Gepubliceerd op 26 oktober 2025 | Laatst aangepast op 16 november 2025
“Ik woon al ruim twintig jaar hier, maar nog nooit voelde ik me zo verbonden met de natuur als op dit moment. Ik voel me echt verwant en thuis.” Toen ze dat zei, begreep ik precies wat ze bedoelde. Tijdens mijn eerste echte kennismaking met het Pembrokeshire Coast National Park heb ik hetzelfde gevoel. Blauwe zee, wandelpaden, rustige stranden, smalle wegen, gastvrije mensen en pittoreske dorpen, dat is de korte versie van mijn reis door Zuidwest-Wales. De lange versie? Een onvergetelijke vijfdaagse roadtrip door het Pembrokeshire Coast National Park, vol bijzondere ontmoetingen en unieke ervaringen. Waaronder de ervaring die het beschreven gevoel hierboven veroorzaakte.
Ik geef het toe: ik ben zo iemand die, zodra ze iets moois ziet, meteen meer wil. Dat heb ik natuurlijk met het hele VK, maar begon in deze regio jaren geleden met een kort bezoek aan Tenby. Gelukkig kreeg ik de kans om met Visit Wales terug te keren naar Pembrokeshire. En hoewel ik nu veel meer heb gezien, is mijn verlangen naar dit stukje Wales alleen maar groter geworden.

Over het Pembrokeshire Coast National Park
Het Pembrokeshire Coast National Park ligt in het zuidwesten van Wales en beslaat ongeveer 630 km². Het is opgericht in 1952 en is het enige nationale park in Groot-Brittannië dat grotendeels langs de kust ligt. Van St Dogmaels in het noorden tot Amroth in het zuiden strekt het zich uit langs een afwisselend landschap van kliffen, stranden en estuaria. Zo vind je in het binnenland de Preseli Hills en bij het Daugleddau-estuarium komen maar liefst vier rivieren samen.
De variatie in het landschap is groot: ruige rotskusten, brede zandstranden, oude bossen en veengebieden wisselen elkaar af. Bekende gebieden zijn de kalksteenkliffen rond Tenby en de Castlemartin Peninsula, de eilanden Skomer en Ramsey bij St Brides Bay, en het noordelijke kustgebied met zijn vulkanische gesteenten. De Preseli-heuvels zijn bovendien bekend als herkomst van de bluestones die in Stonehenge zijn gebruikt. Geologisch behoort Pembrokeshire tot de meest diverse regio’s van Groot-Brittannië. De rotslagen variëren van het late Precambrium tot het Carboon, een periode van zo’n 650 tot 290 miljoen jaar geleden.

Dag 1: Naar Pembrokeshire Coast
Ik sta al vroeg op Schiphol om de vlucht naar Cardiff te pakken. Ik ben niet de enige, met mij vele Oasis fans. Het is deze avond de eerste avond van de reeks reünieconcerten. Ik had daar ook best naar toe gewild. Voor mij staat echter de Pembrokeshire Coast op het programma, wat zeker geen minder leuke bestemming is.
KLM vliegt twee keer op een dag naar de Welshe hoofdstad, best handig voor als je niet met de auto wil of kan. Na wat vertraging vertrekt het vliegtuig dan eindelijk richting Wales. Onderweg word ik getrakteerd op uitzichten op Londen en Cheddar Gorge. Altijd leuk om plekken te herkennen waar je ooit gelopen hebt.
Op Cardiff Airport heb ik het geluk opgehaald te worden door Mike van Visit Wales. Hij gaat mij, en drie anderen, de schoonheid van Pembrokeshire Coast National Park laten zien. Door de vertraging stappen we snel in en rijden, met een kleine tussenstop voor de lunch, naar Newport. In dit geval niet de stad in het zuidoosten van Wales, maar een schattig dorpje in het zuidwesten van het land en het noorden van Pembrokeshire Coast National Park.




Preseli Hills
Helaas hebben we niet echt tijd meer om het dorp (met kasteel) te verkennen. Er is namelijk een afspraak bij Hidden Routes , waar Ian ons de omgeving gaat laten zien. Dit doen we niet vanuit het busje, of wandelend. Nee we krijgen allemaal een super toffe e-bike mee. Nadat alle mountainbikes goed zijn ingesteld, en er een paar testrondjes zijn gemaakt, kunnen we op pad.
We steken over bij de fietsverhuur en gaan het dorpje uit en de heuvels in. Het duurt niet lang voordat we een snelle fotostop maken. We fietsen omhoog waardoor je niet naar de andere kant kijkt, maar dat is zeker wel de moeite waard. Bij de stop zien we hoe de rivier de Nevern de zee instroomt en prachtige kustlijn van Pembrokeshire.


