge waterval zie ik wel dat er mensen in het water aan het klimmen en klauteren zijn. Gelukkig gaat er ook een bruggetje over de rivier, waarna de wandeling officieel begint. Helaas is de waterval van de andere kant ook een beetje verborgen achter de bomen. Alsnog is het een mooie plek en bij veel regen is de waterval veel breder.


Sgwd y Pannwr
De route is een rondwandeling, met zijtakken (trappen!) naar de watervallen. De tweede en derde waterval, Sgwd y Pannwr en Sgwd Isaf Clun-Gwyn liggen aan een zijtak. Voordat ik afdaal zie ik echter een bordje dat het pad maar gedeeltelijk bereikbaar is en dat alleen de route naar Sgwd y Pannwr toegankelijk is. Het wordt dus de Three Waterfalls Walk 😢.
Na het afdalen kom ik bij een prachtige brede waterval, die je vanaf een natuurlijk rotsplateau goed kunt bekijken. Het is een prachtig stukje natuur, waar de rivier op zich al mooi is.


Sgwd Isaf Clun-Gwyn
Ik wandel toch nog een stukje verder langs het water. En mijn eigenwijsheid wordt beloond. Het pad is afgesloten, maar de indrukwekkende Sgwd Isaf Clun-Gwyn is nog wel te zien. Ik moet er wel voor op een plateau in het water klimmen, maar dat is, mits je voorzichtig bent, goed te doen.
Sgwd Isaf Clun-Gwyn bestaat niet uit één, maar uit meerdere watervallen. En ik ben zeer blij dat ik doorgelopen ben, wat een fantastische plek weer! Nu alleen weer naar boven om de route voort te zetten…

Sgwd yr Eira
De laatste waterval van de vier is de Sgwd yr Eira. Ook hier daal ik de trap af, waar ik in de kloof kom. Hier stort een brede watergordijn naar beneden, met daar achter mensen. Hier kun je namelijk achter door lopen.
Die kans laat ik natuurlijk niet lopen. En dan komt die regenjas die ik aan heb ook nog van pas. Want je loopt er dan wel achterlangs, de kracht en wind zorgen er toch voor dat je nat wordt. Aan de andere kant maak ik wat foto’s, en dan is het weer terug langs het water en trap omhoog.


Vallei
Via de route loop ik verder. Ik ga geen watervallen meer tegenkomen, toch is het nog steeds een mooie wandeling. Het gaat door het bos, met uitzicht op de vallei, en ik kom uiteindelijk weer uit bij de eerste waterval en mijn auto.


Henrhyd Falls
Of ik nog niet genoeg watervallen heb gezien, rijd ik door naar Henrhyd Falls, wat ook in Waterfall Country ligt. Dit is met ongeveer 27 meter de hoogste waterval van Zuid-Wales en ligt aan de rand van de Brecon Beacons.
Het is al laat op de middag en rustig op de parkeerplaats. Vanaf hier wandel ik vrij steil naar beneden, een met bomen begroeide kloof in. Ik hoor het water al naar beneden kletteren. Ik ga een bruggetje over en kom na een korte wandeling aan bij Henrhyd Falls.
De locatie is bekend doordat hier een scène uit The Dark Knight Rises is opgenomen, waarin het diende als ingang van de Batcave. Ik probeer deze ingang nog te ontdekken als ik achter het water langs loop, maar helaas. Toch blijft het een indrukwekkende locatie.
Als ik terug geklauterd ben naar de auto, is het tijd om weer terug te gaan richting mijn hotel in Cardiff Bay. Ik doe dit echter via een andere route dan op de heenweg.



Rhigos Viewpoint
Ik neem de Rhigos Road vanuit de gelijknamige vallei omhoog. Ik stop bij Rhigos Viewpoint. Helaas trekt er net een bui over, waardoor het zicht beperkt is. Geduldig blijf ik even in de auto wachten, en de bui gaat de vallei in. Het uitzicht is prachtig.
Ook de verdere route over de Rhigos Road heeft indrukwekkende uitzichten, zeker nu wolken en zon elkaar afwisselen. Het ontbreekt echter aan parkeerplaatsen, dus ik zal het met mijn herinnering moeten doen.
Ik sluit de dag af met een hapje en drankje in het hotel.



Verlengopties:
- Ontdek Cardiff
- Verken de omgeving van Cardiff
- Of bezoek A Welsh Coal Mining Experience of Big Pit National Coal Museum
Dag 3: Bannau Brycheiniog (Brecon Beacons)
Vandaag staat weer de Bannau Brycheiniog (Brecon Beacons) centraal. Ik vertrek vanuit Cardiff richting het noorden. Ik volg de A470, van waar ik prachtig uitzicht heb op de bergen.
Bij een parkeerplaats moet ik dan ook stoppen voor wat foto’s. Ik waai nog net niet weg als ik uitstap. Verwaaid, maar een paar foto’s rijker, rijd ik weer verder.



