You are here
Home > Groot-Brittannië > Decimal Day 15 februari 1971: de decimalisatie van de pond

Decimal Day 15 februari 1971: de decimalisatie van de pond

One Shilling, het oude Britse geld voor Decimal Day

De Britten zijn nooit overgestapt naar de Euro, toch hebben ze ooit een grote geldwissel gemaakt. D-Day is namelijk niet alleen de bijnaam voor de dag die het einde van de oorlog in gang zette, maar ook voor de dag dat de Britten overstapten op het decimale geldstelsel op 15 februari 1971 (Decimal Day). In Noord-Ierland was het een dag eerder D-Day. De eerste grote verandering na het invoeren van de pond in het Angelsaksische Engeland van rond het jaartal 775.

Voor ons is het vrij normaal, één Euro bestaat uit 100 cent en dat was met de gulden ook al zo. Ook het Britse pond sterling bestaat uit 100 pence (penny). Logisch toch? Tegenwoordig wel, maar voor 1971 was dat nog heel anders. De wat ouderen onder ons kunnen het zich vast nog wel herinneren. Er was geen beginnen aan voor de leken van het vaste land. Tot 1971 was het pond onderverdeeld in 20 shillings en één shilling in 12 pence. Dat was als toerist gewoon je kleingeld laten zien aan de kassa en vertrouwen op een eerlijke caissière.

LSD-systeem

Om het nog ingewikkelder te maken sprak je over het LSD-systeem, librae, solidi, denarii (pond, shilling, pence). Een product kon ‘two and eleven (2/11)’ zijn, dan legde je twee shilling en elf pence neer. Een systeem wat stamt uit Romeinse tijden.

Het rekenmodel:

  • 20 shillings (20s) = £1
  • 12 pennies (12d) = 1 shilling | 240 pennies (240d) = £1

Naast het pond, shilling en pence had je nog meer munten in je portemonnee zitten, een overzichtje:

  • Farthing: 1/4e pence (Oudengels feorthding = vierde), tot 1956 gebruikt
  • Halfpenny: 1/2e pence, tot 1967 gebruikt
  • Threepence: 3 pence
  • Groat: 4 pence (alleen speciale uitgaven, geen reguliere munt)
  • Sixpence: 6 pence
  • Florin: 2 shilling (1/10e pond)
  • Half crown: 2s/6d (2,5 shilling), tot 1970 gebruikt
  • Crown: 5 shilling (1/4e pond)
  • Gienje: 21 shilling
  • Guinea: 1 pond sterling + 12 Pence, tot 1861 gebruikt
oude kassa, voor Decimal Day

De laatste twee behoeven nog wat extra uitleg. De Gienje is een gouden munt die dezelfde waarde had als een pond bij de invoering in 1663. Doordat de goudprijs wisselde, kon hij meer of minder waard worden. In 1717 is er in een koninklijk besluit vastgelegd dat de waarde 21 shilling was, iets meer dan een pond dus. 

De Guinea is in 1861 vervangen door de pond, maar de naam is gebleven voor producten met grote waarde (denk aan schilderijen, landgoederen, maar ook beroepskosten). Dit kun je tegenwoordig dus nog vooral horen op veilingen.

Decimalisatie van de pond

LSD-betaalsysteem in Black Country Living Museum

Het Verenigd Koninkrijk was niet het enige land met een niet-decimaal stelsel. De meeste landen gingen echter al in de 18e en 19e eeuw over naar een makkelijker telsysteem. De Britten waren de laatste in Europa, ruim in de 20e eeuw. Tegenwoordig zijn alleen Mauritanië en Madagaskar nog niet over op het decimaal geldsysteem.

Het is niet zo dat het niet eerder ter sprake kwam bij de Britten. Zo roept, in 1847, parlementslid Sir John Bowring al op tot het wijzigen van het systeem in een munteenheid op basis van eenheden van tien. Het is simpel volgens hem, want iedereen heeft tien vingers om alles uit te rekenen. Anderen zien zijn punt ook in en in 1848 komt de Florin uit (1/10e pond). Daarna blijft het echter stil.

Tot in 1961: er wordt een speciale commissie opgericht om de decimalisatie van het geldsysteem te onderzoeken. De commissie, onder leiding van Earl of Halsbury, was voor de vernieuwing. De minister van Financiën, James Callaghan, kondigt op 1 maart 1966 aan dat ponden, shilling en pence zouden worden vervangen door een decimale munteenheid. De commissie was voor het behoud van pence en ponden en stelde vijf nieuwe munten voor.

Er is bewust voor februari gekozen, dit is de rustigste maand voor banken en bedrijven. Op uitzondering van Decimal Day 1971 na dan.

Decimal Day

De eerste nieuwe munten van 5p en 10p komen al in 1968, waardoor mensen de tijd krijgen om ermee vertrouwd te raken voordat de volledige omschakeling plaatsvindt. Een munt van 50 pence komt vervolgens in 1969 om het biljet van 10 shilling te vervangen.