Carn Ingli
We beginnen in open gebied, tussen de heuvels, met naast ons de top van Carn Ingli. De naam betekent Berg van de Engelen. Volgens de overlevering trok de Ierse heilige St Brynach zich terug op Carn Ingli voor spirituele bezinning, waar hij naar verluidt met engelen communiceerde. Je begrijpt, dit is een regio vol historische en mythische verhalen.
Het is ook een populair wandelgebied, maar wij fietsen door. Het is een ruig gebied, met veel rotsen. Dit is dan ook de plek waar de bluestones van Stonehenge vandaan komen. Kun je je voorstellen hoe ze die in die tijd hebben vervoerd naar Zuidwest-Engeland? Dat moet een indrukwekkende klus zijn geweest.

E-mountainbike tour
We rijden verder over een grindpad terwijl de schapen voor ons niet zo snel weten waar ze heen moeten. Ik ben hier pas een paar uur, maar de schapen en het uitzicht bevestigen dat ik toch echt in Wales ben.
De weilanden en grindpaden fietsen heerlijk, maar die e-bike hebben we niet voor niets. We gaan door de bossen heuvelop. Over een rotspad. Het gaat best goed in de hoogste versnelling, tot mijn voorganger moet stoppen voor een grote rots. Ik stop op tijd, maar de rest van de heuvel moet ik duwen, want heuvelop weer starten is onmogelijk. Eenmaal boven blijkt de fiets een wandelstand te hebben… Gelukkig is die tijdens de afdaling niet nodig.



Stenen
Ondanks dat we geen grote ronde doen is deze toch al gevarieerd en gids Ian weet ons steeds te boeien. Bossen, rotsheuvels, schapen, eenzame boerderijtjes en een ford. Het is heerlijk om door het water te rijden met de fiets (en droge voeten te houden). Voordat we weer afdalen naar Newport hebben we nog een bijzondere stop.
De Preseli Hills heeft namelijk diverse historische stenen. Zo is er Pentre Ifan Burial Chamber, een neolithische graftombe. Daarnaast zijn er ook diverse staande stenen (menhirs). Een stop bij één van deze kan dus ook niet ontbreken in deze fietstocht. De steen staat er mooi bij, en de omgeving maakt het plaatje af.
Tijd om weer af te dalen naar het kantoor van Hidden Routes.



Fforest
Het is een klein halfuurtje rijden naar onze accommodatie voor de nacht. Ik verblijf in een ‘garden shac’ van Fforest nabij Cardigan. Op deze glamping hebben ze diverse keuzes, van canvas tenten tot iglo’s en ‘schuurtjes’. Het verblijf is er simpel, geen wifi of televisie, maar dat mis ik toch niet. De omgeving is prachtig. Helaas is er geen tijd voor een lange wandeling, na het verkennen van het terrein is het tijd om richting Cardigan te gaan.





Cardigan
We stoppen eerst bij Albion Aberteifi, waar we een drankje doen met uitzicht over de Teifi rivier. Het gebouw was vroeger een pakhuis, waarvan de details bewaard zijn gebleven. Dit hebben ze samengevoegd met de geschiedenis van het schip Albion. In april 1819 vertrok dit schip vanuit Cardigan met 27 lokale gezinnen richting New Brunswick, Canada. Deze groep stichtte Cardigan Settlement, het allereerste Welshe dorp in Canada.
We lopen door langs het kasteel naar Yr Hen Printworks . Dit restaurant werkt met Welshe ingrediënten in een tapasachtig menu. Zo kunnen we extra veel proeven. Falafel met mango, makreel, BBQ Pork Belly, Cod en Fish Cake is een kleine greep uit onze keuze. De gerechten zijn stuk voor stuk heerlijk. Het restaurant kreeg niet voor niets een Michelin Bib Gourmand.
Met een volle maag keren we terug naar Fforest.







Dag 2: St Davids
Vanuit de Fforest glamping rijden we in een uur naar het zuidelijker gelegen St Davids. Alhoewel klein, is het officieel een stad, maar daarover later meer. We bezoeken namelijk eerst Solva, een klein plaatsje in de buurt.
Solva
Solva ligt aan de gelijknamige rivier, waar ik langs loop door een mooi bos. Dan stap ik het dorp in, het lage gedeelte dan, want het dorp is opgesplitst in twee. Lower Solva ligt aan de natuurlijk haven en heeft de winkeltjes. Upper Solva ligt op de heuvel met prachtige uitzichten. Helaas is het weer grijs, maar ik geniet toch van de korte wandeling richting de zee en langs de kleurrijke huizen. Dit dorp ligt aan de Pembrokeshire Coast Path. Dit is een lange afstandswandeling van 299 km, waar ik nog meer van ga bewandelen deze trip.