Brecon
Mijn eerste stop is Brecon, een charmant marktstadje aan de rand van de Brecon Beacons. Ik dwaal wat door de straten, langs The Royal Welsh Regimental Museum en het kanaal waar de narrowboats liggen.
Via het Y Gaer Museum loop ik weer richting het centrum van het stadje. De donkere wolken boven me dwingen me bijna naar binnen, maar ik loop door naar de kathedraal.




Brecon kathedraal
De kathedraal is de zetel van het bisdom Swansea en Brecon. De Normandische veroveraar Bernard de Neufmarché stichtte hier in 1093 een benedictijnse priorij op de plek van een oudere Keltische kerk. De huidige gotische kerk is gebouwd rond 1215.
Na de ontbinding van de kloosters in 1538 diende het als parochiekerk van Sint-Jan de Evangelist, tot het in 1923 kathedraalstatus kreeg. Het heeft een sobere, ingetogen uitstraling. Er zijn nog middeleeuwse grafmonumenten, houten gewelven en kleurrijke glas-in-loodramen.
Als ik weer buiten stap, heeft ook de regen Brecon gevonden. Dat groene gras van het thuisland van Tom Jones komt natuurlijk niet uit het niets 😉. Voor mij is het dan ook tijd om verder te rijden.
Bij de parkeerplaats loop ik nog even een supermarkt binnen voor een lunch en ik pleeg nog een telefoontje voordat ik weer ga rijden. Dat belletje gaat over de volgende dag en ik ontvang positief nieuws… mijn trip naar Skomer eiland morgen gaat door!




Black Mountain road
Ik rijd verder via een prachtige route door Bannau Brycheiniog. Vaak over wegen waarop je alleen maar kunt hopen dat je geen tegenligger tegenkomt (en dat geluk heb ik). Bij Glasfynydd Forest ligt een parkeerplaats, waar ik ondanks de regen toch stop voor een foto.
Maar het mooiste stuk is toch wel de Black Mountain road (A4069). Zelfs met regen is dit een indrukwekkend stukje. Ik parkeer dan ook zodra het kan voor een foto. Speciaal voor de foto stopt de regen. Ik kijk uit op een dal, met een kabbelend riviertje en bergen in de verte. Echt een droomplek.
Als ik daarna op een open vlakte rijd, zie ik mijn volgende bestemming in de verte: Carreg Cennen Castle. Dit is zonder twijfel een van de spectaculairst gelegen kastelen van Wales.





Carreg Cennen
Het kasteel uit de 13e eeuw speelde een rol in de conflicten tussen de Engelse kroon en de Welshe vorsten. Het staat op een kalksteenklif van 91 meter hoog, boven de rivier de Cennen. Deze open ligging voel ik. Ik waai nog net niet weg als ik de ruïne bezoek. Maar wat is het hier mooi!
Vanaf de ruïne kijk ik zo op het omliggende landschap van de Brecon Beacons. Het kasteel had een barbacane, een poortgebouw met valhekken en een ondergrondse gang naar een natuurlijke grot. Tijdens de Rozenoorlogen is het in 1462 veroverd en gesloopt door Yorkisten onder Sir Richard Herbert.
De muren en torens zijn echter nog indrukwekkend intact gebleven. En ook de ondergrondse gang is nog te verkennen. Het blijkt een goede plek om te schuilen voor de wind, maar je ziet zo weinig, dus ik keer toch maar weer terug.
Wanneer ik weer afdaal, komt de zon verder door, nog net op tijd voor de foto.






Broad Haven
Ik rijd van het ene nationale park naar het andere, mijn accommodatie (Rwts Rooms and resto ) ligt namelijk in Broad Haven in Pembrokeshire Coast National Park.
Ingecheckt zie ik dat ik een berichtje heb gehad. Vanwege het weer vertrekt de boot pas om 13.00 uur in plaats van om 9.00 uur. Ik kan dus uitslapen. Na een korte wandeling over het strand relax ik wat in mijn kamer. Vanuit daar heb ik uitzicht op de zee en ondergaande zon.



Dag 4: Pembrokeshire
Het is fijn om weer terug te zijn in Pembrokeshire Coast National Park. Nog geen jaar geleden was ik hier ook, en besloot ik dat het tijd werd om mijn droom, een bezoek aan Skomer Island, werkelijkheid te maken.
Marloes Beach
Doordat mijn boot naar Skomer pas in de middag vertrekt, besluit ik eerst nog naar Marloes Beach te gaan. Hier maak ik een korte wandeling langs een meertje en het kustpad. Het is een prachtige omgeving. De afdaling naar het strand zelf laat ik even voor wat het is. Ik wil mijn energie sparen voor op het eiland Skomer.
In het knusse café bij Marloes drink ik nog een thee en eet ik Bara Brith (een soort Welshe rozijnencake).