Aanvankelijk zijn de nieuwe munten gemarkeerd met NEW PENNY voor één pence of NEW PENCE voor 5p, 10p en 50p. ‘NEW’ wordt in 1982 geschrapt. De munt van 20p wordt pas in 1982 geïntroduceerd en de munt van £ 1 komt in 1983 uit om het biljet te vervangen. Vanaf 1992 heeft iedere munt het hoofd van de vorst (Queen Elizabeth) op één zijde, iets wat sinds de middeleeuwen al niet meer is gebeurd. Uiteindelijk komt in 1998 de munt van £2.

Tien Shilling

Voor ‘Decimal Day’ zijn er meer dan 3,4 miljard nieuwe munten geslagen. Vandaag de dag zijn er ongeveer 30 miljard in omloop. Omdat er zoveel nieuwe munten geslagen moeten worden, is de dan huidige locatie van de The Royal Mint in Tower Hill, Londen, te klein. In 1968 komt er een nieuwe productiefaciliteit in Llantrisant, Zuid-Wales. Queen Elizabeth opent het gebouw, zestien kilometer ten noordwesten van Cardiff, in december. In 1975 komt er een einde aan de productie in Londen.

De decimalisatie kost de industrie uiteindelijk £ 128 miljoen en de regering £ 23,5 miljoen.

Decimal Day voor de pond

Het overstappen brengt veel met zich mee. De Britten worden ruim van tevoren geïnformeerd, door middel van posters en flyers. Ook zijn er verschillende (korte) tv-programma’s en reclames ter informatie. Banken zijn vier dagen gesloten om zich voor te bereiden op de overstap in 1971. Ook het winkelpersoneel krijgt een speciale training om klanten te helpen het nieuwe geld te begrijpen. Grote warenhuizen, zoals Harrods, hebben hier zelfs speciale assistenten voor. Toch zijn er Britten die tegen de verandering zijn en de nieuwe munten weigeren. Zij zijn vooral bang dat dit een reden is om de prijzen omhoog te gooien. Ze kunnen zich echter niet blijven verzetten, want D-Day is een feit op 15 februari 1971. Ook de Ierse pond (voor het land Ierland) ging die dag over op het decimale stelsel (omdat deze qua waarde nog vasthing aan de Britse pond).

Je kunt na 15 februari 1971 nog met je oude munten betalen, maar je krijgt nieuwe munten terug. Na twee weken zijn de meeste oude munten al uit de roulatie. Pas vanaf augustus dat jaar gaan de eerste oude munten officieel uit de roulatie. De zes pence is pas in 1980 uit de circulatie genomen. De laatste pre-decimale munt die uit de circulatie is gehaald, is de florin, die tot 1993 naast de 10p wordt gebruikt.

Alles moet omgezet worden, kassa’s, parkeermeters, telefooncellen en informatieborden bijvoorbeeld. Een mooi filmpje uit 1970 daarover:

Er komt zelfs een popnummer (Max Bygraves – Decimalisation) uit over de decimalisatie. Een zin uit het liedje: ‘Ze hebben het voor elke burger gemakkelijk gemaakt, want we hoeven alleen maar van één tot tien te tellen.’

Maar niet alleen de munt verandert, ook bijvoorbeeld postzegels moeten worden aangepast. Er komen nieuwe ontwerpen, die in drie fasen over een periode van twintig maanden worden uitgerold. Zo kan men het nieuwe systeem gemakkelijker accepteren.

George V ​1 1⁄2d 1912, postzegel van voor Decimal Day

Vanaf 17 juni 1970 kunnen de eerste nieuwe zegels worden aangeschaft (10, 20 of 50 pence). Deze lagen dicht bij de oude waarden van 2s/6d, 5s en 10s. Op Decimal Day komen ook ½, 1, 1½, 2, 2 ½, 3, 3½, 4, 5, 6, 7½ en 9p uit. Deze zegels kunnen gebruikt worden naast de oude zegels.

Tegelijk met Decimal Day is er echter ook een poststaking. Deze is van 20 januari tot en met 7 maart 1971, waardoor er ondanks de nieuwe zegels weinig wordt bezorgd. Vanaf 29 februari 1972 kunnen de oude zegels uit het pre-decimale tijdperk niet meer worden gebruikt, alleen die van een pond blijft geldig.

Nieuw design

Op de munten van het eerste decimale stelsel staan verschillende aspecten van de verschillende landen in Groot-Brittannië. Op de ½ pence staat de Welshe draak, op de 1 penny staan Schotse schilden, op 2 pence staat Britannia, op 5 pence staan drie kronen, op 10 cent staat Sint Joris en de draak en op 20 cent staat het koninklijke wapen.

In 2008 is er een nieuw design gekomen. Het ontwerp van Matthew Dent had een open wedstrijd gewonnen. Zijn idee symboliseert de vier landen (Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland) en de eenheid daarvan (alles in één schild). Als je de munten samenvoegt, krijg je namelijk een schild. Dit schild kun je dan weer terugvinden op de munt van één pond (tot 2016).

De Britse munten vormen een schild

Meer informatie Britse pond

Wil je meer weten over de Britse betaalmiddelen? Bekijk dan onze pagina’s:

Als je nog meer wil weten kun je deze musea bezoeken:

Bezoek het Royal Mint Museum in Zuid-Wales of Bank of England Museum in Londen.

Geef een antwoord

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Top