The Bug Farm
In nog geen kwartiertje rijden zitten we in St Davids, waar we aan de rand van de stad The Bug Farm gaan bezoeken. We zijn precies op tijd voor een sessie ‘Meet the bug’. Ik krijg al jeuk bij het idee, en sla dus over. Maar mijn medereizigers zijn niet van die watjes en krijgen wandelende takken en kakkerlakken in hun handen. Ondertussen krijgen we fascinerende feitjes en uitleg over hoe deze beestjes leven. Wist je bijvoorbeeld dat een kakkerlak twee weken kan doorleven zonder hoofd?
Na deze ontmoeting gaan we naar de ‘zoo’, waar we nog meer krioelende beestjes zien, maar dan achter glas. In de ruimte ernaast is een klein museum ingericht, waar ik meer leer over deze boerderij, maar ook over boeren in Wales en de omgeving. Achter het pand is ook nog een wandelroute uitgezet, waar je insecten in de echte natuur kan spotten. Wij gaan echter naar het restaurant Grub Kitchen. Hier staan insecten op het menu, maar er zijn ook ‘normale’ gerechten. Ik waag het erop en ga voor de bugburger, met krekels in de burger en meelwormen als decoratie. De meelwormen zijn niet zo mijn ding (niet vies, maar ook niet lekker). De burger is prima te eten (ik heb slechtere op, maar als slagersdochter ook zeker betere 😉).







St Davids Old Farmhouse Brewery
Naast The Bug Farm ligt een kleine maar vernieuwende brouwerij: St Davids Old Farmhouse Brewery . Ze brouwen bier met ingrediënten van het omliggende land én uit zee. De bekendste creatie is ‘Cwrw Kelp’, een kelpbier gemaakt met zeewier uit de oceaanboerderij van Câr-y-Môr. Ik hou niet van bier, maar mijn medereizigers die wel proeven vinden het heerlijk. Ik neem natuurlijk wel een biertje mee voor het thuisfront.


St Davids
Bij het centrum van St Davids checken we in bij Twr Y Felin Hotel , wat vroeger een molen was. Nu is het een kunstgalerij en hotel in één. In de gangen hangen allerlei kunstwerken. Tijdens het inchecken krijgen we een kleine Welsh Cake. Jammie!
St Davids is, met ongeveer 1.800 inwoners, officieel de kleinste stad van het Verenigd Koninkrijk. Het stadje ligt in het Pembrokeshire Coast National Park en is de komende twee nachten ons logeeradres. Tijd om het te gaan verkennen.
Aan de overkant van het hotel is Oriel y Parc Gallery & Visitor Centre . Een apart (groen gebouwd) gebouw met een kleine tentoonstelling van (lokale) kunstenaars die zich laten inspireren door het Pembrokeshire Coast National Park. Er is ook een winkeltje met lokale producten en souvenirs.





Kathedraal
Aan de andere kant van het museum loopt de hoofdstraat, welke we aflopen. Zo komen we bij het gebouw waar alles in het stadje eigenlijk om draait. De 12e-eeuwse St Davids Cathedral is gebouwd op een lager gelegen terrein waardoor je hem pas écht ziet als je dichterbij komt. De kathedraal is de reden dat de plaats ooit stadrechten heeft gekregen. Vroeger was St Davids een belangrijk pelgrimsoord: wie hier twee keer kwam, had het spirituele gewicht van een bedevaart naar Rome.
Het gebouw is niet alleen van buiten mooi, maar ook van binnen. Ik wandel door de kerk met op de achtergrond het gezang van een koor dat aan het oefenen is voor het concert van die avond. De kerk heeft een prachtig plafond en een klein museumpje. Hier liggen tijdelijk twee oude Welshe bijbels. Elizabeth I heeft opdracht gegeven om de eerste te laten produceren, wat ervoor zorgde dat het Welsh is blijven bestaan.






Bishop’s Palace
Buiten neem ik ook nog een snel kijkje bij de ruïnes van het 14e eeuwse bisschoppelijk paleis naast de kathedraal. Het paleis bestond uit een oostelijke vleugel (voor privégebruik door de bisschop), een zuidelijke vleugel (voor gasten) en een westelijke vleugel (slaapzalen). Het complex had een poortgebouw, een kapel, grote zalen en slaapvertrekken. Het moet indrukwekkend geweest zijn.
In de 16e eeuw is het gebouw tijdens de reformatie in verval geraakt. De daken werden verwijderd, waarna het uiteindelijk is opgegeven en in een ruïne veranderde.