Richting Skomer
Voor Skomer eiland is de afvaart vanaf Martin’s Haven, wat niet ver is van Marloes. Onderweg krijg ik nog te maken met een kleine opstopping als er tientallen schapen naar een andere wei worden gedreven. Geen vervelende reden, en ik heb alle tijd.
Ik parkeer mijn auto bij een boerderij en loop met al mijn spullen naar de haven. Hoewel ik ruim op tijd ben, ben ik niet de enige en ik maak al snel een praatje met anderen die ook naar het eiland gaan.
Het weer is heerlijk, dus we wachten in het zonnetje op de boot. Wanneer iedereen alles heeft ingeladen op de boot, vertrekken we. Onderweg spotten we nog dolfijnen! Helaas heb ik ze niet vast kunnen leggen omdat ze al snel weer uit het zicht verdwijnen.

Skomer
Op Skomer worden we verwelkomd door de papegaaiduikers op zee en zeehonden op het strand. Helaas is het weer verslechterd tijdens de korte trip naar het eiland. De harde wind is ook de reden dat er vandaag geen daggasten zijn.
Dat betekent dat we het eiland bijna voor onszelf hebben. Naast mij zijn er 15 andere hostelgasten. En dan zijn er nog de vrijwilligers. Na de uitleg over hoe het hostel werkt en wat er op het eiland te zien is, ga ik het eiland verkennen.




Konijnen
Overal op het eiland zie je holen, de meeste zijn van konijnen, die je dus ook volop ziet. De konijnen zijn hier in de 13e eeuw geïntroduceerd door de Normandiërs. Ze waren een bron van eten en bont, waardoor ze ook een goed exportproduct waren voor op het vasteland.
Op het eiland komen ook veel vogels. Zo zie ik scholeksters, heggenmussen en (zo blijkt later) alpenkraaien.





Papegaaiduikers
De andere holen zijn voor Noordse pijlstormvogels en papegaaiduikers. Noordse pijlstormvogels zie je overdag vrijwel nooit, papegaaiduikers gelukkig wel. Een bekende plek op het eiland hiervoor is The Wick, waar ik dan ook snel naartoe ga. Als ik aankom lopen zie ik al één papegaaiduiker en ik heb hem helemaal voor mezelf, want om me heen zie ik niemand. Als het wat begint te regenen, komen de andere papegaaiduikers ook aan land. Toch nog een voordeel van het omgeslagen weer.




Noordse pijlstormvogels
Nadat ik wat heb gegeten en gerelaxt in het hostel is het ’s avonds tijd voor een nieuw avontuur. Ik ga samen met een aantal anderen het pikdonker in. Dit doen we met slechts wat rode zak- en koplampen.
Zodra het donker is, komen namelijk de Noordse pijlstormvogels aan land. Zo ontwijken ze aanvallen van de meeuwen. Rondom het hostel horen en zien we nog niet zo veel, maar al snel zijn de vogels overal.
Door de rode lichten (zo worden de vogels niet gestoord) zien we niet heel veel, dus schrikken we af en toe van een invliegende vogel. Op de grond zien de beestjes er weerloos uit. Ze kruipen op hun borst naar een holletje, in de hoop daar geen ruzie te krijgen met een andere Noordse pijlstormvogel.
Wanneer ik een Noordse pijlstormvogel film terwijl hij op de grond zit besluit hij opeens toch weer te gaan vliegen….recht tegen mijn camera aan. Ik schrik, maar de vogel vliegt gelukkig ongedeerd verder.
Dan is het toch tijd voor wat nachtrust. Nadat we onze weg weer terug hebben gevonden, kruip ik voldaan mijn bedje in.

- Een uitgebreid verslag van mijn verblijf op Skomer zal ik later nog delen in een apart artikel met tips voor het boeken en je verblijf.
- Kun of wil je niet naar Skomer, of lukt het simpelweg niet om een plek te reserveren? In Pembrokeshire is ook ontzettend veel te doen en beleven op het vasteland. Bekijk hier mijn artikel over Pembrokeshire Coast National Park of lees mijn verslag van een 5-daagse roadtrip door Pembrokeshire.
Dag 5: Skomer
Voor vanochtend was er regen voorspeld, dus ik doe het rustig aan. Als ik buiten kijk zie ik echter toch dat het al droog is. Nog voordat de eerste dagjesmensen met de boot arriveren, ga ik terug naar The Wick. Het duurt niet lang voordat ik word vergezeld door de zon en nieuwe mensen.
Helaas zie ik ook mensen die op de holen gaan leunen voor de ‘perfecte foto’. Ik kan het niet langer aanzien en loop snel verder. Daar is het stiekem misschien wel mooier, want hier staat het vol met witte bloemetjes, waar dan af en toe een papegaaiduiker opduikt.