Porthclais Harbour
Omdat het mooi weer is nemen we nog snel de auto naar Porthclais Harbour op nog geen tien minuten rijden. De haven dateert uit de 12e eeuw. Het was ooit een handelsplek voor steenkool, hout, kalksteen en graan. De resten van de oude kalkovens zijn nog te zien. We lopen hier een korte wandeling over de Coast Path die langs de gehele kust van Wales loopt. Het is hier prachtig. Niet voor niets dat er vorige week nog opnames waren voor de serie The Witcher.




The Really Wild Emporium
’s Avonds eten we bij The Really Wild Emporium . Er is een zesgangen Taster Menu met ingrediënten uit de omgeving, van de kliffen tot de bossen en stranden van Pembrokeshire. De gerechten zijn lokaal en seizoensgebonden en er is dus geen a la carte, maar er wordt wel rekening gehouden met allergieën of andere wensen. We krijgen o.a. zeewier-hash brown met wilde knoflook, krabkatsu met vijgenblad en wilde venkel, beef sirloin en een cheesecake als toetje. Het eten is lekker en weer eens een andere manier om een regio te proeven.
De avond sluiten we af in een van de kroegen van ‘de stad’ en met uitzicht op de (helaas wat grijze) zonsondergang achter de kathedraal.


Dag 3: de Pembrokeshire kust
Vandaag stond een boottocht rondom Skomer gepland om papegaaiduikers te spotten. Helaas, de zee is te ruig dus moeten de plannen gewijzigd worden.
Whitesands Bay
We beginnen met een wandeling vanuit Whitesands Bay naar het meest westelijke punt van Wales: St Davids Head. Het witte zandstrand is populair bij surfers en slechts tien minuten rijden vanaf St Davids. Aan de noordkant zijn nog resten te vinden van een kapel die gewijd is aan St Patrick, die hier van de 8e tot de 16e eeuw heeft gestaan. Er wordt aangenomen dat St Patrick vanuit deze locatie naar Ierland vertrok.





St Davids Head
Naast de baai ligt St Davids Head, een landtong waar we een rondje overheen gaan wandelen. Naast een prachtige omgeving is er ook een hoop historie te vinden op dit kleine stukje.
Iron Age cliff fort
Op het puntje van de landtong lopen we het Iron Age cliff fort in. Het heeft een stenen ‘muur’ en wordt ook wel St David’s Head Camp genoemd. De versterkte walwerken beschermde vroeger zes tot zeven ronde hutten (hut circles). Hun bewoners leefden tijdens de IJzertijd, vermoedelijk rond 800 v.Chr. tot het begin van onze jaartelling.
Archeologische vondsten in het fort omvatten slijpstenen, spintollen, hamers en fragmenten van ijzeren werktuigen, evenals een paar glazen kralen. Ze hebben een prachtige locatie uitgekozen om te wonen, met uitzicht op de kust en het achterland, maar het moet niet makkelijk zijn geweest met de harde wind die hier soms waait.
Neolithische grafkamers
Als we verder lopen duurt het niet lang voordat we bij Coetan Arthur (Arthur’s Quoit) zijn, een neolithische grafkamer. Een grote deksteen (van zo’n 6 bij 2,5 meter) rust op een grote staande steen. Het was vermoedelijk ooit een graf, wat gedeeltelijk is ingestort. Indrukwekkend is het nog steeds, vooral als je je bedenkt dat dit rond 3000 v.Chr. is gebouwd. Iets verder de heuvel Carn Llidi op zien we nog een kleinere grafkamer.


Pony’s
Daar ontmoeten we ook de half-wilde Welsh mountain pony’s die hier grazen. Ze zorgen ervoor dat het landschap open blijft en heide en bloemen hier goed kunnen groeien. Er lopen zo’n vijftig pony’s rond in dit gebied, wij stuitten op een klein groepje van drie. Ze zijn niet schuw en lopen zelfs langs ons heen. Wat prachtige beelden oplevert.



Carn Llidi
We wandelen verder de Carn Llidi op, geen hoge heuvel (181 meter), maar het uitzicht begint steeds weidser te worden. Onderweg zien we nog resten van een vroeg waarschuwings-radarstation uit de Tweede Wereldoorlog. Het zijn nu slechts nog betonnen fundamenten, maar het was ooit de plaats om vijandige vliegtuigen en boten te signaleren.
Het laatste stukje van de Carn Llidi bestaat uit rotsen, maar met wat klimmen en klauteren kom ik boven en kan ik volop genieten van het uitzicht. Omdat er geen andere grote heuvels of bergen in de buurt zijn kan ik ver kijken. Als ik alles in me heb opgenomen is het weer tijd om te gaan dalen. Langs de schapen terug naar Whitesands Bay voor een snelle lunch en de auto.