Zeehonden
Voor de lunch loop ik nog even naar de haven. “Are you going back already?” vraagt iemand die net is aangekomen met de boot. Maar nee, het is laag water, dus grote kans dat de zeehonden op het strand liggen. En ik heb geluk, ze zijn volop aanwezig.
Ik lunch in het hostel, waarna ik nog een rondje over het eiland maak. Bezoekers wordt gevraagd om tegen de klok in te lopen. Zo hoef je elkaar niet vaak te passeren en kun je dus ook niet per ongeluk op een hol stappen. De laatste dagjesgasten zijn al een tijdje geleden gearriveerd, dus het is nu rustig op de route.


Boshyacinten en geschiedenis
Ik ben er midden april, maar heb geluk. De boshyacinten (bluebells) beginnen al in bloei te raken en op het eiland is dan ook een paars tapijt te zien. Een prachtig gezicht.
Op Skomer is naast de prachtige natuur ook een stuk geschiedenis te vinden. Zo heb je de solitaire Haroldstone (een staande steen) uit de Bronstijd. Maar er zijn ook nog overblijfselen uit de IJzertijd (650 v.Chr. – 100 n.Chr.), toen hier mogelijk meer dan 200 mensen leefden in vier nederzettingen. De hutkringen zijn nog duidelijk zichtbaar.



Zonsondergang met papegaaiduikers
Later op de dag kleurt de zon het land steeds warmer. De laatste dagjesmensen vertrekken langzaam, dus ik kan rustig op het pad gaan zitten om te genieten. Bloemetjes, papegaaiduikers en het warme licht. De vogels waggelen rustig over het pad naar hun holletje. Ik word totaal geaccepteerd (of genegeerd?).
Ik ga snel op en neer voor een avondmaaltijd en weer terug voor de zonsondergang. De wind is koud, maar het uitzicht magisch. Ik sta bij The Wick, een zeeinham, waar ik samen met de papegaaiduikers geniet van de zonsondergang.



Dag 6: Midden-Wales
Ik heb mijn wekker vroeg gezet, niet omdat ik de boot moet halen (vertrek om 9 uur), maar voor de zonsopkomst. Ik ben echter voor de wekker wakker (waar de andere gasten blij mee zullen zijn) en ga snel richting South Haven. Hier zie ik de zon opkomen terwijl de papegaaiduikers ook ontwaken en een duik in het water nemen om verse vis te vangen.



Zeekoeten en alken
Met pijn in mijn hart neem ik afscheid van de papegaaiduikers. Het is tijd om de spullen te pakken en richting de haven te gaan. Bij de haven is het even wachten op de boot, wat geen straf is. Het zonnetje schijnt, en we kijken uit op zeekoeten, alken en zeehonden. Ook komt er nog af en toe een papegaaiduiker overvliegen.
Een mooi afscheid van Skomer, maar nog niet van Wales.






Devil’s Staircase
Ik verlaat de Pembrokeshire Coast en rijd richting het midden van Wales. Ik ontdek het gebied vooral vanuit de auto door middel van een paar prachtige wegen. Zo rijd ik over Devil’s Staircase, een steile en bochtige weg in het Cambrian Mountains-gebied. De naam verwijst naar de scherpe haarspeldbochten die zich een weg omhoog slingeren door het landschap.
Volgens een lokale legende zou de duivel zelf deze route hebben aangelegd om een herder te misleiden. In werkelijkheid is het gewoon een uitdagend stuk weg, populair bij motorrijders en wielrenners. En niet voor niets, wat is het hier prachtig!
Helaas dacht een buschauffeur dat ook, zonder zich te bedenken of dit wel een geschikte route is voor een bus. Hij kwam vast te zitten en zo ontstond er een kleine file. Er moest iemand met een kettingzaag aan te pas komen om een boom om te zagen. Hierna kon de bus, en de rest, door. Gelukkig laat hij hierna de auto’s voor zodra dat kan. Ik wil niet weten hoe hij uit dit gebied is gekomen…




Elan Valley
Ik kom met wat vertraging uit bij Elan Valley, een van de meest indrukwekkende landschappen van Midden-Wales. Het gebied bestaat uit een serie stuwmeren, dammen en uitgestrekte heuvels, aangelegd aan het eind van de 19e eeuw.
Het oorspronkelijke doel was de watervoorziening van Birmingham, maar het resultaat is een uniek landschap. De dammen hebben vaak een bijna kasteelachtige uitstraling, met torentjes en natuurstenen muren. Het is een heerlijk wandelgebied.
Ik begin bij het bezoekerscentrum, waar ik meer leer over het gebied, maar ik trek al snel verder om de meren te zien. Het is mooi om over een dam te rijden, maar het wandelen bij een van de meren is nog beter.






National Cycle Route 81 (B4574)
Daarna volg ik de B4574, die grotendeels samenvalt met National Cycle Route 81 en bekendstaat als een van de mooiste autoroutes van Wales. Deze weg slingert door de Cambrian Mountains. Onderweg kom ik nauwelijks dorpen tegen, maar des te meer uitzichten en schapen. De lage zonstand maakt het landschap nog indrukwekkender.




Cwmystwyth Lead Mine
Ik maak een korte stop bij de Cwmystwyth Lead Mine. Mogelijk werd hier al in de Bronstijd koper gewonnen. Later stond de mijn vooral bekend om lood, zink en zilver. De mijn was op zijn grootst in de 18e eeuw, maar er werd tot 1950 nog sporadisch gewonnen. Nu zie je vooral de resten zoals schachten, gebouwen en afvalhopen.

Hafod Arch
Iets verder langs de weg ligt Hafod Arch. Toen Thomas Johnes de stenen boog liet bouwen in 1810, ging de weg er nog onderdoor. Tegenwoordig ligt deze ernaast en ligt er een parkeerplek bij. De boog werd gebouwd ter gelegenheid van het gouden jubileum van koning George III, nu vormt de boog een mooi fotokader en een geliefd punt voor wandelaars.

Devil’s Bridge Waterfalls
De B4574 weg komt uit bij Devil’s Bridge Waterfalls. Wanneer ik daar aankom is het, door de vertragingen onderweg, alweer ruim zeven uur. Ik besluit door te rijden naar Aberystwyth, mijn slaapplaats voor vanavond. Ik kom aan bij hotel Gwesty Cymru met zonsondergang, van het stadje zelf ga ik deze avond dus weinig meer zien…




Dag 7: Naar het noorden van Wales
Voor het ontbijt ga ik Aberystwyth nog even verder verkennen. Ik loop naar de kasteelruïne, die gewoon altijd open is.
Aberystwyth Castle
De combinatie van zon en mist geeft de ruïne een prachtige sfeer. Aberystwyth Castle is gebouwd door Edward I tussen 1277 en 1289 als onderdeel van zijn verovering van Wales. Het kasteel wisselde vaak van handen tussen Engelsen en Welsen. Zo werd het ingenomen door Owain Glyndŵr in 1404, werd het in 1637 door koning Charles I aangewezen als koninklijke munt waar zilveren munten werden geslagen, en werd het in 1649 tijdens de Engelse Burgeroorlog grotendeels verwoest door de troepen van Oliver Cromwell. Nu ligt de ruïne aan de zee met uitzicht op de boulevard.



Naar Eyri National Park
Na een heerlijk ontbijtje rijd ik weer verder naar het noorden. Dit gaat weer door de groene heuvels en valleien van midden Wales. De A487 gaat via schattige dorpjes zoals Machynlleth en Dolgellau, maar ook langs Coed y Brenin Forest Park. Dit is het zuidelijke puntje van Eryri National Park (Snowdonia).
De heuvels worden langzaam bergen, hoe noordelijker ik kom.

Portmeirion
Mijn eerste stop in Eryri is Portmeirion , een van de meest bijzondere plekken in Wales. Dit kleurrijke dorp is in de 20e eeuw ontworpen door architect Sir Clough Williams-Ellis. Hij wilde een Italiaans aandoend kustdorp creëren, midden in het Welshe landschap.
Het resultaat is een plek met pastelkleurige huizen, sierlijke gevels en subtropisch ogende tuinen, gelegen aan een estuarium. Alles is ontworpen om een bepaalde sfeer op te roepen. Ieder doorkijkje is daar dus niet voor niets.

Coast/Lake walk
Helaas is het weer nog niet heel zonnig, wat eigenlijk best goed bij het dorp past. Af en toe spiekt het zonnetje al wel door het wolkendek. Ik besluit eerst de wandelroute langs het water en door het bos te doen (Coast/Lake walk), in de hoop dat de zon meer aanwezig is als ik terug ben in het dorp.
De route loopt eerst langs de riviermonding van de Dwyryd. Aan de waterkant heb je uitzicht op bergen van Eryri. Ik loop langs de (nep) vuurtoren en daarna het bos in, richting de Japanse tuin. Het is een mooie omgeving.



Italiaans dorp
Vanuit het bos kom ik weer in het dorp, dat af en toe door de zon wordt verlicht. Er zijn veel hoekjes die een bezoekje waard zijn. Het is heerlijk om alle uitzichten te ontdekken. Ook wandel ik door de winkeltjes. Ze hebben zelfs Portmeirion Pottery, natuurlijk met vrolijke en natuurlijke designs erop.
Portmeirion is ook bekend als filmlocatie, waaronder voor de cultserie The Prisoner uit de jaren 60. Het voelt hier totaal anders dan de rest van Wales. En als de zon doorkomt is het echt een paradijs, wat dan weer niet zo veel verschilt van de rest van Wales.






Beddgelert
Ik rijd verder Eryri National Park (Snowdonia) in, richting Beddgelert, een pittoresk dorp omringd door bergen en rivieren. Het dorp is vooral bekend vanwege de legende van Gelert, de hond van prins Llywelyn.
Volgens het verhaal doodde de prins zijn hond in de veronderstelling dat die zijn kind had aangevallen, om vervolgens te ontdekken dat Gelert juist het kind had gered van een wolf. Uit schuld liet hij de hond eervol begraven. De naam ‘Beddgelert’ betekent dan ook ‘graf van Gelert’.
Natuurlijk breng ik een bezoekje aan het graf, maar ook aan het kerkje in het dorp. Het heeft de fundering van een 6e-eeuwse kerk, maar het huidige gebouw is vooral Victoriaans.