Coasteering
Deze middag beginnen we ons volgende avontuur namelijk weer vanuit St Davids. Hier is TYF Adventure gevestigd, een van de eerste aanbieders van coasteering ter wereld. En dat is precies wat we deze middag gaan doen. Coasteering is een typisch Welshe uitvinding en combineert rotsklimmen, zwemmen, klauteren en van kliffen springen. Gelukkig is dit allemaal onder begeleiding van ervaren instructeurs.
De zee is wild vandaag, precies de reden dat onze boottocht vanochtend niet doorging. Omdat we allemaal nog maar broekies zijn qua coasteering kiezen we voor de rustigere optie iets verder buiten St Davids. Ik ben daar blij mee, ik ben nu eenmaal geen groot liefhebber van zwemmen. Na een gedegen uitleg en de uitdaging die een wetsuit heet, gaan we op pad.

Abercastle
De eerste stappen in het water nabij Abercastle zijn fris, het water is immers zo’n 15 graden, maar ik vind het niet tegenvallen. We wandelen rustig het water in, tot we me moeten gaan zwemmen. Het duurt niet lang voordat we een kwal zien. Onze gids Richard weet veel van de omgeving en de natuur, en begint te vertellen over deze beestjes. Ze zijn niet gevaarlijk, maar een steek kan wel pijnlijk zijn. Ook een reden dat we goede schoenen aanhebben.
Het grote nadeel van het water is dat je de ondergrond niet ziet. Je stapt dus zo op rots of in het niets. Plons! Ik heb de GoPro camera van onze gids Mike mogen lenen om alles vast te leggen, maar dat betekent wel dat ik een hand minder vrij heb om me vast te houden. Ik ga dan ook regelmatig onderuit, maar kan er alleen maar om lachen. Een voordeel van zelf de camera vasthouden is dat mijn vallen niet vastgelegd zijn 😉.




Biologie
We zwemmen, lopen en klimmen door de zee naar het kleine eilandje Ynys-y-Castell. Het herbergt een zeegrot, waar we doorheen gaan. Ook hier weet Richard ons weer veel te vertellen. Het verhaal wat blijft hangen is dat van de rankpootkreeften (wat er absoluut niet uitziet als een kreeft), die in verhouding de langste penis van alle dieren heeft. Gemiddeld zeven keer zo lang als hun lichaam. Zo kunnen ze het vrouwtje van grote afstand bezwangeren, al raken ze hem daarna wel kwijt. Hij groeit daarna wel weer aan, als ze tenminste niet worden opgegeten door de purperslak.






Springen
Als we de grot uitgaan is er een ideale plek om te springen. We gaan omhoog en kunnen kiezen voor een hoge en lage sprong. Ik kies deze eerste sprong toch maar voor de laatste. Visit Wales gids Mike heeft de camera weer overgenomen en zo wordt mijn sprong vastgelegd. De sprong is een heerlijk gevoel, ook al was het maar van twee meter hoog. Als het water uit mijn oren en neus is gestroomd neem ik me voor dat de volgende van een hogere afstand gaat zijn.
Na de sprong is het tijd om de oversteek te maken, weer terug naar het vaste land. Door onze wetsuits en zwemvesten is dit goed te doen. Wanneer de eerste echter weer aan land klimmen voor een nieuwe sprong, veegt een golf ze zo weer het water in. Richard bepaalt dan al snel dat we ergens anders aan land gaan. Safety first.
Ondanks dat de laatste sprong er niet meer in zat, heb ik genoten van de ervaring. Je bent echt één met de omgeving. Paula, een local die mee was, wist het mooi te omschrijven: “Ik woon al ruim twintig jaar hier, maar nog nooit voelde ik me zo verbonden met de natuur als op dit moment. Ik voel me echt verwant en thuis.” En ik heb het geluk niet twintig jaar hier op te hebben moeten wachten.




St Davids
Na de terugkomst in St Davids en een heerlijke douche om het zeewater van me af te spoelen, wandel ik nog even door het stadje. Het is rustig, de winkeltjes zijn dan ook al dicht. De avond sluiten we af met een goede maaltijd bij The Bishops .




Dag 4: richting het zuiden
De ruige zee gooit ook vandaag roet in het eten voor onze boottocht richting Skomer. Geen papegaaiduikers deze reis dus. Dat eiland blijft gewoon op mijn lijstje staan, en het zorgt ervoor dat we nu tijd hebben voor een korte wandeling (3 km) langs de kust.
Pembrokeshire Coast Path
We pakken de bus naar Porthclais Harbour, waar we eergisteren ook waren. Deze keer lopen we de Pembrokeshire Coast Path echter verder af naar Caerfai, nabij St Davids. Waar het eergisteren hoogwater was, staat de haven nu leeg. Hoe anders oogt het dan! De route is makkelijk en prachtig, langs de kliffen met spectaculair uitzicht op iedere hoek. We zien zelfs mensen coasteering, leuk om te zien hoe anderen het doen. En ideaal voor wat foto’s.








Non’s Chapel
Richting het einde komen we bij Non’s Chapel. Dit zou de geboorteplaats van St David zijn, zo rond het jaar 500 na Christus. Het is vernoemd naar zijn moeder, St Non. Inmiddels is het een ruïne, met daarin het St Non’s Cross, een steen met een gegraveerde cirkelkruis. Deze steen dateert waarschijnlijk van tussen de 7de en 9de eeuw, maar zeker is dit niet.
Vlakbij de kapel bevindt zich ook een heilige bron, waarvan het water volgens de traditie genezende krachten zou hebben. Ik denk echter dat je er nu eerder ziek van wordt. Pelgrims bezoeken de bron nog steeds en gooien er muntjes in voor geluk.
We wandelen verder naar Caerfai. Ondanks dat de zee ruig is, schijnt het zonnetje heerlijk. Het is dan ook geen straf als we hier even moeten wachten tot onze gids de auto heeft gehaald.






Little Haven
Na de wandeling gaan we richting het zuiden met de auto. We kopen wat lekkers bij de supermarkt (Tesco, Haverfordwest) om na drie kwartier rijden in Little Haven te stoppen. We eten onze lunch op met zicht op het strand. Het was vroeger een echt vissersplaatsje, nu kun je er vooral wandelen. Wat een heerlijke lunchplek!






Freshwater West
Na nog eens veertig minuten te rijden door het mooie landschap komen we aan in het zuidelijke deel van Pembrokeshire National Park. We bezoeken Freshwater West, een uitgestrekt strand dat niet alleen bekend staat om zijn prachtige omgeving, maar ook als filmdecor. Hier zijn scènes opgenomen voor Harry Potter and the Deathly Hallows (Shell Cottage en Dobby’s graf) én Robin Hood van Ridley Scott. Hoewel de decors zijn verdwenen, komen veel liefhebbers hier nog steeds. Vooral Dobby’s graf is populair. De locatie ligt vol met stenen en de berg wordt nog regelmatig aangevuld. Wanneer ik er aan kom lopen zie ik een meisje huilen en troost zoeken.
Ondanks het zonnetje is het rustig op het strand, wat ook weer deel uitmaakt van het Pembrokeshire Coast Path. Ik dwaal wat rond op het strand en op de rotsen op het ‘strand’ nabij. We hebben namelijk de tijd. Onze volgende bestemming is op dit moment nog niet toegankelijk.






Green Bridge of Wales
We gaan namelijk nog zuidelijker, over militair terrein wat slechts op bepaalde tijden geopend is . We maken een stop bij de Green Bridge of Wales. Deze kalkstenen boog is door de natuur gevormd en is echt een perfect plaatje. Op de boog zit nog wat begroeiing, waar de boog zijn naam aan dankt.
Op de andere rotsen die uit zee steken zitten alken rustig te genieten van het zonnetje. Ik zou hier uren naar de zee kunnen staren en foto’s kunnen blijven maken. Op een van mijn foto’s ontdek ik zelfs een kleine alk. Hoe schattig!





St Govan’s Chapel
We bezoeken nog een plekje achter dit militaire terrein. Vlakbij ligt namelijk ook St Govan’s Chapel, een kleine kapel weggestopt in een rotsspleet aan zee. De huidige kapel dateert grotendeels uit de 13e eeuw, maar delen zouden teruggaan tot de 6e eeuw, toen de Ierse monnik St Govan zich hier vestigde als kluizenaar. Volgens de overlevering werd St Govan op deze plek door piraten achternagezeten. Op het moment van gevaar zou de rots zich op wonderbaarlijke wijze geopend hebben, zodat hij zich kon verstoppen. De afdrukken van zijn ribben zouden nog zichtbaar zijn in de rotswand naast de kapel.
Om bij de kapel te komen moet je een trap afdalen, aan de andere kant van de kapel kun je dan weer richting zee lopen. Het is een mooie maar opvallende plek die bij mij vooral vragen oproept (waarom hier?).