Pen-y-Pass
Het is een half uur naar mijn volgende bestemming, Llanberis. Maar deze korte route is wel prachtig. Langs het Gwynant meer, een stop bij een parkeerplaats met uitzicht op Snowdon en daarna het indrukwekkende Pen-y-Pass.




Parc Padarn
Mijn bestemming Llanberis is vooral bekend van het treintje naar de top van Snowdon. Ik ga echter een andere berg beklimmen. Aan de andere kant van de twee meren is namelijk de Dinorwig-steengroeve in Parc Padarn.
Dit is een van de grootste voormalige leisteengroeves van Wales en speelde een belangrijke rol in de industriële geschiedenis van de regio. In de 19e en vroege 20e eeuw werkten hier duizenden mensen aan de winning van leisteen, die wereldwijd werd geëxporteerd.
Vandaag de dag is het een indrukwekkend landschap van terrassen, steenhopen en verlaten gebouwen. Er zijn hier diverse wandelroutes, ik heb er een uitgekozen die naar de oude barakken van de mijnwerkers gaat, de Vivian Walk .

Dinorwig
Het is een uitdagende wandelroute, waar ik via een leisteentrap omhoog moet klimmen. Treden ontbreken, zijn afgebrokkeld of liggen scheef. Maar als ik naar boven klauter zie ik steeds wel meer van de omgeving. Ik kijk uit over de meren Padarn en Peris, Dolbadarn Castle en de bergen in de omgeving. Onder de lichtbewolkte lucht is het prachtig.
Dan kom ik bij de Anglesey Barracks. Deze huisjes zijn in de jaren 1870 gebouwd voor leisteenarbeiders die te ver woonden om dagelijks heen en weer te reizen. Dit waren vooral mannen uit Anglesey die doordeweeks hier verbleven. De woningen boden weinig comfort: ze waren koud, tochtig en erg eenvoudig, met nauwelijks voorzieningen. In 1937 werden ze ongeschikt verklaard voor bewoning.
Inmiddels zijn ze vervallen. Door het verleden en het uitzicht is het extra bijzonder om hier tussen te lopen. In de huisjes zie ik hoe klein ze waren, maar sommige hadden dan wel prachtig zicht op de omgeving. Al weet ik niet of ze daar, naast het harde werk, oog voor hadden.



Berggeiten
Ik kom bedrogen uit als ik dacht dat dit het hoogste punt van de route was. Ik klim verder en kom zelfs berggeiten tegen. Ik loop nu richting het Padarn meer. Hier staan nog meer oude mijngebouwen, waaronder takelgebouwen waarmee wagens vol leisteen de helling af werden gelaten.
Ik daal hier ook naar beneden, maar wel via de leisteentrap. Hier kom ik bij de Vivian Quarry, ooit een mijn, nu een diepblauw meer in een voormalige groeve.
Eenmaal helemaal beneden loop ik nog even naar Llanberis Quarrymen’s Hospital. Vanuit hier heb je namelijk een prachtig uitzicht op het meer en de bergen daarachter.





The Slate
Het is kwart voor zeven als ik bij de auto terug kom. Hoewel er nog veel meer te zien is in Llanberis, is het tijd om richting mijn hotel te gaan bij Bangor. Toevallig The Slate geheten. Hier verblijf ik twee nachten.
Verleng je verblijf met een bezoek aan:
- Dolbadarn Castle ruïne
- National Slate Museum (wordt nu gerenoveerd, weer open midden 2027)
- Ceunant Mawr (Waterval)
- Snowdon treintje
- Wandelroutes rondom de meren Padarn en Peris
- Het dorp Llanberis zelf
Dag 8: Anglesey
Vandaag rijd ik naar het eiland Anglesey, niet ver van Bangor. Veel mensen kennen Anglesey vooral van de veerboten naar Ierland, maar het heeft zelf ook veel te bieden.
Ik rijd het eiland op via de Britannia Bridge, een indrukwekkende entree, waarbij de spoorlijn door de brug loopt onder de rijbaan.
Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch
Ik start bij Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch, dit kleine treinstation is een echte fotostop. Het plaatsje, dat ooit gewoon Llanfairpwllgwyngyll heette, veranderde zijn naam om meer aandacht te trekken. En dat is gelukt, hoewel ik hier nu helemaal alleen ben. Toen ik het parkeerterrein op reed, zag ik net een trein voorbij rijden. Het is een halte waar de trein alleen stopt als daarom wordt gevraagd, en dus wordt het stationnetje vaak overgeslagen.
Op het station staat onder de plaatsnaam ook een fonetisch uitgeschreven versie. Ik blijf nog even oefenen op de uitspraak.



Bryn Celli Ddu
Een paar minuten verder ligt Bryn Celli Ddu, een Neolithisch bouwwerk dat uit twee fasen bestaat. Bryn Celli Ddu (‘De heuvel in het donkere bos’) was in het vroege Neolithicum (Nieuwe Steentijd) een henge (wal en greppel). Deze omsloot een cirkel van stenen. Deze is later vervangen door een grafkamer onder een heuvel met een diameter van wel 26 meter.
Na een route langs de bomen en open velden kom ik bij de heuvel. Via een lange, smalle gang kom ik in de grotere kamer. Hier zijn opgravingen zoals menselijke botten, pijlpunten en gebeeldhouwde stenen gevonden.
Het eiland kent veel staande stenen en andere overblijfselen van lang geleden. Ik zou er de hele dag mee kunnen vullen, maar ik vervolg mijn weg verder langs de kust naar het strand van Llanddwyn.




Newborough National Nature Reserve and Forest
Voordat ik kan parkeren moet ik door de poorten van Newborough National Nature Reserve and Forest, waarna ik door het bos slinger. De Corsicaanse dennen om me heen zijn tussen 1947 en 1965 aangeplant om hout te leveren en de verschuivende zandduinen te stabiliseren.
Het voelt niet Brits, ondanks dat ik het zonnetje hier wel gewend ben. De parkeerplaats ligt tussen het zand, de duinen. Daarachter de zee en zicht op de bergen van Eryri (Snowdonia).
Er zijn diverse wandelingen mogelijk, ik ga richting het getijdeneiland Llanddwyn. De route loopt door het bos, waar nog boshyacinten bloeien. Wat een droomlocatie!




Llanddwyn
Op het strand loop ik direct naar het eiland. Het water stijgt, dus ik begrijp dat ik niet eeuwig de tijd heb. Op het eiland loop ik daarom snel het rondje.
Na het eerste stuk kom ik op het stuk met de gebouwen. Hier ligt de ruïne van de kerk van Sint Dwynwen, de Welshe beschermheilige van geliefden. Volgens de legende leefde zij hier in de vijfde eeuw als kluizenaar. De huidige kerkruïne stamt grotendeels uit de zestiende eeuw en werd gebouwd met giften van pelgrims.
Dan loop ik langs oude cottages waar loodsen en vuurtorenwachters woonden en de voormalige reddingsbootpost. Er zijn twee vuurtorens op het kleine eiland. Vooral Tŵr Mawr valt op: een witte vuurtoren uit 1845. Samen met de kleinere Tŵr Bach hielp hij schepen veilig door de Menai Strait te varen. Het is een prachtige locatie.




Oeps!
Na wat foto’s loop ik snel terug. Het nadeel van getijdeneilanden is dat je er ook alleen af kunt als het water laag genoeg staat… en dat is precies het probleem als ik terug ben bij het strand.
Ik ben niet de enige, voor me loopt een man al met zijn vriendin op de rug door het water. Er zit niets anders op dan schoenen uit en de oversteek maken… gelukkig is het mooi weer en heb ik nog een droge broek in de auto 🫣.




Eglwys Cwyfan
Ook mijn volgende bestemming is een getijdeneiland, ik weet dus dat ik het alleen vanaf een afstand kan bekijken. Eglwys Cwyfan wordt dan ook vaak ‘de kerk in zee’ genoemd. De middeleeuwse kerk, gewijd aan Sint Cwyfan, dateert grotendeels uit de twaalfde eeuw. Dankzij de afgelegen ligging en het uitzicht over de kust is het een van de meest fotogenieke kerken van Wales.
Helaas blijkt het kleine parkeerplekje dat erbij zou liggen, niet meer openlijk toegankelijk te zijn. Dit betekent dat het me een lange wandeling zou kosten en dus sla ik deze stop over. Er staat nog te veel op de planning.
South Stack Lighthouse
Na een nat pak deze ochtend ben ik blij dat het volgende eiland wat ik bezoek een brug heeft. South Stack Lighthouse ligt spectaculair op een klein eilandje voor de kust van Holy Island. De vuurtoren is gebouwd in 1809 om schepen te waarschuwen voor de gevaarlijke rotsen langs deze kust. Het is bij het grote publiek bekend uit het voorstukje van het tv-programma ‘Droomhuis op het platteland’.
Om er te komen daal ik een lange trap af langs de kliffen, wat al een ervaring op zich is. Eenmaal beneden heb je uitzicht op de steile rotswanden vol met vogels. Zeekoeten vullen alle gaten, en ik zie ook nog een papegaaiduiker. Er zitten er hier niet veel, maar met wat geluk spot je er dus wel een.
In de vuurtoren bevindt zich een klein museum. Je kunt ook de toren beklimmen als je nog genoeg puf over hebt. Daar geeft een medewerker uitleg over de vuurtoren. Na de uitleg daal ik eerst weer af in de vuurtoren, waarna de ruim vierhonderd treden terug naar boven wachten.