Pacman
Met deze vraag in mijn hoofd rijden we in een half uurtje naar Apple Camping , waar we inchecken in onze opvallende accommodaties. Er staat een UFO, een privéjet, een geodome en een treinwagon. Er staan ook twee Pacmans, waar zelfs nog een oude spelcomputer in staat. Een van deze geel/zwarte domes is mijn slaapplek voor deze nacht.
We gaan echter eerst eten in Saundersfoot, op slechts tien minuten rijden. Het Cliff Restaurant is prachtig gelegen boven de baai. Grote ramen zorgen voor uitzicht op het strand en de haven. Helaas is precies dit een van de weinige stranden in Pembrokeshire waar de zon niet ondergaat in zee. Toch genieten we van het uitzicht, en het eten natuurlijk. Ze hebben originele gerechten zoals crumpets met zeewier. Ik geniet van een heerlijke steak voordat we weer terug gaan naar de glamping.







Dag 5: stranden en Tenby
Op de glamping kunnen we prima zelf een ontbijtje klaarmaken, we kiezen echter voor een tentje in Saundersfoot. Zo kunnen we ook nog even door het plaatsje lopen, met een marktje met locale producten en een strand waar mensen (en meeuwen) al aan het genieten zijn van de zon die zich af en toe laat zien.




Carew Castle
We rijden door en maken een snelle fotostop bij Carew Castle . Gerald de Windsor ontving dit terrein als bruidsschat van prinses Nest, waarna hij er rond 1100 een motte met bailey op bouwde. Vanaf de 13e eeuw is het complex langzaam uitgebreid met hoge muren, torens en de Great Hall. In de 15e/16e eeuw kreeg het nogmaals een grote Tudor make-over. In de Engelse burgeroorlog (1642–1651) is het gebouw regelmatig van eigenaar gewisseld en bewust gedeeltelijk vernietigd door de parlementaire troepen, zodat de vijand er niets meer aan heeft bij inname. Het gebouw is nooit hersteld, en nu dus een ruïne.
Voor het kasteel staat een Keltisch kruis uit de 11e eeuw. Het is zo’n vier meter hoog en vermoedelijk een gedenkteken voor de gevallen Welshe koning. De motieven op het kruis worden nu ook gebruikt in het logo van Cadw, de erfgoedinstantie van Wales.





Broad Haven South Beach
We rijden door naar Broad Haven South Beach, een van de mooiste stranden van Wales. We zijn hier niet om te zonnebaden, maar gaan een stuk van het Pembrokeshire Coast Path wandelen. Het witte strand is rustig gelegen tussen de hoge kliffen. Wanneer je vanaf de parkeerplaats richting het strand loopt zie je in zee een opvallende rotsformatie: Church Rock. Als ik naar beneden wandel, over het strand en dan weer omhoog klim zie ik steeds iets anders in de rots. Maar of dat nou een kerk is?
Er zijn hier meerdere wandelroutes mogelijk, ik loop die langs de kust. De uitzichten blijven spectaculair door de verschillende kliffen en vegetatie. Je moet alleen niet te veel de verte in staren. Er zijn ‘kuilen’ in het oppervlak, waarna je een stuk klif krijgt en dan de zee. Daar moet je niet invallen. Ik probeer dit prachtige zicht vast te leggen op camera, maar het is lastig. Zien is hier pas echt geloven.










Barafundle Bay
Het is een populaire route, er lopen diverse andere wandelaars, andere genieten zittend van de uitzichten. Ondanks dat het populair is, is het nog steeds vrij rustig. Het is een makkelijke route met weidse uitzichten, tot ik bij een bos kom. Hier loop ik langzaam naar beneden, tot ik tussen de bomen door het uitzicht zie. Wit strand, blauwe zee, het lijkt wel een paradijs.
Dit ‘verborgen’ plekje heet Barafundle Bay, en is ook al regelmatig uitgeroepen tot mooiste strand. Het is alleen te voet bereikbaar, waardoor het waarschijnlijk zo rustig is ook al is het een zonnige dag in juli. Ik wandel over het strand richting de andere kant van de baai, waar er een trap weer naar boven gaat. Hier staat een poort, een fotogeniek kader met het strand op de achtergrond.








Stackpole Quay
Ik loop verder over de open vlakte en een klein stukje door het bos richting Stackpole Quay, een klein haventje. Hierbij ligt ook de National Trust The Boathouse Tea-room . Tijd voor een lunch op het terras. De Lamb Cawl, een typisch Welshe soep, is echt een aanrader.
We hebben het geluk dat onze gids de wagen hierheen heeft gereden. Anders hadden we nog wel de bus kunnen pakken naar het beginpunt, maar dit is handiger. We stappen in voor onze volgende stop op zo’n dertig minuten rijden: Tenby.


Tenby
Ik ben een aantal jaar geleden in dit schattige stadje geweest en vind het zeker geen straf om weer terug te zijn. We parkeren de auto bij North Beach Pay and Display Car Park en lopen richting het centrum. Dwalend gaan we over North Beach en langs de kleurrijke huizen. Op het schiereiland bekijken we de reddingsboot en de resten van het kasteel wat hier ooit stond. Het is hoog water, waardoor de haven volgelopen is en St. Catherine’s Island met haar fort onbereikbaar.




De winkeltjes lonken en ik koop dan ook wat souvenirtjes. Het stadje is gelukkig minder druk dan de vorige keer, waardoor het nog meer genieten is. Het is een van de populairste bestemmingen in Pembrokeshire Coast National Park. Niet voor niets natuurlijk, maar het is wel even wennen na dagenlange rust. Ik wandel nogmaals over The Croft met uitzicht op de huizen en haven. Dan is het toch echt tijd om weer afscheid te nemen van dit plekje.






Milford
We eindigen deze Pembrokeshire roadtrip in Milford, waar we inchecken bij Tŷ Hotels Milford Waterfront . Ook het avondeten nuttigen we hier, ik ga voor een Fish & Chips met zicht op de haven. Helaas is dit alweer het laatste diner in Pembrokeshire.




Dag 6: Terugweg
Na enkele dagen in de natuur van Pembrokeshire is het tijd om afscheid te nemen van dit unieke kustlandschap. Met zijn kliffen, verborgen stranden, eco-initiatieven en vriendelijke mensen. We gaan vroeg op pad. De meesten van de groep moeten op tijd bij het treinstation zijn om weer huiswaarts te keren. Ik gebruik de gelegenheid om langer te genieten van Wales en heb er een aantal dagen aan vastgeplakt. Tijdens de rit terug naar Cardiff is het mistig, maar dit lost snel op vanwege de warmte. Ja echt, ik zit in Wales.
National Botanic Garden of Wales
Op de terugweg naar Cardiff stoppen we in Carmarthenshire. The National Botanic Garden of Wales ligt daar en viert dit jaar zijn 25-jarige bestaan (het was een millennium project). Het is een van de grootste botanische tuinen van het VK en heeft diverse thematuinen en een opvallende Great Glasshouse. Dit glazen huis is het grootste enkele overspannende kasgebouw ter wereld en herbergt zeldzame en bedreigde planten uit zes mediterrane klimaatgebieden. Helaas zijn ze bezig met het vernieuwen van de waterval in de kas, maar indrukwekkend (en warm!) blijft het er wel.
Buiten is de temperatuur wat aangenamer, en word ik toch echt jaloers. Die prachtige ommuurde tuinen wil ik thuis ook wel. De botanische tuinen hebben sinds een paar jaar ook een enorm landgoed waarover je kunt wandelen. Met koeien, bossen en water. Helaas hebben we daar nu niet echt meer tijd voor, tijd om nu echt richting Cardiff te gaan.







Pembrokeshire Coast roadtrip
De vijf volle dagen in Pembrokeshire Coast National Park waren in één woord: prachtig! Ondanks dat de wilde zee ervoor zorgde dat we niet met de boot richting Skomer konden, heb ik toch volop genoten van deze zee en de kustlijn. Hij is ruig en divers, een heerlijk wandelgebied, maar ook een gave plek voor coasteering. Oftewel, zeker een plek die het bezoeken waard is.
Het is nu tijd voor Cardiff en omgeving, wat je leest in deze blog.
Kaart roadtrip Pembrokeshire Coast National Park
Bekijk hieronder alle plekken die ik tijdens deze vijfdaagse roadtrip heb bezocht. Je kunt ook veel bezoeken met het openbaar vervoer, maar dat betekent veel planning. Een auto is daarom ideaal om dit gebied te verkennen. Gelukkig zijn er best veel parkeerplaatsen, waardoor het goed te doen is. Al kan het in de zomervakantie bij de stranden natuurlijk wel drukker worden.
Meer informatie
Wil je nog meer weten over deze bestemming? Ontdek hier meer over St Davids, Tenby of Wales.
Ik ben superblij dat Visit Wales me het geweldige Pembrokeshire Coast National Park heeft laten verkennen. Ik wil ze dan ook bedanken voor de uitnodiging, maar ook melden dat dit geen enkele invloed heeft gehad op de tekst uit dit artikel.





Eén reactie op “Pembrokeshire Coast roadtrip: het nationale park in 5 dagen”
Heel hartelijk bedankt voor dit geweldige reis verslag .Ik ben best jaloers ,door mijn leeftijd (77) kan ik het niet meer zo als dat ik het zou willen .Maar ik geniet er toch van om verslag te lezen.Heel hartelijk bedankt en tot een volgend verslag .