Elin’s Tower
Eenmaal boven wandel ik naar Elin’s Tower, die tegenwoordig dienstdoet als uitkijkpunt. Dit is ook de plek waar een van de zeldzaamste vogels van het VK leeft, weet de medewerker me te vertellen. En speciaal voor mij vliegt dan de alpenkraai (chough in het Engels) voorbij. Zo, dat heb ik maar eens mooi meegepikt.
Als ik later door al mijn foto’s blader zie ik dat ik de alpenkraai ook op Skomer heb gezien. Deze leeft dan ook langs de gehele kust van Wales.




Parys Mountain
Het is al laat in de middag als ik naar het noordoosten van het eiland rijd. Parys Mountain op Anglesey is een van de meest opvallende landschappen in Wales, maar dan om een heel andere reden dan de rest. Hier lijkt het net alsof ik op Mars ben. Dit voormalige koperwinningsgebied heeft een bijna buitenaards uiterlijk, met rode, oranje en paarse tinten in de grond.
In de 18e eeuw was dit een van de belangrijkste koperproducenten ter wereld. De mijnbouw liet diepe sporen na in het landschap, die vandaag de dag nog duidelijk zichtbaar zijn.
Je kunt er rondlopen langs oude groeves en uitzichtpunten. Ik doe de wandeling van twee uur met prachtige vergezichten. Er is ook een korte route van een uur mogelijk. Maar het is prima weer, en het is hier interessant en mooi.





Menai Bridge
Voor het eten sta ik eerst voor een dichte deur bij een restaurant (het is maandag), dus rijd ik richting het hotel. Ik eet in Menai Bridge, vlakbij de brug naar het vasteland van Wales. Natuurlijk neem ik nog een kijkje bij deze brug, voordat ik hem weer oversteek. Een mooie afsluiting van mijn bezoek aan Anglesey.



Nog een extra dag op Anglesey? Bezoek dan ook:
- Beaumaris Castle
- Plas Newydd House & Gardens
- Din Lligwy
- Meini Hirion
- Penmon Point
- Puffin Island (boottocht)
Dag 9: Conwy
Het is alweer de laatste dag in Wales. Ik wil rond het middaguur op het vliegveld in Manchester zijn, dus ik heb niet veel tijd meer. Ik vertrek vroeg vanuit Bangor om nog een stop te maken in Conwy.
Het is nog rustig in het stadje wanneer ik mijn auto parkeer. Alles is dan ook dicht en de meeste mensen die ik spot zijn op weg naar hun werk of school. Ik wandel door het ommuurde stadje, langs de mooiste gebouwen en af en toe door de stadspoorten.





Kleinste huis
Bij de haven voel ik me groot wanneer ik bij het kleinste huis van Groot-Brittannië sta, zelfs ik moet hier bukken voor de deur. Door het vroege uur kan ik geen kijkje binnen nemen, maar ik weet dat het maar uit twee kamers bestaat. Een verdieping boven, waar alleen een bed past, en een benedenruimte met een bankje en een haard.



Conwy Castle
Ik loop verder langs het water en kom bij Conwy Castle , een van de best bewaarde middeleeuwse kastelen van Wales. Het is gebouwd in de late 13e eeuw als onderdeel van de Engelse overheersing van Wales door koning Edward I. Daardoor maakt het ook deel uit van de UNESCO-werelderfgoedlijst.
Het kasteel heeft acht massieve torens en ligt strategisch aan de rivier de Conwy. Hier lopen drie bruggen over de rivier, een indrukwekkend welkom wanneer je Conwy binnenrijdt.
Het kasteel is nog gesloten, maar een wandeling door het stadje is een goede afsluiting van deze prachtige trip door Wales.



Manchester Airport
In nog geen 1,5 uur rijd ik van Conwy naar Manchester Airport. Nog één keer genieten van het Welshe (en Engelse) landschap. Het rondje Wales is me zeker goed bevallen. Ik heb weer veel van het land gezien, maar ook weer te weinig. Want wat is Wales toch prachtig. Het maakt niet uit hoe lang je gaat, het is altijd te kort.
Meer informatie Rondje Wales in 9 dagen
Deze roadtrip bevestigde opnieuw waarom Wales een van mijn favoriete bestemmingen in het Verenigd Koninkrijk is. Tijdens deze reis door Wales in 9 dagen heb ik 888 miles (1.430 km) gereden en 120 km gelopen. Ik zag kastelen, drie nationale parken, ruige kustlijnen, prehistorische monumenten en duizenden zeevogels. Tegelijkertijd ontdekte ik opnieuw hoeveel er nog te zien is. Een goede reden om weer eens terug te gaan.
Lees hier meer informatie over Wales, of verdiep je verder in Zuid-Wales, Midden-Wales of Noord-Wales. Ik heb ook uitgebreide reisgidsen over de Britse nationale parken, waaronder Pembrokeshire Coast National Park.
